Weinig opzienbarends aan deze marabou streamer. Enkel olijfgroene maraboe-veren, en een zwart kopje als enig kleuraccent. Het lijfje is geribd met fijne koperdraad. Zonder enige verzwaring blijft deze streamer hoog in het water en suspendert als het ware wanneer men de vlieg laat stilhangen. Deze streamer werkte voor mij prima op het Oostvoorne eind jaren ’90. Geen reden waarom dat nu ook niet zou zijn! Deze vlieg vangt door z’n eenvoud en onopvallendheid overal op reservoirs en in zwarte of grijze versie ook op rivieren (wel verzwaren). In de kleuren zwart of wit vis ik deze attractorvliegen aan een pittige snelheid. Keiharde aanbeten!
Posts uit Geert’s Fishing Blog
Choose another category?
Cul de Canard
Waar heb ik nog niet overgeschreven op deze blog? Over de periode dat ik intens met het vliegvissen bezig was? Ik zag laatst die vele ongebruikte doosjes met zelfgebonden vliegen staan en ik dacht om eens een poging te doen om ze te fotograferen en er een stukje bij te schrijven. Door hun formaat zijn deze kleine pluisjes niet eenvoudig op beeld te zetten zonder echt goed materiaal maar het reslutaat mag er nog best zijn. We zijn namelijk geen fotopro’s. Het takje op de foto is ongeveer 4 mm doorsnede.
We steken van wal met één van m’n absolute favorieten, mijn versie van de Cul de Canard Emerger. Een eendekontveertjesvlieg. Drijft al uit zichzelf als een kurkje (een eend geeft vet af uit een kliertje aan z’n achterste en wrijft dit met de snavel in z’n pluimen waardoor die waterafstotend worden) en door de bindwijze hangt de vlieg laag in de waterspiegel. En imiteert daarmee een uit de waterspiegel kruipend insect. De bindwijze is erg simpel, enkel olijfgroene binddraad op de steel van de haak die het lijfje voorstelt. Het kopje wordt gevormd door het inbinden van één of twee eendekontveertjes. Deze veertjes worden nadien onder spanning op dezelfde lengte geknipt waardoor ze mooi gaan openstaan.
De vangkracht van deze dingen hangt volledig af van het goed ontvetten van de leaderpunt. De nylon lijn moet absoluut net onder water zitten waardoor die veel minder opvalt. Een forel op een reservoir (en al zéker één die het klappen van de zweep kent) heeft de tijd om de presentatie te keuren (in tegenstelling tot op een rivier). Een drijvende leaderpunt werkt als een zweep op een paard. Weg is ie.
Dit erg eenvoudige vliegje vangt erg goed op reservoirs, en laat me, of beter, liet me bijna nooit in de steek. Ik herinner me een sombere visdag in de buurt van Glasgow, samen met een toevallig ontmoette visgids Malcolm, aan een medium groot meer. De bruine forellen deden wat moeilijk maar toevallig deed dit vliegje alles wat de rest niet deed, en Malcolm trok rare ogen. Hij was blij met de gekregen simpele vliegjes…
Niks
Gisteren ging Jan naar de avondbarbeque van de scouts in Hever. Da’s voor voor mij vanuit Ranst wel eventjes een stuk heen en terug rijden. Dus werden daar een paar uur vistijd ingecalculeerd, in de buurt waar ik tot vorig jaar woonde. De korst zou het doen, niks gemakkelijker dan ergens een brood uit de muur trekken. Ik kan het nog altijd niet te geloven dat zo weinig mensen op deze manier vissen, zo eenvoudig en op bepaalde momenten enorm bevredigend. Misschien maar goed ook, teveel concurentie zou de karpers nog voorzichtiger maken.
Aan de Leuvense Vaart werd de wandeling gestart, in de hoop om ‘actieve’ vis te vinden onder deze brandende avondzon. Meerdere stukken werden afgestapt maar op een paar giebels na vond ik geen vis aan de oppervlakte. Dan op naar het volgende meer, waar een totale en lome rust heerstte. Er was nog geen voorntje te zien, geen spettertje. Dan op naar de geheime bestemming, de plek waar ik niet mag vissen, maar die soms voor een bonusje zorgt. Groot was m’n teleurstelling, er was geen vis te bespeuren en ook het anders zo heldere water stond nu stijf van de algen. Het werd dus een avond zonder vis, maar wel met genoeg zweet. Ook niet slecht voor mij, dat kleine beetje beweging…
Snoekspinners
Veel groter kan ik ze niet maken. Een spinnerblad van een centimeter of zeven lang, dat telt. Met een half pakje konijnebont erachteraan. Licht verzwaard, zodat ik er nog net mee boven de waterplanten kan vissen… ik kan niet wachten om ze te testen…
Rainbow
Alijn deed laatst nog een trip naar Rainbow Lake in het zonnige deel van Frankrijk… met als resultaat onder andere deze drie onwaarachtige bakken. 28,4 kg, een 29,4kg en een 34,9 kg…
Het meer is omstreden, de vissen niet. Onwaarschijnlijk hoe jong en veerkrachtig deze dieren er uitzien. Het is alsof op dat meer als wetten van de karpernatuur getart worden. You love it, or you hate it.
Wat voor de ene een fish of a lifetime is, is voor de ander quasi doodgewone kost. Het zijn keuzes in het leven en in je hobby.
Spelevaren_2
Eerste dag van de grote vakantie voor Jan, prachtig weer en terug spelevaren in Nederland. Pas om 10 uur vertrokken voor rustig een dagje uit. Niets overhaast. Uitgebreide picknick aan boord met pattiserie incluis! Bloedheet op het water, en dat dit z’n invloed heeft beneden spreekt vanzelf. Een beetje gevertikaald, een beetje getrold, op zoek naar snoekbaars en baars. Dat werd niks. Dan maar werpend in het kanaal gaan vissen. Met m’n nieuwe iPilot is dat fantastisch te doen, je zet de route uit, en al wat je nog rest is vissen! Dat ding is gewoon super!
Kort na deze start haak ik in de kant een kleine geweldenaar, het blijkt een harder die zich op volle snelheid onder m’n boot doormurmt. Eeen tegenstander van klein formaat. Hij raakt geland, ik vind deze toevaller bijzonder prettig…
Een kwartier later krijg ik op een Aruka-shad een machtige en razendsnelle groene volger. Deze mooie snoek grijpt in het kraakheldere net mis in het aangezicht van de boot… en ik krijg geen tweede kans. Deze flirtte met de metergrens… Jammer.
Dan zien we en voelen we voor de rest van de namiddag niks meer. Ook Jan heeft vandaag gevist, hij heeft zich bijzonder geamuseerd. En werpend met kunstaas is misschien wel een manier om hem echt aan het vissen te krijgen. Het ging goed, slechts één keer ging hij vast in het kantje. En die ene pruik in het dyneema, dat ben ik al lang vergeten. Een toffe, warme dag!
Korstkarper
Het is er om vragen, zo’n mooi weer. Je kan ze gaan zoeken, je weet ze te vinden. Karpers liggen de eerste warme dagen volop te luieren in de felle zon en met de avond komt er een opleving in de activiteit. Ik kwam laat aan, met een half broodje als enige aas. De eerste vis die ik in het ondiepe zag zwemmen was een mooie brasem, ik liet een vlokje afzinken, en kon het op de bodem zien staan. Hij zwom weg. Even later kruisen twee karpers in de twintigponds-klasse voorbij. Ze negeren de uitgestrooide korsten straal, maar goed, ze kennen het kat- en muis spelletje met de korst op die plek al te goed! Twee minuutjes later zie ik 15 meter naar rechts een mooie spiegel ronddartelen. Spelend met het samengewaaide wier en verpakkingsmateriaal, en met een groen Legoblokje. Ik wist al dat ik ‘m ging vangen, zelfs toen hij nog daar aan het drentelen was…En inderdaad, ze keert haar trage lijf, zwemt aan de oever naar m’n korst en zuigt vol door! Klets, zwieszz, een mooie dril, moeilijk scheppen over de steenblokken! Maar ze is binnen, en een paar oudjes nemen de foto’s. Een halfuurtje later vang ik aan de overkant nog een flinke giebel aan de oppervlakte en mis ik een leuke ruisvoorn. Dan is de stek verstoord en nog voor donker ben ik terug thuis…
Spelevaren
Spelevaren met Marleen en Jan zonder hengels in de boot, dat doet pijn. Dus smokkel je een kleinigheid aan boord, en ga je ongemerkt op een rustig plekje aan de gang. Op zomerse dagen valt tijdens zo’n prikactie niet veel te halen. Soms nog een baars of snoekbaarsje…
Een nieuwe start
Het is zover, we zitten in een nieuw strak pakje. Ik ben benieuwd hoe dit zal evolueren.
Hieronder een giebel, gevangen tijdens het mooie weer van vorige week. Met het korstje…
Het spreekt vanzelf dat het nog wat tijd zal vragen om deze blog helemaal te up-daten…
Kanaalkarper
Tijdens de gesloten tijd in België werden een paar avonden zoek gemaakt op karper, met de boilie aan het Albertkanaal. Ik moet beseffen dat dit mijn visserij niet meer is.
Het vraagt te veel tijd om deze kanaalberen aan de schubben te komen. Rustig is het wel…
De snoek is zoek
Met de huidige weersomstandigheden is een snoekzoektocht in de polder niet evident. Het meest water ligt potdicht en jan en alleman klaagt steen en been over het vele ijs. Vooral de sneeuw die op het ijs blijft liggen baart zorgen. Het ontbrekende licht kan de zuurstofhuishouding in deze ondiepe poldervaartjes danig in de war sturen, met sterfte tot gevolg…
In een dikke sneeuwpap reden we gisterenmorgen Nederland tegemoet. Fons zag het allemaal wel zitten en had de snoeken in z’n dromen als in veelvoud aan z’n Busterjerk geregen. Ik zag het zoals gewoonlijk wat sceptischer tegemoet. Dat ijs verdwijnt niet zomaar…
Die polder lag zo wit als een doos nieuwe Dash. Het was inderdaad zoeken naar een streepje open water. Hongerig als sneeuwwolven baanden we ons een weg door de sneeuw, dat kunstaas moest nat worden. De enige stukjes water die open lagen waren plaatsen waar een pittige stroming stond. Ik weet niet of dit werkelijk zo is maar als snoek zou ik daar in de wintermaanden toch niet graag in liggen… In ieder geval, Fons en ik zagen de ganse dag niks, nog geen tik op die hengeltop.
