Info

Posts uit Karper

2 fleece truien waren ‘s morgens niet genoeg om de frisse oostenwind af te houden, geen plu bij maar ‘k vond wel een instant oplossing met m’n oude foedraal! 😉
Slappe lach met Johan Jespers!

Zo kwamen gisteren de karperhengels van onder het stof en trok ik met Johan Jespers op zoek naar een après-lockdown karper. Zéér fris aan de vis in de morgen met dat venijnig oostenwindje maar de zon kreeg tegen de middag toch onze botten verwarmd! De eerste vis mocht er wezen en ik denk dat Johan aan m’n gehuppel merkte dat ik er zeer blij mee was! Merci om me op sleeptouw te nemen en me mee te laten genieten, want wat zaten we daar op ons gemakje! Zeg eens, wat is er heerlijker, in een nieuwe setting met ne goeie maat een mooie vis vangen?!…

Ik had een krakkemikkig piepschuim tele-geleid bootje met transportband gekocht van een verre kennis, om mee op karper te vissen. Het hing met haken en ogen aan elkaar maar ik leende het fluo roze gespoten ding uit aan Filip Cottenier om in de winter van 1990 op de Gavers te vissen, op grote afstand. De gevolgen waren immens en ik mocht hem helpen drillen… 🙂
Dat succes zorgde er voor dat we die winter energiek begonnen aan de bouw van drie identieke polyester boten met een brede rubberen transportband en een dropsysteem. Eén boot voor mij, één voor Phil zonder facebook en één voor Norbert Cornelis. De boot was een meter lang, woog bijna twintig kilo en had licht rondom. Er kon op de transportband -als je het goed stapelde- gemakkelijk 10 liter voer en met het start&stop systeem kon je daarmee gemakkelijk een strook voer trekken van zo’n 40 meter lang. Ik geloof dat ze dat in het engels ‘devastating’ noemen. 😉
Ik meen nog steeds dat het idee en het enthousiasme z’n tijd ver vooruit was. Later heb ik nooit veel plezier aan m’n boot beleefd, ik vond het te technisch (er was altijd wel iet aan de mijne) en het nam m’n plezier in het vissen weg omdat je er te afhankelijk van was…

Er was nauwelijks end tackle te koop. Ik herinner me plots dat we met zelf gemaakte pop up’s visten. Uit piepschuim sneden we -met een zelfgemaakt snijapparaatje met hete koperdraad- identieke kubusjes van 1x1cm en daar pasten twee niet gekookte 18mm boilies rond. Met de hand afgerold & kort gekookt werd dit een flinke drijvende boilie, misschien wel dertig mm. Een WS en een flinke loodhagel er onder en… Good memories, ‘t is begot bijna 30 jaar geleden…
Ik vergeet wat ik vorige week gedaan heb, het is als een zeef, maar wat ik toen deed staat in m’n geheugen gegrift…

 

Ik word om de oren geslagen op Facebook door onwerkelijke vangsten, als maar duurder wordende techniek & materiaal, merkpromotie dat het je strot uitkomt, enfin je begrijpt het wel… Ik heb er momenteel genoeg van.
Niks, en niks is zaliger om voor je voeten het pennetje te zien weg tikken en er weer ene aan de haak te tikken. Een paar blikjes maïs, wat old skool gerief en ik ben weer een dag gelukkig. Ik kan het me zo simpel maken. Waarom woon ik niet in Nederland?

Zalig gepend, in weer en wind! Het antiek kreunde en plooide meermaals. De oude Shakespeare drilt zalig maar de Abu 4, daar moet iet aan gebeuren!

Bloed, Zweet en Granen is het ondertussen vijfde boek van Alijn Danau. Staat in de startblokken en ondergetekende mocht dit weer in een zekere vorm gieten… Dat deed ik ondertussen voor ieder boek dat Alijn schreef. Na al die jaren is dit een relaxte samenwerking geworden, en ik mag van ‘m doen wat ik wil, hij vind het goed. Waarvoor merci.
Deze turf is meer dan 440 pagina’s en bevat 670 foto’s… Héél wat werk om dit te vorm te geven al kan de leek dit op geen enkele manier merken. Ik kom vistijd te kort maar het is niet anders, dit moet klaar begin november. Een paar weken bij de drukkerij/boekbinder en u kan dit lijvig werk bewonderen op de VBK meeting begin december!