Het zicht was blauw, wit en fantastisch, de boterhammen die ik in de koelkast had laten staan waren lang vergeten. Het was alleen koud aan de voeten.
We zagen er de fun wel van in, thuis lag er ook sneeuw, maar de polder is zo mooi onder een laag wit… Dus, geen vis deze keer. Leute te meer!

Zoeken naar een streep open water!…

Boterhammen vergeten maar het zicht maakt veel goed…
Polderspinnertjes
Met de dooi krijgt ook het visserinstinct een nieuwe impuls. Het voelt aan als de lente, maar is het natuurlijk niet. Uitgedost in poolpak en sweaty moonboots droop ik gisteren na een halve dag dropshotten af naar huis. Geen leven, geen actie, nog geen tikje op de subtiel aangeboden shadjes. De aalschovers doken als bezeten, maar ik zag ze niks vangen. Dan maar gestopt in de hengelzaak, ik kon niks bedenken, maar nam dan wat materiaal mee om polderspinnertjes te maken. Het is leuk om doen op een winteravond, en wetend dat het beste vangertjes zijn is het draagzaam om betere tijden af te wachten. Ze zien er niet perfect uit maar dat hoeft ook niet, als de actie maar goed is. En gezien ik toch al het geleende kunstaas van Fons verspeel, kan ik er hem eens een stelletje cadeau doen!…
Vismandje
Jaren geleden zie ik in Walsort in de buurt van Dinant een affiche hangen voor een hengelsportbrocantebeurs (ik weet niet eens hoe je dat schrijft!). We waren op vakantie in de Ardennen en dan is dit soort uitstapjes leuk meegenomen. Zoals ik het had verwacht was het geen beurs voor echte verzamelaar, het was een hoop rommel, wat betere rommel en hier en daar wat leuks. Toffe molens, maar niet voor m’n budget. Maar, onder deze tenten op het parkeerterrein van Walsort, spatte de folklore er van af. Uiterst gezellig zijn dit soort evenementen, ik kan daar enorm van genieten. Ik had nochtans niet veel geld uit te geven (nooit zo geweest trouwens…).
Aan het laatste kraampje zat een stokoud mannetje me met z’n dichtgepriemde oogjes, tranend en half duttend aan te kijken. Geruit kostuumpje, een beetje verlopen grijs, vergane glorie.
Waarschijnlijk had hij nog niet veel verkocht, het was ook niet echt de moeite wat er lag.
Maar toen viel m’n oog op onderstaand rieten mini mandje. Plompverloren tussen de rommel op dit marktje. Ik ben nogal gevoelig aan dit soort dingen, spullen die geleefd hebben…
Ik nam het vast en het mannetje veerde recht, zij het wat moeizaam.
De onderkant was kapot, maar het was toch een klein leuk tasje, zo’n 18 centimeter breed. Ik moest het hebben. Hoeveel kostte dat alweer? Oei, toch redelijk wat. Marleen keek me aan en wist toch al wat ik ging doen.
Toen het mannetje het mandje in een versleten plastic zakje schoof sprak hij me plots aan. Hij had het mandje zelf gevlochten en beschilderd voor z’n zoontje, toen die nog klein was. Ze vistten samen langs de Maas in Wallonië.
Nu, jaren later, zat hij hier z’n hengelspulletjes te verkopen.. z’n zoon was reeds lang geleden gestorven, en de gezondheid was niet meer van dien aard dat hij zelf nog kon vissen…
Of het waar was of niet, ik werd gepakt toen ik dit aanschouwelijke verhaal hoorde en was enorm blij dat ik weer eens iets met een verhaal op de kop had getikt. Zelf vulde het hem met blijdschap, dat iemand hiervoor belangstelling had. Ik zei hem dat ik het ging koesteren, iets wat ik ook doe.
Het was vergane glorie, langs de Maas…
Betrachtingen…
Een nieuw jaar, en nieuwe wensen!

De Dunne Lijn
Het Karperboek waar zoveel om te doen is geweest. Maar helaas was uitverkocht…
Luc De Baets, voor de ingewijde karper- en wedstrijdvisser geen onbekende, schreef deze 320 pagina’s tellende ‘Karperbijbel der Lage Landen’ een kleine tien jaar geleden.
De inhoud van het boek sloeg toen in als een bom, het had dus al vlug z’n voor- en tegenstanders. Maar de kwaliteit van de tekst, de ongelofelijke hoeveelheid info lieten niemand onberoerd.
Nog steeds is het een absolute klassieker die jaren later méér dan up-to-date blijkt.
Met stapels relevante info voor de beginnende karpervisser, én een naslagwerk of heerlijk lezend boek voor de doorwinterde karpervriend!
Het boek is dus terug verkrijgbaar, met een herwerkte frisse look en opgefriste teksten. En als extra heeft Luc een aantal hoofdstukken compleet herwerkt.
De Dunne lijn… kost 40 euro, plus 5 euro verzendingskosten.
U kan het bestellen via deze website: http://www.dedunnelijn.be
Dropshot2
Nu de winter hard toeslaat heb ik, geteisterd door dicht vriezende hengeloogjes en stroef dyneema, meer zin om in de zetel te hangen met een filmpje, chips en een goed glas. Maar de dag vliegt aan me voorbij, de vogels op de voederplank laten het niet aan hun hart komen, sneeuw stuift tegen het raam.
Morgen moet er terug gewerkt worden. Verdorie, toch nog vlug even het warmtepak aan, of er is dit weekend niet gevist! Een kort bezoekje aan het kanaal met z’n oliedikke water. Traag golven de golfjes. Erg traag. Vlaagjes sneew, er ligt een goede 10 centimeter. Benieuwd of ik hier met de dropshot iets kan versieren in dit donkerdiepe water. Hoe reageren de snoekbaarzen op deze overweldigende kou? De haak wordt versierd met een Gulpje, dat moet wel goed zijn…
De eerste stek geeft niks van z’n geheimen prijs en ik wandel na een kwartiertje naar een ander plekje waar onder water een uitgesleten geul ligt. Na drie worpjes, netjes naast elkaar geplaatst om het water secuur te bewerken, krijg ik een tikje. Heel zacht, ik sla niet aan maar trek het shadje 10 centimeter verder. Knal én hangen! Dat het een kleintje is maakt me geen moer uit. Het is vis, op deze sombere winterdag. Het beestje heeft mooie kleurtjes en ik ben er echt blij mee! Een film kan hier niet tegen op…
Koude pootjes op onze voederplank!…
Ondanks de kou…
Prachtige winterkleuren…
Dropshot
Ik ga natuurlijk wel meer vissen dan het aantal posts die verschijnen op deze blog. Het resultaat van deze minisessies is natuurlijk niet van dien aard om er iedere keer iets over te schrijven. Woonde ik in de polder dan was resultaat halen op ultra korte visuitstapjes wel iets gemakkelijker… Jammer.
Vorige week woensdag zat ik – dankzij een onverwacht dagje technisch werkloos – nog eens in de polder. Jerbaitjes zouden het doen, deden het ook, al waren de snoeken op de een of andere manier wel erg onstuimig met het kunstaas, toetsten het slechts aan, of losten gewoon. Actie genoeg maar van een goeie tien aanbeten kreeg ik er slechts drie op de kant. Ondanks heftig stormweer en regen toch een fijne dag.
Ik ben dit jaar sedert de opening van het roofvisseizoen iedere week wel één of meerdere avondjes aan het water te vinden. Dat gaat dan om een krap uurtje vissen. Maar goed, het is even ontsnappen aan de drukke dag, wat tijd voor je zelf vinden. En dan mag het water al niet ver uit de buurt liggen… En zie, kanalen te over in Vlaanderen! Ik was het rap beu om vanaf de kant zoveel shads te verspelen in de mosselbankjes die onze kanalen rijk zijn, en ontdekte dat het dropshotten daarvoor de uitkomst is. Veel subtieler gepresenteerd, perfect stilstaand te vissen, en vooral haperen de loodjes door hun vorm niet zo gauw in de obstakels. Dat de haak op dat moment boven de bodem hangt is ook een plus.
Vanaf de kant is dit een heerlijk rustige manier van vissen, als het water er wat rustig bijligt ben je in staat om ieder individueel mosseltje te voelen waar het loodje over heen sleept. Door het gevoelige topje van dit soort hengels leer je ook heel wat bij over de bodemtopografie, iets waar ik ooit bij het karpervissen nog m’n voordeel zal uithalen!
Doen de snoekbaarzen het, liggen ze er, dan weet ik het quasi meteen. De aanbeten zijn hard en de drils zijn met het Fox Pro dropshothengeltje subliem. Momenteel zijn de resultaten het best met het Fin-S shadje en Gulp Alive (alleen is dit zo’n verdomde stinkboel met dat lekkende potje)
Ik vang eens niets en dan ben je zo weer weg, dan weer eens één, of soms een viertal. Met weinig tijd is dit een plezante visserij waar je ook weinig gesleep met spullen heb…
Poldergeploeter
Voor dag en dauw stonden we zaterdagmorgen al klaar in de polder. De haken gewet en de motivatie op scherp. Het weer voorspelde niet veel goeds, véél regen… deze voorspelling kwam mooi uit, nu en dan een stevige bui en een pittig windje, m’n nieuwe regenpakje van SPRO en Aigle lieslaarzen kwam dus van pas! Benieuwd hoelang dat regenpak dicht blijft, maar voorlopig komt er geen druppel door.
Fons ging aan de slag met z’n favoriete BigS plug. De welbekende klassieker waar hij zo graag mee vist. Ik koos integraal voor de kleine jerkbaitjes.
De onvolprezen Fox Dolphin, de Buster en m’n zelfgemaakte houten plankjes waar ook al eens wat blijft aan haken!
De dag startte goed, ik kreeg vlot beet, met hier en daar een misser. Fons had minder geluk met z’n Big S. Gedreven en secuur viste hij kilometers water af maar moest geduldig afwachten. Pas later ging hij ook een Buster in de speld en ging prompt aan het vangen!
Het viel op dat de snoeken al in de beschutting van de bewoning lagen, het open water gaf niet zo goed.
Na de middag viel de wind, en ook m’n vangsten vielen plots stil. Fons ging er tegenaan met de Buster en scoorde een paar mooie poldervissen.
Ondertussen was de concentratie verdwenen en ik parkeerde een paar jerks in de bomen, niet te redden, was me dat een gepruts.
Dan maar met de shad geprobeerd. 2 missers volgden. Hmmm… In de late namiddag viel alle actie weg, maar in ‘t laatste half uurtje kwamen er toch nog een paar leukerds op de kant. M’n laatste vis kwam helemaal van onder een duikertje vandaan om de jerk binnen te zuigen. Dat was een prachtige aanbeet, om die vis vanuit het donker te zien aankomen…
Ik besloot ons uitstapje met een Duitse uiteenzetting waar Fons smakelijk om kon lachen. Ja Fonz, der Hechte ware die Pineut! Ik kan dus helemaal geen Duits.
Kort, Fons had vier snoeken gevangen, ik had er vijf. Negen snoeken op een dagje, dat is een mooi resultaat!
We reden iets vroeger naar België terug omdat ik met de Mechelse karpervrienden had afgesproken in een restaurant in Vilvoorde!
Ik was er redelijk op tijd en kon al direct m’n kiezen zetten in een malse grote paardensteak. Na een uitgewaaide dag in de polder smaakt dit opperbest! De zaak werd onder deskundige begeleiding van Bart, Ben, Gunther en Steven doorgespoeld met ‘t nodige gerstenat. In welk gaatje dit nog bij kon na een halve kilo steak met friet, dat weet ik niet, maar het gebeurde! Na de obligate rondjes en altijd leuk karpergeroddel in een volkscafé reed ik geeuwend terug richting Antwerpen. Rond 1 uur lag ik in m’n bed. Een marathondag dus…
Vlagzalm
Het mooie ‘vrouwelijke’ kopje van de vlagzalm. Duidelijk zichtbaar hoe ‘zuinig’ het bekje is, en waarom een vlagzalm zo spaarzaam & rimpelloos kan nippen aan een droog vliegje… Helemaal anders dan de agressieve bek van een forel…
Het Hol
Tijd voor een beetje nostalgie. Bijna twintig jaar geleden, op het moment dat ik onderstaande oude welbekende klepper ving uit Het Land van Ghow, had ik ook een stek lopen aan het Kanaal Kortrijk-Bossuit. Dicht bij huis dus, aan ‘Het Hol’ in Stasegem. Een mooi stekje in een flauw bochtje tussen het riet, een stekje die nu al jaren verdwenen is onder beton en herstructurering. Een ringweg rond Zwevegem zal deze plek binnenkort voorgoed begraven. Nog een herinnering aan m’n jeugd minder. Maar goed, dit plekje had iets speciaals, ook al was het maar omdat ik er ooit tijdens een ochtendlijke wandeling een drenkelinge vond. Niet bestand tegen zo’n kleurrijke aanblik ging ik er zelfs gezondheidsgewijs een paar weken onderdoor. De vrouw was een hele goede vriendin van m’n ouders, wat het verhaal nog schokkender maakte. Het leven was haar te zwaar geworden. Deze plek had dus een verhaal, én, ik had er sinds m’n jeugd al gepeurd, gepickerd, op paling gevist, met de matchhengel aan de slag geweest, enfin, het was één van onze populaire en goede stekken en nu zat ik er ook de karpers achterna. Nog niet het minst omdat er onder water een interessant richeltje lag, dat met een mooi onderhands worpje gemakkelijk te bereiken was. Karpers zwommen dit richeltje af als ze het talud van rechts opkwamen. Zo nu en dan kon ik er een karper vangen want het bestand was naar ons idee toen niet zo groot. Een dertiger was een Utopie…
Op een warme zomeravond liep ik op deze erg donkere stek af om wat te voeren. Een dagelijks terugkerend tafereel. Zes dagen weinig voeren, één dag afromen. Aalten ‘avant la lettre’, maar dan iets beter. Dat driedagengedoe vond ik maar niks, iedere avond voeren werkte gewoon beter op lange termijn. Ik kon dat donkere weggetje wel blindelings lopen (want je zag er toch geen steek) en nam zoals altijd het derde gaatje in de rietkraag. Een paar stappen verder en ik kon m’n ene voet op de oeverbalk zetten. Enkele meter verder moesten de balletjes te water plonsen, richting richel. Twee worpjes en ik voelde iets… er was iets…
Iedere visser kent hét gevoel, de dreiging van iets rondom je, wat je niet kent… niet ziet…
De rillingen liepen omhoog over m’n rug… Ik keek rond maar zag niks…
Ach, er was niemand, gewoon niemand, Geert…
Maar toen keek ik naar beneden… en verdorie, pal tussen m’n benen in lag een jong koppeltje, héél bloot en nogal op elkaar (dat kon ik wél zien). Zelfs in het donker was het bijzonder duidelijk wat ze daar aan ‘t doen waren. En ik stond tussen hun benen! Ze waren doodsbang (maar eigelijk was het bijzonder grappig). Het enige wat ik geschrokken kon uitbrengen was: “Hallo, ge moe nie vershietn, ik komme ier iedern dah é betje voer in ‘t wotter smittn veur op min karpers te visn… verstojt?”
Ze gaven geen krimp, want zo erg duidelijk was m’n uitleg (voor een leek) nu ook weer niet. Ik gooide de rest van de boilies op de stek, dit kon ik niet nalaten want gevoerd moest er! Ik excuseerde me nog eens, en nog eens, en verdween toen als een karpervisser in de nacht, in de richting van waar ik uit het niets was opgedoken…
De avond nadien, op m’n zomerse visavond, kon ik hun verdwaalde rubber opruimen… De stek was verstoord én het gat in het riet wat groter…
Danau did it, once again…
Alijn Danau ging vorige week terug naar z’n vertrouwde stek, Rainbow Lake, het welbekende betaalwater in Frankrijk. Hij is er zowat kind aan huis, maar droomt nog altijd van een weer andere bak! Hij had vorige week een supersessie met maar liefst 34 runs, met daarvan ook effectief 34 vissen op de kant. Eén ervan was een topschub op 28,6 kg. Eentje die ook nog eens op zijn verlanglijst stond!
Snoeken in de polder
Gisteren nog even een dag op stap met Fons, in de polder. Ik dacht dat het door de zware regenval en huppende temperaturen een flopje ging worden. Maar het viel mee, want Fons had net z’n blauwe Pakolepel in de heldere poldersoep gedoopt en er ging al een snoek aan! Diezelfde Pako stond ‘s voormiddags garant voor meerdere aanbeten, alhoewel er veel vis gelost werd. M’n vier pas gebonden streamers konden op niet veel bijval rekenen, enkel op de groen-blauwe kreeg ik een slappe aanbeet… De conclusie (voor mij) was dat ze meer zin hadden in een steviger hap, de vibraties van een schommelende lepel zijn onder water immers helemaal anders dan een zacht pulserende bontstreamer. Ik deed verder met alles wat ik m’n tas had maar erg veel actie kreeg ik niet tot ik er een jerkbaitje aan knoopte. Toen kwamen er vlot wel enkele aanbeten, meestal met lossers tot gevolg. Eén snoekje sprong als een forel zo hoog uit het water, prachtig!
Een beer van een poldersnoek (die m’n aas tot in de kant argwanend had gevolgd) werd deze dag op meerdere tijdstippen aangeworpen met een keus aan verschillende aasjes. Maar deze eendebek hield z’n kaken echter stijf op elkaar.
‘s Avonds zochten we nieuw water op, een eind van de wereld af. Het zag er rustig uit, met veel rondscharrelende prooivis. De aanbeten kwamen vlug, met nog meer missers tot gevolg. Fons losste er een paar héle beste en ik lostte er één op een Aglia-spinner die ik bij m’n grootste poldervissen had kunnen noteren. Fons vond dat ik op dat moment toch wel wat véél vloekte! Mea culpa!… Ik voelde me verslagen, zo’n vis laten gaan…
Met de spinner kwamen er in sneltreinvaart nog een aantal baarsjes op de kant, zo’n zes bij een gezonken bootje vandaan en nog een viertal in een scherpe bocht aan een duikertje. Ik vind dit een schitterende visserij op licht materiaal.
Het werd gauw schemerig, en de rit naar het verre België was wederom zwaar. Maar goed, Fons had een twaalftal aanbeten met vier gelandde vissen, ik een zestal met 2 snoeken op de kant. Actie genoeg. Alleen aten de snoeken vandaag niet met een lepel maar och zo voorzichtig als ‘sushi met stokjes’…
Snoeken in de polder from Vandeplancke Geert on Vimeo.
De Dunne Lijn 2009

De herdruk van het knappe boek ‘De Dunne Lijn’ van Luc De Baets komt er aan. Lucske is de pas vormgegeven pagina’s druk aan het herlezen en het zorgt alvast voor de nodige spanning om het geheel op tijd bij de drukkerij te krijgen! Alhoewel dit niet direct aan het boek te zien is heeft Luc er toch een heleboel aan herwerkt. Het blijft zo’n 10 jaar na de eerste uitgave nog altijd een dijk van een boek, dé Koran van de Karpervisser!
Baarsje
Veel tijd om te vissen is er niet, de herdruk van Luc De Baets’ De Dunne Lijn slorpt tijd. Mogelijks vistijd. Ook de wind speelt nooit in m’n voordeel op de dagen dat ik weg kan… Maar goed, zo nu en dan wat leuke vissen, waaronder een reeks 40+ baarzen…
Ik ben ook aan het testen met m’n nieuwe videocamera, veelbelovend. Maar slaag er niet is om deze filmpjes mooi op deze blog te plaatsen, doorklikken op Vimeo geeft een véél beter resultaat!…
Verticalen op baars from Vandeplancke Geert on Vimeo.