Nu reeds via deze link te bestellen bij: Westerlaan Publisher

Ik zit hier goed aan mijn rivier in het zuiden, de wereld voor mij alleen…
‘s Morgens en ‘s avonds leuke actie op een paar uurtjes tijd, overdag doen we iets anders…

Een voorjaarsbriesje uit de goede richting zet een kabbeltje tegen een muurtje waar ik op zo’n moment wel wat vissen weet passeren, op zoek naar de eerste warmte. Een lijntje zoete maïs tegen de kant, één loodhageltje onder het pennetje. Tien centimeter op grond en tikken op alle beweging. Blij met de eerste van het jaar!

Zalig zitten, deze middag. Een warm windje, leuke kabbel tegen de kant, nu en dan wat regen en ook nog éen en ander in het schepnet!

Een paar uurtjes over. Vistijd. Brood uit de muur. Soms duurt de autorit langer dan de vistijd. Vlug!…
Vandaag met de DK River op stap, ik hou intens van deze hengel. Lang en gevoelig, mooi plooiend én vergevingsgezind!
Tijdens het zoeken naar kopvoorn en windes ving ik bot. Ze gaven geen thuis. Wie wel oog had voor de korstjes -die in de stroming afdreven- waren enkele karpers. Het vergde twee pittige drils in volle stroming en enig plooiwerk om deze vissen in m’n snoekbaars netje te krijgen. Leuk hoor, én een beetje on the edge! De DK River plooide maar gaf geen krimp. En prachtige Really-No-Fame-vissen, zeg nu zelf!…

_1070399_small

_1070402_small

Vorige week ging ik kort dobberen met Jan Walravens, het water was erg helder, weinig scheepvaart, lekker temperatuurtje. Het mag hier goed stromen om al vertikalend vis te vangen, dus: weinig of geen vis tegen de taluds. Aanpassing was genoodzaakt. De tweede worp op het ondiep bracht me deze donkere vis. Ik was er heel blij mee!…
Gisteren kort gekorst op een mooi water in de buurt. Ik kreeg al snel een paar (halve) kansen die ik door de grote afstand verknalde. De vissen aasden blijkbaar voorzichtig. Ik vond er een paar in de kant die aan het ‘spelen’ waren in het wier. Na enige tijd begonnen er twee te azen op het brood dat ik op slinkse wijze naar hun toe had laten drijven. Pas na twee uur geconcentreerd vissen kon ik deze mooie schub aan de haak rijgen! Geen idee hoeveel ze woog. Vol van slijm en vissersgeluk reed ik daarna al jodelend terug huiswaarts. In da pocket you are! Roofvis versus karper, yezz!

Op het korstje...

Met het einde van het roofvisseizoen in zicht gaan sommigen stevig op de trapper staan en nemen een paar dagen vakantie om de rovers achterna te zitten. Dit is me niet gelukt maar de paar keren die ik laatst ging vissen zijn alleraardigst meegevallen! Een paar middagen met de bellyboat en Fons in een heerlijke zonnetje. Eén dag op stap met Marc op het grote Nederlandse water, en voor de rest ging ik in België op zoek naar kantstekken voor rovers. Met wisselend resultaat maar met een paar héle beste vissen…
Nu het roofvisseizoen ten einde is ben ik ook terug aan het fotograferen geslagen. Plus, ik heb het geluk om met een tiental toffe mensen aan de slag te gaan op een prachtig karperwatertje in de buurt. Op karper dus, wie had dit nog van mij verwacht? De afvallige haalt z’n stoffige spullen uit de kast. Op zoek naar Goud. De eerste is alvast binnen…

Een absolute Ballonbaars!

Een absolute Ballonbaars!

Al werpend naar het kantje...