Ardeche 2009
Net terug van een aangename en erg rustige gezinsvakantie aan de Ardeche. Vanzelfsprekend werd er niet veel gevist. Maar dat kriebelt, u kent dat wel, en er waren twee feederhengels met de bagage meegesmokkeld. Plus een minitasje met de kleine broodnodige spulletjes. Blikmais en stokbrood moesten als aas volstaan.
Ik beging de fout om m’n vliegvismateriaal thuis te laten want dat bleek later de enige techniek om de schuwe bergstroomvissen op een efficiënte manier slim af te zijn.
Ik dacht kopvoorn en barbeel te vangen op de Ardeche en de Rhone, wat een tegenvaller. De Rhone stroomde als een gek en de Ardeche lag werkelijk vol met kano’s. Duizenden! Twee namiddagen gevist zonder enige beet…
‘s Avonds op stap gaan met korstjes als aas was wél een succes. Freelinend in de stroming met fijn nylon werkte perfect en zo kwam ik na gedegen sluipwerk alsnog aan een aantal mooie kopvoorns. Maar eens je in zicht kwam was je gezien!…
De mooie barbelen die ik zag zwemmen en flanken gaven verstek.
Jan dacht het allemaal beter te kunnen en probeerde met zelfgemaakte speer enig avondeten te spiesen. Papa moest ‘m hongerend huiswaarts rijden. Het plezier was er niet minder om!
De Ardeche. Een rijke fauna en flora voor diegene die het wil zien en ook het kleine eert… Veel en lekker eten… de wijn deed de rest…
Grouper
Terwijl ik me al opwind over een winde (van een kleine halve meter), zo vangt Jacques wel eens een wat grovere baars! Meer kan u zien én lezen in z’n nieuwe boek ‘Als het Vissen in je Bloed zit’…
Zie en bestel op: http://www.alshetvisseninjebloedzit.nl
Winde
Wat een warme zomerdag langs een riviertje! Struinend met de lange werphengel, met korst en blikmais als aas. Ik had al twee brasems op het korstje gevangen, ik wist niet dat brasems aan de oppervlakte azen op stromend water?… Ik zag deze winde daarnet azen op een bedje zoete mais die ik tien minuten eerder op een ondiep plekje had gestrooid. Net op de rand van stroming en rustig water. Op een karperhaakje had ik drie maisjes geprikt om hem te camoufleren en het listig tussen de andere gelegd. Het was er ongeveer 70cm diep. Deze vis kwam regelmatig over het voerplekje schuiven, proefde en spuwde dit haakaas in één keer uit, en keurde het zaakje dan maar finaal af.
Eén ge-free-lined maiskorreltje op een piepklein haakje bracht wél uitkomst…
Vissen op zicht is machtig, niet eens een pen nodig!
Megabrasem
Karpervissers zijn normaal gesproken niet tuk op brasem, het is slechts hinderlijke bijvangst. Ze komen er te pas en ten onpas aan hangen, vooral als het net niet moet. Soms worden ze zelfs met het minste respect behandeld en minachtend teruggezet.
Het kan ook anders.
Alijn ving vorige week op een ‘niet nader genoemd’ Belgisch water een wel erg grote brasem. Hij had ze onlangs tot in de vijf kilo categorie, maar deze spant de kroon! Ik weet niet hoe groot een brasem wel kan worden, maar deze is met z’n 7,3 kilo een absolute topper! Maf! En waarschijnlijk zelfs een Belgisch record…
Zomerpolder
Ik moest aan Vic denken toen we vandaag door de zonovergoten polder reden. Hij zal de polder missen, en de polder hem ook… Onze Vlaamse Jan Schreiner is niet meer. En dat is jammer want ‘t was een verdomd sympathieke man.
Fons vroeg me of ik niet mee wou om een onvervalste zomersnoek aan de haak te slaan, na 30 jaar snoekvissen was dit nog iets wat op z’n palmares ontbrak. Ik had ‘m gewaarschuwd dat de polder goed dicht lag met planten, maar we gingen toch.
Prachtig weer, T-shirt-weer. Prachtige polder, met tientallen hazen… En veel groen. Het was dus zoeken naar stekken waar we met twee een tijdje konden vissen. We verplaatsten ons vlug en alzo kom je op plaatsen waar je nog nooit gevist hebt. Dankzij een goede stafkaart met daarop aangeduid waar je wel en niet mag vissen is dit erg eenvoudig.
We stonden versteld van het erg heldere water, en door m’n nieuwe polaroidbril werd dit gevoel nog versterkt. Een aquarium!
Op de eerste stekken bleef het rustig. Verkassen.
M’n eerste aanbeet kwam van onder een boom, een droomstekje langs een iets bredere vaart. Zoals Fons zei: ‘Als je de stek ziet wéét je dat je het kan verwachten’? Maar ik sloeg prompt de lijn kapot… Vis weg, met streamer in de bek. Dit is erg en het is alleen je eigen schuld, Planke… Ik viste verder in de hoop dat een beetje snoek een streamer op enkele haak vrij gemakkelijk kwijtraakt.
Wat verder verspeelde Fons een uit het water springend snoekje. Spijtig. Enfin, mooi weer, en toch nog beet krijgen. Dat was al iets. Verkassen.
Naar een stuk polder waar we niks van wisten. Mooi open water en stroom. Fons haakt al na een paar worpjes (aan de auto) een beste vis, die ook weer lost. Jammer. De stek aan de auto werd stevig uitgekamd omdat het er goed uit zag. Zonder verder resultaat.
Dan maar verder het land in, het zag er veelbelovend uit. Driehonderd meter verder haak ik een peutertje, waar ik eerst een streamer-spelletje mee had gespeeld. De rakker bleef maar van links naar rechts kruisen, achter m’n streamer aan, voor hij erg zich toch op stortte.
Verderop werd het onbevisbaar, dus keerden we terug. Fons vond het leuk om nog een paar worpen aan de auto te doen. Hij haakte al vlug een leuke snoek, die na een foto mocht zwemmen.
Ik begon wat aasjes te verwisselen, ik kan het niet laten. Ik zei net tegen Fons: ‘Zie eens hoe mooi dat Buster Jerkje door het water gaat in die stroming, ‘t is precies echt!’. En het slootje onder me spleet open en je zag al direct dat het een poldertopper was die het aasje verzwolg. Nou was m’n kunstaas voor m’n voeten op die plek zeker al zestal keer of meer gepasseerd en nu pas een beet… Tja…
Totaal ongecontroleerde dril, met een te licht hengeltje, door een nerveuze visser die weet dat hij een mooie aan de haak heeft.
Het beest raakte geland en m’n maat nam enkele mooie beelden. We waren in euforie. Putje zomer en daar ligt plots een poldersnoek van exact een meter voor je voeten. Onverwacht. We hadden ‘m beiden dat jerkje zien nemen! We moesten er hartelijk om lachen. Ik wenste Fons er ook één toe! We deden het zelfde stuk water nog eens maar het was over met de pret. Verkassen. Het bleef stil.
Dan maar terug naar de eerste stekken. Een mooie snoek, toch wel een erg stevige tachtiger, volgde m’n streamer tot in de kant en bleef er stokstijf op halfwater staan. Ik riep Fons naderbij, mischien was het wel mooi als hij de vis op de kant kreeg? Dat plannetje lukte niet en de vis verdween spoorloos in het kraakheldere water…
Het was op voor vandaag, en we gingen een uitsmijtertje eten in het visserscafé.
De flauwe Nederlandse biertjes deden toch netjes hun werk. Weeral een prachtige dag, met zoals Fons zei: ‘Een moment dat je nooit meer vergeet’.
‘t Is een beetje zoals Vic…
Onafscheidbaar
Ik heb afstand genomen van m’n trouwe vissloefen. Ik kan me niet herinneren dat ik er ooit andere heb gehad om te vissen. Ze stonden aan m’n shelter toen ik met Phil in het zuiden van Frankrijk zat te karperen, ze zaten aan m’n voeten toen ik die duizenden kunstvliegen heb gebonden, ik had ze bij tijdens ‘t vissen in Slovenië en Canada, Ierland en nog zo veel plaatsen meer. Ook in Zuid-Afrika, Gambia en Gabon waren ze van de partij. Ze hebben zelfs Luc’s tarpon van 2 meter 20 meegemaakt… en talloze voor die tijd prachtige en grote karpers… Ik droeg ze tijdens het bootvissen op het Indiana-meer, ach, de lijst is eindeloos.
Vandaag heb ik ze, afgesleten en vol gaten, met een weinig weemoed in de vuilniszak gestopt. Ik kon het niet laten om er een foto van te nemen. Ik weet het, wat een nostalgie, maar wat een herinneringen hangen aan dat schoeisel vast!…
Een nieuw boek!
Jacques Schouten heeft een nieuw kindje gebaard, en ik heb het verwekt. Ahum…
Negen jaar na z’n vorig boek (De Nieuwe Zoetwatergiganten) is er nu deze klepper! Over z’n belevenissen en hengelavonturen op alle mogelijke plekken van deze globe. Als vanzelfsprekend gaat dit boek over de allergrootste vissen die je met een hengel kan vangen, en het zoeken ernaar. Jacques werkte er negen jaar aan, ik aan de vormgeving een paar hele stevige weken. Frans Fentrop maakte deze keer de illustraties, en we zijn met z’n allen erg fier op dit (2kg.) resultaat!
Meer info vindt je op http://www.alshetvisseninjebloedzit.nl
2 dagen vissen!
Zaterdagvoormiddag trok ik op ‘t gemak de nederlandse polder in op zoek naar vis. M’n ganse auto zat vol met spullen dus kon ik wel een en ander uitproberen.
Een paar stukken poldervaart werden uitgeworpen met een jerkbaitje, maar ik zag niks z’n staart roeren. Meer nog, op speldaas na, zag ik helemaal geen enkele vis zwemmen! Kraakhelder mooi aquariumwater, maar geen visje te zien…
Dan maar naar de gekende graskarpervaart. Ik hoefde daar niet lang te zoeken om een paar vissen te vinden tussen het overvloedige plompenblad. Het vaartje lag op het midden na helemaal vol met het groene blad. De twee broden die ik bij had waren een beetje overbodig want zodra ik een sneetje durfde te voeren kwamen de meeuwen er als vliegen op de stront op af. Grassies moet je een beetje op dreef krijgen door ‘t voeren met wat losse korsten. Een enig stukje brood wordt ginds met argwaan bekeken. Uiteindelijk kreeg ik er eentje voor m’n voeten aan het azen (en daar durfden die meeuwen niet te komen). Na een explosieve start met Ooo’s en Aaa’s van enig vrouwelijk schoon achter me volgde er een makke dril tussen het plompeblad en kon ik een fijne grassie landden. Toch welkom jij makker, als je niet veel vist doet elke vis deugd! Die klauwhaak kreeg ik er bijna niet uit, lossen was helemaaal onmogelijk geweest.
Na een gebakken stukje vis (ze noemen dat daar een lekkerbekkie, haha) reed ik bij Jacques langs die pas terug was van morgendienst. Een gezellige babbel en een Jupiler later (hij wéét wat goed bier is) reden we terug om het 2,5 liter blik mais die ik bij had op enkele strategische plekjes uit strooien. Het blik mais was zowaar tien jaar oud maar de inhoud nog prima. Na het eten waren we er terug en op een paar plekjes was er de nodige broes te zien. Er was iets aan het stoempen in de modder.
Bij een betonnen brugje zeilde m’n pennetje na een harde tik mooi weg en iemand onder water trachtte na de aanslag onder de brug door te stomen. Veel karpers heb ik nog niet van op een brugje gedrild, dus dat is voor een Belg extra spectaculair. Kraakhelder water, plompen en een betonnen brug stonden garant voor een spannende dril. Hadden we dit soort omstandigheden maar in België, vissen ten top!
Nu, hij was niet zo groot, en dat hoefde in die omstandigheden en gezelschap ook niet. Het stekje was afgeroomd.
De andere stekjes gaven nul op het request (alhoewel Jacques één keer missloeg en die moeillijk doende graskarpers verwenste). Hij had trouwens het idee dat we te laat terug gekeerd waren. Ach, wat maakt het… We hadden vis gezien en gevangen.
Zondagmiddag reed ik met Jan mee naar het verre Limburg. Op zoek naar barbeelstekken aan de Grensmaas. Erg leuk en mooi daar maar dit had ik even onderschat. Ik was nog nooit in dit deel van België geweest en ik had me met de Grensmaas een idyllisch riviertje voorgesteld. Dit viel behoorlijk tegen, in breedte en diepte. We hadden direct door dat je mede door de onbereikbaarheid voor dit water leergeld moet betalen. Uiteindelijk visten we op twee totaal verschillende, mooi ogende stekken… maar zagen de toppen van de feederhengels niet doorbuigen door een aanbeet van een barbeel, enkel door de monotome harde stroming. Het zal dus voor een volgende keer zijn!
Nieuw aan het kanaal
Het was alsof het kanaal tegen me zei: “Welkom, jongen, het komt wel oké”. Ik moest naar die plek. Vanavond moest ik met het pennetje vissen! Ik had er gisteren al zin in maar had geen mais, noch anders lekkers in huis. Marleen was zo lief geweest er vandaag mee te brengen uit de supermarkt. Gewapend met één blikje mais trok ik naar het voor mij absoluut nieuwe kanaal. Ik wist en weet er niks van af. De diepte viel mee op het taludje in de kant, dus dat was een meevaller. Toch maar een stevige pen gemonteerd, want het stroomde nogal hard. Eén handje mais rond het pennetje, plus één handje tot een brij geknabbelde mais erbij. Dat stond.
Ik zat er lekker in het avondzonnetje op m’n waxjas, want waar dat verdomde zeteltje tijdens m’n verhuizing is gebleven weet ik niet. Maar de temperatuur was bedriegelijk, fris aan de voeten.
En zie, daar draaide een kleine vis, misschien wel een kroes? Na een uurtje kreeg ik een mooie trage wegloper, niet te missen. M’n hart popelde bij het zien van deze spiegel, de eerste van een nieuw water is altijd speciaal. Aan het lichte 1 1/4 lbs hengeltje gaf het beest héél wat sport maar belandde toch in het gretig uitgestoken net. Een paar foto’s op de mat en hij gleed terug. Ik besloot het op een ander plekje verderop nog eens te proberen en na wat peil- en afstelwerk stond het me wel aan. Maar de zon kroop al in bed en het koelde zienderogen af. En toch liep dat pennetje nog eens lui weg, ik wist al dat het een karper was voor ik ‘m aansloeg. De kleine rakker plonsde dat het een aard had en ik vond hem niet gemakkelijk terug in m’n net. Maar ach, wat geeft het, kleintjes zijn ook welgekomen op zo’n korte sessies! Twee vissen op één avondje, op een nieuw water, én met het pennetje. Dat kan slechter. Binnenkort eens zien of het ook nog béter kan!
Jacques’ eerste
Gisteren kwam Jacques Schouten bij ons op bezoek om één en ander te plannen, en hij was, zoals altijd, een uur te vroeg. Hij had niet durven aanbellen en was dan maar aan het bosje om de hoek op een bankje naar de vogeltjes gaan luisteren, om 6u30! Rare jongens, die Hollanders!
Absoluut een leuke morgen, maar ‘s namiddags werd de brave man hongerig naar een Belgische vis. Het is hem gegund maar het weer was niet zo best, wel warm maar een beetje grijzig en een briesje. Niet zo goed om een vis aan het oppervlak te vinden…
We besloten dan maar om wat te wandelen langs het Fort van Lier, wat een mooi water is me dat! Werkelijk prachtig. Een kempzaadvisser zat er verscholen tussen de bomen. Buiten een zilverreiger was er verder niet veel aan dierenleven te ontdekken. Ook aan het kanaal was niet veel te zien en ik nam Jacques mee naar een water wat verderop. Waar ik eigenlijk niks van afweet.
Het bleek dat je er niet helemaal rond kon, en er was ook geen vis te zien in het kraakheldere water.
Op de terugweg, aan de auto, zwom er een kleintje, en wat verderop vonden we in de luwte best wat mooie vissen aan het oppervlak. Uit de wind! Ahaaa!
Jacques word dan op z’n eigen kenmerkende rustige manier erg wild en nerveus. Het moest gebeuren. Ik had nog uitgedroogd brood in de auto, dat moest het maar worden.
Dat uitgedroogde brood deed ons de das om want die harde brokken waren ze daar duidelijk niet gewoon. Er werd mee gespeeld dat het een lust was, en we verspeelden ook een paar kansen. Slechte timing, nog niet wakker van de winterslaap, of gewoon nerveuze vissen?
Ik haakte er één maar die schoot los en ik draaide een dwarrelende schub op de haak binnen.
Na wat voorjaarsgeklungel beterde het tij toen we kleinere stukjes brood uitprobeerden. Jacques had een stevige dril aan z’n schubkarper op m’n 1 1/4 lbs hengeltje. En even later haakte ik een kleiner schubje. De mooie koi’s die aarzelend onder onze korsten kruisten werden niet gehaakt.
Even later komt iemand op ons af, ik herkende hem ergens van, en die wist me te zeggen dat ik ginds helemaal niet mag vissen. Wist ik veel… ik was er nog nooit geweest… het is ook niet bekend.
We vertrokken dan maar, én hadden toch een erg leuk moment beleefd.
Misschien moet ik me daar maar eens een vergunning aanschaffen.
Domme koi
Opruimwerken aan ons vijvertje. Er zitten véél te véél vissen. Komeetstaarten die voluit voor de nodige nakomertjes zorgen. Omdat het met een schepnet niet zo best lukte ging ik met een kort hengeltje aan de slag, mét broodvlokjes. De goudvissen werden al snel gedecimeerd, en de enige kleine koi die ons vijvertje rijk is slaagde er in om drie keer aan m’n haakje nr. 18 te blijven hangen. Op een half uurtje! Jan harkte hem er nadien met het netje ook nog eens uit (kan je hem niet kwalijk nemen als z’n pa zo tekeer gaat). En ik kon ook nog deze pad in close-up fotograferen…
Kaper op de kust
Vandaag nog eens een paar uur op stap geweest met de korst. Het was moeilijk om vis te vinden… ze zaten wel boven, maar nog allemaal in de okstakels (en dat op vier verschillende wateren). Ik vind dat heel eigenaardig, met zo’n warme lenteprik.
Ik vond op het laatste water een bereikbare koi van een kilo of vier tussen de struiken en die moest het dan maar worden voor vandaag. Na een halfuur kreeg ik hem uit de struiken gelokt met kleine stukjes korst en ‘k rook m’n kans. Maar net op dat moment komt er een kolonne karpers ingezwommen met een hele beste erbij. Je kan het al raden, de hele bende zwemt linea recta naar m’n korst die ermiddels ook tussen lag… en de kleinste acceleert om het voor de neus van de grootste – die z’n snoet al aan het opentrekken was – weg te sloeberen. Woesh, weg de hele bende, toen ik sloeg. Dit scheelt me verdorie een ferme dertiger!
Dat visje was een mooi goudbruine spartelaar, een toch welgekomen kleintje op deze zomerse lentedag. Een karper op de korst, ah nee, een kaper op de kust!…
Paasvis
Anderhalve maand niet gevist. Dan sta je hongerig. Deze week was ‘t aangenaam warm en mogelijks was er wel een vis aan het oppervlak te verschalken. Drie keer was ik na het werk op zoek gegaan maar er was nog niemand thuis. Maar vandaag was het hier erg warm voor de tijd van het jaar, met weinig zon. Ik gaf het een kans en vond er een paar tussen de obstakels die het water in overvloed heeft. Ze kwamen er niet echt onder uit. Het was te ver om korsten tussen de karpers te werpen, ook het briesje stond tegen. De eerste die het echt waagde om er een heel stuk uit te zwemmen wierp ik een ferm stuk brood toe, mét haak! Hij zwom er in rechte lijn naar toe en slobberde het gulzig binnen. Prijs! Ferme dril tussen de in ‘t water liggende takken! Ik had m’n plezier al gehad met mijn eerste karper van het jaar! Een Paasvis. Scheppen was moeilijk want ik ontbrak de spreader van m’n schepnet. Verhuizen heeft zo z’n nadelen. Dan maar met het net zonder steel en na twee loze pogingen lukte het zonder verder probleem. De zelfontspanner deed z’n werk en het beest bleef rustig. Tof. Hij ging er met een paniekerig shot vandoor toen ik hem van de mat in het water liet glijden. Dat zal ‘m leren om te zonnen met Pasen.