Al werpend naar het kantje…

Lastig met twee mannen in je nek!

Lastig met twee mannen in je nek!


Long, lean & beautifull...

Van z'n kleurenpracht verstoken...

Van z’n kleurenpracht verstoken…

Een aantal wateren in België hebben zwaar te lijden onder een uitzetting nieuwe karper door een Belgische viskweker, november vorig jaar. Het is niet de bedoeling om hier mee een discussie over het welles/nietes van uitzettingen uit te lokken maar als een bestand sterft raakt het je als visser diep. Er zou best een aantal garanties mogen komen. Ik hoop dat de getroffen clubs niet in de kou blijven staan…
Zo ook op het Fort van Sint-Katelijne waar ik een paar jaar met véél plezier gevist heb. Ze zijn er bijna allemaal niet meer…

Norbert Cornelis is een man die ik al twintig jaar uit het oog verloren was. Ooit zaten we stek aan stek op het Land van Ghow te vissen, de Gavers in Harelbeke. Iemand van weinig woorden die bij tijd en wijle z’n vissen wel ving. Ik stopte met karperen om te gaan vliegvissen, hij stopte om later te verzeilen in het snoekvissen. Toevallig zag ik hem op de laatste VBK-Meeting en hij vond het erg fijn om te melden dat hij na al die tijd terug begonnen is met karpervissen. Alhoewel hij de scene erg veranderd vind qua collegialiteit en drukte, vist deze man met z’n 65 lentes terug twee dagen en nachten per week. Waarvoor respect.
Natuurlijk ligt de lat niet meer zo hoog, maar toch, je moet het maar doen.
Hieronder een foto die ik van Berke nam met ‘De Chocolatten’ (in 1993, denk ik). Eén van de parels van het Land van Ghow die helaas nooit op mijn mat belandde. Een klassieke wonderschone vis die ondertussen tot de aarde is teruggekeerd…

Berke met de 'Chocolatten'

kordahaak

Gisteren kreeg ik LDB aan de lijn, iets wat meestal zo’n anderhalf uurtje duurt. Een heerlijke update over het leven, wat goed is en wat slechter gaat. En we overlopen steevast onze vangsten van de afgelopen maanden. We hebben het dan over roofvissen, zeelten, barbelen en godvergeten karpers… en ook nog wat over fotografie, techniek en aas.
Steevast hebben we ook een rubriekje roddels. Dat mag ik zeggen want iedereen roddelt wel eens… We vinden ons zelf vrij beschaafd op dat gebied. Maar onderstaande wil ik je niet onthouden.
Luc stak van wal: “Een karpervisser stapt bij z’n hengelsportwinkelier binnen om een doosje haken terug te brengen. Klacht! Ze waren niet goed! Niet van de minste haken hoor, dure Korda hooks geklikt in zo’n fijn doosje met op iedere haakpunt een mooi fluogroen haakpuntbeschermingsbolletje. Je kent ze wel…”
Ik hoorde sprakeloos Luc’s verhaal aan.
Bij navraag bleek dat de kerel z’n rigs had geknoopt (en gevist) met het groene bolletje nog steeds op de haakpunt! Hij was er van overtuigd dat dit een nieuwe rig was en dat het zo hoorde… om de inhaking te vertragen zodat de vis iets meer tijd had om zich te prikken… als het bolletje uiteindelijk door de druk over de haakpunt schoot…
Ik bleef een tijd stil aan de foon toen ik dit hoorde. Hoe is het mogelijk dat dit in deze tijden nog kan?… En toch. Mocht je het ook niet weten, het bolletje moet er af, hé! 🙂
Verder van mij geen verkeerd woord over de haken zelf maar dat had je al door.