Gratis werken in de polder
Het is veel gemakkelijker over je triomfen te schrijven, dan over het falen. Voor mij was het net voorbije roofvisseizoen samengevat: één falen. Oké, ik ving wel eens een visje, maar over de ganse lijn was het bijzonder flauw. Maar ja, als je nauwelijks vist kan het bijna niet anders.
Mensen verwijten me dat ik teveel resultaatgericht zou zijn, dat ik wel moet vangen om er plezier aan te beleven. Wel, dat is natuurlijk de grootste nonsens, en het bewijst hoe weinig ze van me kennen. Ja, ik vang graag m’n visje, en ‘t hoeft niet eens groot te zijn. Als ik maar eens actie krijg. Je bent een visser, of je bent het niet. Ik wil ze van onder de spiegel vandaan krijgen. Daarom. Bittervoorn, zeelt-tje of kanjersnoek, je bent altijd welkom…
Wel, vorige week kon ik onverwacht weg, Jan ging op scoutsweekend. ‘t Was verdomme koud in de Hollandse polder. Ik kreeg wel wat actie, maar er zat geen lijn in. Mijn trouwe streamers werden aangeplukt, gemene staartbijters! Uiteindelijk had ik vijf aanbeten waarvan ik er twee haakte. Eén heel kleintje en een hele mooie, ik schatte ze ergens tegen de negentig aan. Misschien wat minder, maar ze was zo dik, zo vol dat ‘t voor de polder een enorme indruk maakte. Jammer dat ik er moederziel alleen stond met m’n geluk. Dat zo’n vis zo hard kan sleuren op een zacht hengeltje met 10/00 dyneema was me onbekend. Dus het poldervissen is voor mij in de toekomst ook ‘superlicht’ vissen (maar niet zo licht als Peter Linzell hoor, dat gaat me wat te ver!).
Nu, dat staartplukken doet me denken aan regenboogforellen, die kunnen dat ook goed als ze een paar keer gehaakt zijn. Eens testen of het eetbaar is, of er reactie komt… Dressuur? Sommige mensen, weeral, menen dat dit niet kan maar ik weet ‘t nog zo niet… Feit is dat de stroken water die ik bevis de laatste weken erg veel kunstaas gezien hebben. Dat het water lange tijd toe lag maakt het alleen maar erger.
Iedereen wil immers op korte tijd z’n visje vangen, hé?…
Zaterdag ging ik terug met Fons Fairplay. Fons, de polderfreak (en nog meer een Jan Schreiner-freak!). Altijd leuk om daarover te babbelen, en toen hij z’n eerste eigengemaakte vederlichte jerkbaitjes in m’n handen stopte kon ik niks anders doen dan ze mompelend goedkeuren. Ze zagen er gewoon perfect uit, en daar kan ik enorm van genieten. Ja, Fons, ge zijt beeldhouwer, of ge zijt ‘t niet! Nu nog een likje lak, en ‘t is viske pak!
M’n eerste worp, net naast de auto resulteerde in een flinke vis die vrij vlug losschoot. Hmmmm…. niet slecht als begin… maar u kan het wel raden, ik kreeg voor de rest van de schitterende visdag zelfs geen staartbijter meer… Alle aas in m’n doos passeerde de revue.
Fons kon maar druk doorspinnen met z’n zelfde lichte spinnertje en kreeg pas in de late namiddag z’n eerste aanbeet. Oef, de eer was gered. We dachten dat ze tegen de avond wat agressiever zouden worden. Nee, het bleef stil. Ook andere polder vissers klaagden, het wonder van de laatste roofvisdag van dit seizoen was dus niet gebeurd.
Toen kreeg ik een sms-je van Jan, die met z’n vriend Ben ook in de buurt aan het vissen was. ‘Ja, Geert, we hebben er negen, en nog wat lossers erbij’…
Wat doe je daar nou mee, dachten we. Jan, is dat soms een wind-up? Nee, zo is Jan niet, hij vangt ze gewoon. Maar wat bleek… ‘s morgens had hij in de zelfde zwaar bevistte polder gevist als wij deden… en dat was niet best. In de volgende, me totaal onbekende, polder liep het voor hem blijkbaar wel als een trein. Een waarschijnlijk weinig bevist watertje. Moet je dit nou klasseren onder de noemer ‘dressuur’? Maar het is gemakkelijker te zeggen dat Jan en Ben erg goed kunnen vissen! Dan ben ik er vanaf, haha!
Toch hadden we met z’n allen weer een heerlijke dag in de polder, en dat bewijst ook weer dat ik niks moet vangen om me prima te amuseren!
Phil strikes again!
Als me de tijd volledig ontbreekt om te vissen, dan is er ook geen tijd om te schrijven. En dan rest alleen nog het dromen van… en nu en dan een bevrijdend mailtje lezen.
Phil bekende me deze vangst al een hele tijd geleden maar nu pas komt hij er mee naar buiten. Plankie had al die tijd te zwijgen! Hieronder z’n korte verhaaltje:
“Eind september vorig jaar wist ik een vis te vangen waar ik zelf toch even stil van werd. Een schubkarper van 32,6 kg. bij een lengte van 107cm!
Gelijk een personal best schubkarper voor mij en dan ook nog een relatief onbekende Belgische vis… dat maakt die vangst alleen maar mooier…”
Inderdaad Phil, ‘t is een ongelofelijke bak! Proficiat, makker!
Afscheid van een water

27 december. Gunther viste een symbolische afscheidsdag aan de oevers van het Fort van Sint-Katelijne. Volgend jaar nemen we geen vergunningen meer, door de huidige stand van zaken aldaar. Hij had enkele vrienden uitgenodigd om eventjes langs te komen. Deze stek lag er prima bij, vrij van het snel oprukkende ijs. Gunther had een paar handjes gevoerd, in de afgelopen week. Misschien viel er wel een afscheidsvis te vangen op deze winterstek!
Bart, Ben, Steve en ik (en Jan en Xandertje) trotseerden de kou om er bij Gunther één aan de haak te wensen. De zon liet zich van haar beste kant zien, ze scheen warm en laag over de stek. Het middaguur beloofde veel goeds maar met het wegzakken van het licht vervlogen ook de vangstkansen. De meerkoeten doken de schaarse 14 mm balletjes op, en zo kwam een einde aan enkele mooie jaren aan de oevers van dit Fort.
Een fel besproken water. En waarom een afscheid?…
We dronken een fles Cava leeg, en een paar biertjes, die voor de gelegenheid hier buiten goed koud lagen. Alsof dat nodig was…
Waarom willen we ginds niet meer vissen, zo’n leuk water? Wel, om het kort te houden, en niemand voor het hoofd te stoten… het volgende…
Op de ledenvergadering van december 2007 werden enkele dingen beslist die voor iedereen erg moeilijk lagen. Zowel voor het Bestuur, en misschien nog méér voor de leden. Later, toen iedereen z’n lidgeld betaald had, werden die afspraken met flauwe redenen geschonden. Maar afspraken zijn afspraken in deze wereld en daar zou iedere Belg zich aan moeten houden. Wie niet op de wachtlijst stond voor dit mooie water, zou er ons inziens niet mogen vissen. Waarom mag het dan via schalkse omwegen wél, door sommige personen? Vergunningen inwisselen voor een jaar, dit kan toch niet? Er waren zoveel mensen op de wachtlijst die maar graag eens aan de oevers van dit fort hadden gevist? Gebrek aan kandidaat-leden, laat me niet lachen!… Dus, de brave Stef Michiels gaf beschaamd z’n ontslag als karpermeester van de vereniging, hij kon met deze gang van zaken niet akkoord gaan. En terecht.
Maar goed, even in de aanval. Een vrij zwak in z’n schoenen staande voorzitter, die op dat moment geen keuzes kon maken, en een gewiekste secretaris die het (als betrokken partij in het omzeilen van de wachtlijst), erg handig naar z’n kant trok. En zo, hop, de wachtlijst bestond plots niet meer… Daar gingen jaren vol verlangens van velen, uitgerangeerd. En ook het reglement werd veranderd, zonder instemming van de leden.
Er kwamen nieuwe leden hengelen die niet op de wachtlijst stonden, zomaar. Niets op tegen, zeker niet tegen deze vriendelijke mensen. Maar wat met de afspraken, en de wachtlijst, vertelt u me dat eventjes, heren van het Bestuur? Daar kon ik, en de rest met mij, niet over. Ik viste er één keer, in het voorjaar. Dure mooie vissen dus, maar het lekkere gevoel van het intieme en exclusieve watertje was verdwenen, en ik besloot er nooit meer te vissen…
Waarom kregen de leden geen uitnodiging voor de Ledenvergadering in 2007, zou de confrontatie misschien te groot zijn? Zou men kleur moeten bekennen?…
Ach, met m’n verhuis ligt er zo veel nieuw water voor de deur. Nieuwe waterwegen, om te ontdekken. Het Fort is bijna vergeten, de perikelen van het laatste jaar iets minder.
Maar goed, we moeten verder op de stroom. En in mijn geval is dat liefst het machtige Albertkanaal.
Wel, beste lezers, ik wens jullie het allerbeste voor dit jaar 2009. Dat vele vissen mogen glinsteren in ‘t lage zonlicht, vol zorg in je handen gedragen, en rustig terug zwemmend naar de donkere diepte. Daar waar wij alles over willen weten. Tot een volgende keer.