Een goeie twintig jaar geleden maakten we een vliegende storm mee, op de plek waar de Garonne en de Tarn samenvloeien. Een beetje Frankrijk-pionieren noemt dit nu. We wisten helemaal niet wat er rondzwom maar het was een prachtig water. Het was schitterend weer, de paraplu’s stonden strategisch tegen de felle zon. Het betrok op de overkant, de geur van regen sloeg in onze neus en er was geen tijd om ons voor te bereiden op wat kwam. Regen sloeg horizontaal, de wind huilde. M’n paraplu sloeg uiteen en ik zocht beschutting onder die van Philip. Pas dan zag ik dat er stevig stuk boom naast m’n paraplu lag. Ik mag er niet aan denken wat er gebeurd was indien ik die op m’n hoofd gekregen had… Wat vliegt is vlug voorbij en zo ook deze storm. Even later zaten we terug onder de felle zon alsof er niks gebeurd was en we namen de schade op. Paraplu onherstelbaar, tien liter water in m’n bedchair, tacklebox onder water, hengelsportwinkel 800 km verderop en van een gsm had nog niemand gehoord. Ik viste nog veertien dagen verder, onder een plastic zeiltje…

Verwoesting aan de Garonne

Eentje uit de hoop...

In 1996 trok ik voor de laatste keer naar Frankrijk om op karper te vissen… samen met m’n aanstaande vrouw. Als je ziet wat ik maar mee had om een volle week te vissen… in vergelijking met wat er nu meegesleurd en als onmisbaar aanzien word…

France...

De eerste echt warme dagen van het jaar. Ik zag je zwemmen, je at mijn brood. Bijna een half. Jou hier haken was niet verantwoord. Groot ben je, toch voor mij. Ik bleef drie uur turen maar kwam je boom niet uit. Je weet precies tot waar je ongehinderd en zonder gevaar kan azen. Je vriendjes zijn ietsje losser. Maar die verbleken bij jou bast. Ik weet je zwakke plek. En ik ga je vangen.

DSC00071

Het vissen gaat in de koelkast want ik ben begonnen aan de vormgeving en illustraties van het nieuwe karperboek van Alijn Danau. Eerst zoeken naar kleurtjes en een nieuwe typografie. Zonder de stijl z’n vorige boeken uit het oog te verliezen. Volgende week krijg ik tekst en beeld en dan begint het grote werk… Te koop tegen de beurs van Zwolle!

Eind 1986 kocht ik deze wakertjes bij Geers in Brugge. Even later schafte ik me in Gent (op de Brusselsesteenweg) tweedehands Armalite hengels aan en werd op slag een zelfverklaarde moderne karpervisser. De 1,75 Lbs-hengels waren gebouwd voor Johan Janssens. Zijn naam stond in sierlijke letters op de blank, waarschijnlijk afgebouwd door Winston Impens (al weet ik dat niet zeker). Johan Janssens, een naam die karpervissend Vlaanderen reeds lang vergeten is. Ik niet, en ik koester deze hengeltjes nog altijd.
Antiek ondertussen, die staafwakers, want niemand gebruikt deze technieken nog. Eind jaren ’80 was dit zowat de standaard waker voor de karpervisser op afstand. Heerlijk windproof, redelijk gevoelig en toch nog voldoende weerstand opwekkend. Vooral als er wat vuil tussen zat!…
Nu moeten wakers té duur en balancing blingbling zijn, of het werkt niet volgens the kids. Ach… Alhoewel, toen ik daarna begon te vissen met hele zware hangers bleek dat in vergelijking de Monkey Climbers niet zo efficiënt waren. Met zware hangers had je zonder haperen een perfecte beetregistratie en naar gelang de ophanging héél veel weerstand…
De Monkeys werden nadien naar de kast verbannen. Tot ik ze deze week terug vond in een bestofte doos… Wat een herinneringen en emoties hangen er aan die gele dingetjes vast. Marleen kijkt me tijdens m’n enthousiaste uiteenzetting medelijdend aan en dit doet me relativeren…

Those Monkey Climbers of mine tells me stories,
from ancient times when Monkeys spoke…

Onderstaand visje, mijn eerste kanaalkarper,
trok ooit één van deze wakers omhoog…