Vischcollege 777

Als je van vlakbij een haas ziet op de vlucht gaan, de halve polder door, dan is je dag al goed. Zaterdag waren we naar de polder afgezakt voor de bijeenkomst van het Vischcollege 777. Een mengelmoesje van karper- en snoekvissers die in de winter samenkomen om te ‘poldersnoeken’. De Belgen (Fons en ondergetekende) waren er al toen ‘t nog donker was. Een half uur te vroeg voor openingstijd van het cafeetje. Dat zegt duidelijk genoeg over onze zin om te vissen…
Na de nodige koffie, thee en Jaegermeister stormden we met z’n allen in alle windrichtingen het soppige land in. Iedereen was enthousiast want de wind zat goed, het was warm én bewolkt. Bijna garantie op goed snoekweer. Nu, zo eenvoudig lag het niet, er was weinig prooivis te vinden en de snoeken lagen redelijk vast. Ik vond het zelfs moeilijk. Maar voor mij was het een nieuw stuk water met uitdagende hoekjes om naar toe te werpen. En dat is fijn want het is uitdagend voor je concentratie. Ik had een oud hengeltje uit m’n kast gehaald. Het verbleekt tegen Fons’ prachtige Fairplay hengels maar het doet wat het moet doen, op een fijne manier snoeken vermoeien. Een Kunnan-stokje waar ik de ganse dag Ondex 4-tjes mee geworpen heb. In goudkleur. Dat oude hengeltje was ooit m’n eerste kunstaashengeltje én het blijkt nog altijd prima.
Om twaalf uur zat iedereen terug in het vertrekpunt, kwijlend naar een kom erwtensoep met bijhorende broodjes kaas/ham. En Jaegermeister dat daar gedronken werd! Iedereen van ons clubje, op een paar na, had enkele vissen gevangen. Iedereen was zichtbaar tevreden! Er werden voorstellen ingediend om met de club ook eens ander polderwater te verkennen, op visweekend te gaan én zelfs het wijde sop te ontdekken, op zoek naar winterse gul.
Ik had de vorige avond een feestje met de ex-werknemers van Focus Advertising gedaan en maar twee uur geslapen, pfff, de polder en de Jaegermeister sloopten me! Het was zwaar, een mokerslag in de namiddag! Het goudkleurige spinnertje parkeerde ik in een minder moment in een boom en ging verder met een eigen creatie aan de stalen onderlijn. Een fel oranje streamer met zwarte kop. Fons had ook bitter weinig geslapen maar de man is zo gedreven in het poldervissen dat hij het gewoon vergeet. We struinden dapper voort en toen het uiteindelijk donker was (we hadden om vier uur afgesproken maar waren het straal vergeten) had ik er vier, allemaal mooi door de winter getekende snoeken. Fons had vandaag minder geluk met z’n enkele mooie vis. We hadden er van genoten en stapten in het donker blij de polder uit.
Het café was al zonder vissers. We waren de laatsten… Een poldervisdag is voor een Belg altijd te kort. We hielden mekaar wakker in de lange rit naar huis, door ‘t maken van flauwe grappen en een paar klappen op m’n hoofd! Fons, ge zijt nen echte poldervisser, petje af. Een ferme dag.
Die ene tijgernoot
Toen ik nog op het Land Van Ghow viste, de Gavers in Harelbeke, had ik een jaar een stekje aan het achtereind van de 65 hectare grote plas. Ik beviste toen een richel die, evenwijdig aan de oever, een eind uit uit de kant lag. Het moest wel een mooie worp zijn om er te kunnen vissen. Net na het ondiepe plateau in de eigen oever liep het steil af, een diep gat dat niet bevisbaar was. Alle visserij werd dus geconcentreerd op grote afstand. Het liep er niet zo vlot met de actie en één van de redenen was dat ik buren had die de aanzwemroute van de karpers danig wisten te blokkeren (met voeren, wat dacht je?). Ik moest dus vissen als zij er niet waren/voerden en dat was in mijn geval en werksituatie niet gemakkelijk.
Maar goed, één bepaalde week wilde ik eens de respons op tijgernoten proberen, dat was toen nieuw voor mij op deze plas. Op maandag, dinsdag, woensdag en donderdagavond werden er met de télé wat noten en boilies in het rond gestrooid op de richel. De boilies voor het geval dat… en het nodige vertrouwen.
Donderdagavond was traditioneel wieropruimavond. Een hark aan een lang touw voldeed
best. En als je ‘t Land van Ghow kent weet je dat dit een avondje Werken was, enkel en alleen om je stek voor de volgende avond open te hebben. De week nadien stond alles terug potdicht gegroeid. Wier, wier en nog eens wier.
Maar dan, op vrijdagavond (én visavond dus), waaide en brulde het als een Texaanse tornado! Ik had de wind vlak in ‘t gezicht. Op zich is dat natuurlijk fantastisch visweer, als visser word je immers herboren met zo’n wind, ware het niet dat ik niet bij m’n stek kon. M’n lood kwam zo terug gewaaid in de felle windstoten, het was te ver. Uitvaren met de télé was ook uit den boze. Alhoewel de boot beter was dan al wat nu op de markt verkrijgbaar is voor het grote werk, ik kon er niet mee varen. Ik kon dus niet behoorlijk vissen maar ik wist dat ik er alleen ging zijn, dus de vissen konden m’n stek aandoen. Het was een kans.
Dus slingerde ik uiteindelijk drie aasjes richting horizon, zo ver ik kon. Ik kon die horizon niet eens zien… Ik verwachtte niks, maar was er nu toch, en ‘k wist dat ik bij veel lawaai toch erg goed sliep.
Bijvoeren was niet mogelijk, de boilies die ik met de werppijp wegsloeg kwamen op de wind terugzeilen.
Maar, het duurde niet eens lang, of ik kreeg al beet op links. Ik was aangenaam verrast toen ik de vis geland kreeg, het was dus geen moeite voor niks geweest. Al lang vergeten hoe groot die karper was maar het was de eerste van 8 runs op die ene hengel, die beaasd was met een tijgernootje. De noot zag er na het terugzetten van de vis telkens nog best uit, ze bleef er dus aan en ik slingerde de rig terug het donker in. Door het gieren van de wind kon ik niet eens horen waar m’n lood landde. Voelen hoe diep het er was lukte ook al niet. Het was roeren in dikke soep met een slappe boterham. Maar ‘t werkte… die ene rig lag blijkbaar ergens op een plek waar bijzonder veel vis passeerde. Dat die het ene tijgernootje vonden was al helemaal super want de andere hengels bleven tot de dag nadien onaangeroerd.
Kort, tegen de morgen aan had ik zes vissen geland en was er twee kwijt in het vele wier wat links en rechts van m’n stek stond. De grootste vis was ergens net onder de vijftien kilo, meen ik me te herinneren.
Doorweekt en uitgewaaid gebruikte ik de zelfontspanner voor een wazige herinnering. Ik keek dus terug op een formidabele nacht… maar het plekje waar ik al die vissen gehaakt heb is nooit teruggevonden, laat staan dat ik wist waar het lag…
– Op verzoek van Luc De Baets is dit stukje ook gepubliceerd in de eerste herdruk van het boek ‘De Dunne Lijn’, wat ik een hele eer vond –
The Royal Coachmen
Ergens midden jaren ’90 werd ik lid van de Eendenmeervissers. Het Eendenmeer lag vlak bij Heusden, waar ik toen woonde. Ik zal er ooit Luc Reygaert vliegvissen met z’n karakteristieke witte streamers, hij was vriendelijk en aimabel, en ik was verkocht aan het werpen. Ik heb er veel geleerd, vrienden gemaakt, maar de sfeer en omgang met het nogal stroeve bestuur was soms niet alles.
Na onenigheid met ‘t bestuur startten een aantal vliegvissers een nieuwe club op, The Royal Coachmen. Naar het beroemde klassieke vliegje met de zelfde naam. Leo, duivel doe het al op z’n respectabele leeftijd, vond zelfs een meer voor de club, en de nodige mooie forellen werden uitgezet. Het werd een succes en een nieuwe club was een feit.
Ik heb er jaren héél veel plezier gehad, zowel met de vrienden, als met het vissen. Al gauw lagen er een aantal boten waarin we zelf geinvesteerd hadden, en van waaruit het comfortabel vissen was. Ik ben pas uit de club vertrokken toen ik in Mechelen ging wonen en de afstanden er een beetje teveel aan werden.
Spijtig genoeg zijn een aantal mensen van deze sympathieke bende al niet meer onder ons. Leo, ik vergeet je nooit, toen je op mijn kamer aan de Kyll in Duitsland lag te snurken als een os, na het vangen van de nodige forellen! Je had veel te vertellen, veel meegemaakt, en was altijd enthousiast… Lukske, stil en man van ‘t goe leven, ‘jaloers’ op de kleine vliegjes die we strikten, maar die hij zelf niet zo best kon zien. Altijd goe compagnie. En Daniël, de man met de fijne vingertjes die de perfectie nastreefden, die een rivier kon lezen al waren het de ogen van z’n vrouw, die mij het vliegbinden bijbracht en me leerde hoe je een rivier hoort aan te pakken. ‘t Is al lang geleden, dat je wegviel, maar je hulp werd erg gewaardeerd en is nog altijd gekoesterd.
Zo zijn er ook een aantal mensen in m’n erg directe omgeving die de druk van het leven niet meer aankonden en er bewust uitstapten. Teveel mensen…
En dus, zo sta ik vanmorgen weer eens stil bij mijn eigen kleine eindigheid, en hoe vlug het allemaal gaat. En daaruit put ik de hoop om eindelijk weer ‘s aan ‘t vissen te gaan…
Karperprimeur!
Alijn speelde het vorige week nog eens klaar om een ware onvervalste Belgische beer op de kant te leggen. Bij deze een primeur op onze blog! 28 kg spiegel schoon op de foto!
En dit is ook groot nieuws, de herdruk van het boek Karperblues komt eraan. We zijn keihard bezig aan de nieuwe vormgeving want het boek komt in een nieuw kleedje te zitten. Er zijn een hondertal extra foto’s in verwerkt, alsook een nawoord bij elk hoofdstuk.
Vanaf 13 december (op de VBK-meeting) is het boek terug verkrijgbaar. De oplage is echter beperkt, dus is bestellen misschien handig.
Dit kan via: http://www.westerlaan-publisher.com/karperblues.html
Tim Troost proost!
Mijn hele hebben en houden verdwijnt in kartonnen dozen. Tijdens het opruimen voor m’n verhuis vond ik deze foto terug. En dan komen herinneringen boven. Tja, absoluut één van de gaafste karpers die ik ooit mocht fotograferen…
Tim Troost, want zo heette die vriendelijke Nederlandse kerel, hadden we ontmoet tijdens de begindagen aan Lac Du Der. Hij had die week een aantal leuke vissen gevangen, maar deze spande echt de kroon. Echter een niet zo typische vis voor dat meer, al zeg ik het zelf, want meestal zijn het ginds erg zwak beschubde spiegels en lederkarpers. Het gewicht was onbelangrijk, ik had nog nooit een driedubbele rijen gezien!… Hij, of zij, woog ergens over de 18 kilo. En dan vraag je je af, zoveel jaren later: “Zou jij nog leven schoonheid, en ben je niet een beetje verdikt?”…
Tim Troost schijnt na al die jaren nog altijd gedreven op karper te vissen maar wij hebben nooit meer kontakt gehad. Als je ‘t mocht lezen, Tim, het is nog altijd een supervis!…
Losschieter
Dit lang weekend zat ik met David in het hart van Nederland, hopend op een mooie snoek van een paar duizend hectaren groot water. Het weer zat alvast mee, het was erg rustig én vooral erg warm voor de tijd van het jaar. De zon deed ons genieten. We hadden een hotelletje dichtbij de waterkant gevonden en ook stalling voor de boot. Alles was piekfijn geregeld, erg relaxed op deze manier!
Helaas zagen de snoeken m’n kunstaas niet zitten want ik kreeg slechts twee aanbeten op drie dagen vissen. De ene aanbeet resulteerde in een lossertje, de andere in een kleine snoek. Ergens rond de 70 à 80cm.
David had héél wat meer geluk met vier vissen en een aantal losschieters. Eén van tegen de meter aan, een 102,104 en 106 cm. Ik kan er ook een paar centimeter naast zitten, want ik was geintimideerd. Werd compleet naar huis gevist… kwam er niet aan te pas. Het viel op dat alle gehaakte vissen vrij nipt gehaakt waren, en eer een groot aantal losschieters ware. Waren deze snoeken voorzichtig geworden? Lagen ze met de bekken stijf dicht? We visten stug door tot zondagmiddag allerlaatste minuut maar het werd zondagochtend niks meer. Volgende keer beter, of, dat hoop ik toch. Met drie metervissen in de boot is dit een perfect weekend, maar zo zie je maar hoe ‘het niks vangen’ je perceptie kan beinvloeden…
Misschien moet ik me maar eens op het snoekbaarsvissen storten… Of gaan karpervissen, dat zou nog eens iets nieuws zijn!
Albertkanaal
Eind dit jaar verhuis ik, zélfs van werk, en laat Mechelen én Brussel aan z’n lot over en ga op het platteland wonen. En laat dat nou net in de buurt van het Albertkanaal zijn. Als straf kan je dit heus niet zien. Deze indrukwekkende waterweg (een erg drukke snelweg is béter) maakt op mij een enorme indruk. Na een paar stevige wandelingen is deze betonbak, die zowat de helft van België in twee snijd, in m’n kleren gaan kruipen en is er het verlangen om dit aan te pakken. Ik denk dat het voornamelijk komt door het erg heftig klotsende water dat maar moeilijk tot stilstand komt als er zo’n binnenvaartreus langs is gekomen. Het stroomt soms als gek en is troebel, behalve op zondag. Het ruikt er naar vis, voor wie het ruiken wil, en nog niet weinig! Het is zelfs zo dat m’n karpermicrobe terug toeslaat! Wie had dit gedacht?
Dat moet echter nog even wachten. Maar vorig weekend had ik na het leggen van een vloertje bij Marleen thuis nog een uurtje over. Met een vertikaalhengeltje en een doos shadjes in verschillende gewichtjes struinde ik wat langs de betonnen kaaien. Diagonalen vanaf de kant noemen ze dit in hengelsporttermen. 18 grams shadjes bleken mooi kontakt te houden met de bodem en ik voelde mooie mosselbanken tijdens het tikken op de bodem. Ik had al vrij vlug een leuke snoekbaars en mistte er later twee. Ze sabelden maar wat.
Het nodigt uit om méér, en dat komt nog. Volgend jaar woon ik er en wordt het grootste kanaal van België m’n thuiswater… Kan slechter, dacht ik zo?…
Als bijhorende fotoimpressie, hieronder een erg mooie van Phil Cottenier.
Dé boogschutter
Ik weet het, het heeft weinig met vissen te maken. Maar toch, zoals de vliegvisser graag z’n vliegje graag op de juiste tien vierkante centimeter presenteert, zo schiet de boogschutter graag raak. En dat deed hij!
Jan werd vorig weekend 2de op de Belgische Kampioenschappen Boogschieten Liggende Wip. En deze week 3de op de Proviciale Kampioenschappen! Bij de jongsten. Als dat geen puik resultaat is waarop we fier mogen zijn?!… Als ‘t dan geen echte visser word, dan liefst een goeie boogschutter!
Naar Lac Du Der
In de reeks Nostalgie gecatalogeerd: de eerste trip naar Du Der. Phil Cottenier en ik hadden in het voorjaar van ’92 iets opgevangen over een groot Frans meer waar misschien enorme mogelijkheden lagen. Het sprak tot onze verbeelding en dus werd in de zomervakantie een trip gepland.
We vielen omver toen we ginds over de dijk stapten, want wij als kleine Belgen waren geen groot water gewoon. 50 hectare was voor ons al veel en dan slik je wel als er zo’n slok van zo’n 4.000 hectare voor jou ligt.
De tweede mogelijke stek die we aandeden verborg een paar karpervissers, en godverdomme, hier zat Lukske De Baets met aanhang… Dat was een hint, hier moest het zijn! Maar, we hadden geen zin in buurtzitten, dus reden we helemaal naar de overkant. Na enig gezoek en gepeil vonden we een mooie stek aan de rand van een ondergelopen bos. De boot kwam er niet meer aan de pas en we voerden boilies met onze throwing sticks, de stek vol én goed open (hmm, niet enkel Baetske viste toen al zo…). Het werd nachtwerk en iedere nacht konden we meerdere mooie vissen zakken. Het was een succes, maar de extreme hitte was moordend voor de karpers. We voelden instinctief aan dat tijdens het najaar enorme vangsten zouden kunnen…
Oktober. We vierden er allebei onze verjaardag. Phil op de derde en ik de zesde. In de modder. Wat was dat behelpen. Tegenwoordig zit iederen goed ingepikt te kamperen langs de waterkant maar toen leek het meer op een modderbad annex vermageringskuur/dieet. Pionieren, dat was het. En de actie, het ongewone wat nu zo gewoon is, deed ons verlangen naar nog méér.
We vingen ons te pletter, het stopte niet, dag en nacht. En hoe meer we met onze werppijp voerden, hoe meer vis we vingen.
Eén nacht hoorde ik Phil herhaaldelijk naar me roepen. Ik had een run, riep hij! Ik werd wakker en besefte dat ik al stond te drillen, al slapend… En naast me gilde een andere Optonic het uit en ik hoorde het niet meer. Zo vermoeiend dat karpervissen…
Aan de overkant zat Kevin Maddocks, die behoorlijk veel ving, en er uiteindelijk een film over maakte. Zo ongewoon was het niet, wij hadden er nog veel meer. Als ik me goed herinner, een goeie ton karper in zes dagen vissen. De agenda waar dit alles in genoteerd stond is al lang verloren, de vangsten ietwat vervaagd, en ach, wat maakt het uit. De grootste vissen waren een goede 19 kilo, absolute bakken in die periode.
Toen we terug thuis waren en het onze vrienden vertelden – ik herinner me het verbaasde gezicht van Darwin nog- geloofde niemand ons… Velen zouden ons volgen. Ik ben er pas 10 jaar later eens terug geweest.
Oostenwind in de polder
Zaterdag ging ik met Fons een dagje stappen in de polder. Hij had het weekend ervoor erg goed gevangen tijdens die stormachtige zaterdag. De wind had duidelijk in z’n voordeel gespeeld want nu lag de ganse polder zowat dicht met kroos. Erg mooi hoor, maar om te vissen… Dan maar op zoek naar enkele open stukjes die noord-zuid gericht lagen, en waar het kroos opgestuwd lag. De voorspelde oostenwind was er niet echt en het was heerlijk toeven. ‘s Morgens was het rustig, hier en daar een snoek en een aantal baarzen.
Het ging op Fons’ spinners heel wat gemakkelijker dan op m’n beproefde streamers. Iedere aanbeet was vis voor hem, ik moest het echter stellen met niet gehaakte vissen, met gemene staartbijters. Ik kreeg zo’n mooi zelfgemaakt Schreiner-spinnertje cadeau en daar bleven ze wél aan hangen. Tot ik het spinnertje zelf in een boom hing. Fons had gelukkig een gans assortiment bij.
Kortom, op de weinige bevisbare plekjes had Fons een zestal snoeken en ik had er drie. Als ik het goed voor heb waren er een paar die een héél eind in de zeventig waren. Mooie vissen voor de polder dus!
Op enkele stekjes wemelde het van de baarzen, we hadden er elk misschien wel tien met zelfmoordneigingen.
De stelling die ik ‘s middags formuleerde en waar Fons zo hartelijk om kon lachen was: ‘Tijdens oostenwind vliegen de gebraden kiekens niet in je mond’. Die stelling ging dus vandaag niet echt op want er was nauwelijks een briesje.
De vooravond was nog goed voor een bezoek aan het ons welbekende cafeetje, een uitsmijter en twee bier kon er wel in voor we terug naar huis karden. Merci, Fons, en ik ben jaloers op je ragfijne Fairplay-hengeltjes!








































































