Het was geen dag om met de boot weg te gaan. Flinke rukwinden boven een windkracht 5. De geplande snoekdag met Jacques zou anders ingevuld worden. Hij kwam met het voorstel om eens op giebels en kroeskarper te gaan. Iets waar hij de laatste tijd fanatiek mee bezig is geweest. Voor mij is dit prima, niks liever dan een dagje naar een mini dobbertje turen. Leuk meertje in een toffe setting, m’n dag kon al niet meer stuk. Tegen het moment dat mijn plas gedaan was had Jacques al gevoerd, zat hij al, was er gepeild en nauwelijks momenten later hing er al eentje aan! Ik was m’n lijn nog door de oogjes van m’n matchhengel aan het halen! Hij zette de trend door en had het ook voorspeld. Hij won deze thuismatch met drie keer zoveel vis als ik. Kleine karpers, leuke voorns, brasems, een hele rits kroeskarpers passeerden de revue. Echt vissen. Heerlijk aan 16/00. Geen gedoe. Ik had wat moeite om op dit ondiep water aan de slag te raken en scherp te vissen. Na een tijdje lukte het me toch. Raar was dat er zich geen enkele giebel meldde. Die zitten er met hopen, volgens Jacques!
Een erg toffe namiddag. Eenmaal begon het te hozen, en zaten we lachend als twee kinderen onder de ene paraplu. Heerlijk! Het bracht mooie herinneringen van vroeger boven… Het was ook een plek waar Jacques weleer met zijn vader viste, wat ik erg speciaal vond. Ik kijk op naar mensen die met hun ouders of kinderen kunnen gaan vissen… Ik heb véél, maar dit genoegen is me niet gegund. Het was een prachtige namiddag, afgesloten met het heerlijke eten van Sylvia, getopt met twee Irish Coffees. Weer eens een dag die telt voor drie!

Ik had Marc vangstgarantie gegeven, redelijk riskant met een vis als graskarper. Die kunnen behoorlijk nukkig zijn, of zelfs gewoon onvindbaar. Gelukkig niet op vorige zaterdag. Op de eerste willekeurige plek waar ik -puur op gevoel- uitstapte lagen er een stuk of acht te zonnen aan het eind van de plompen. Ik liet Marc eerst werpen met een korst, naar de overkant van deze poldersloot. Hij was erg tuk op zo’n mooie graskarper. Na 5 minuten wierp ik dan ook maar in en ogenblikken later was daar de eerste deining onder mijn korst, de eerste aanslag van de dag. Mooie vis. Marc werd er wild van en extatisch zette hij het vissen voort. Amper tien minuten later is het zijn beurt. De vier meter FairPlay plooit tot in het handvat en het beest geeft wat het waard is. Prachtig om te zien! Uiteindelijk gaat ook deze mooie grassie op de gevoelige plaat. Ik stel voor om deze plek te laten rusten. We gaan op zoek naar andere vissen maar vinden ze niet, ook niet na het eten (lekkere Nederlandse kibbeling met veel te zoete saus). Ook de eerste stek is verlaten. Het weer slaat om, het word onrustig op het water en ook nog eens broeierig heet. Er zit iets aan te komen. Onweer? In ieder geval zijn de vissen er gevoelig aan en het zit er op met de vangst. We rijden terug zuidwaarts en bezoeken tal van veelbelovende stekken. Het ziet er goed uit voor de toekomst!

Een bezoekje aan mijn ouders in Zwevegem is niet compleet zonder een wandeling. Liefst met wat water in de buurt. Toevallig belandden we na het etentje in Moen aan het Kanaal Kortrijk-Bossuit. Karpers lagen te zonnen en ik zag een bloedrode koi kruisen. Dé stek waar ik m’n jeugd verdeed, waar de passie groeide. Ik heb hier zoveel gevist, zo veel geleerd… Toen ik deze stek passeerde herinnerde ik me dat dit de plek was waar Phil Cottenier voor ‘t eerst op groter water viste. Water waar niks over geweten was. De boom die naast deze stek stond is gerooid, de herinnering blijft.

Vorige zaterdag en gisteren ben ik naar een ‘gemakkelijk’ watertje in de buurt van Mechelen gaan vissen. De meesten weten wel over welk plasje ik het heb. Het lijkt misschien debiel om op zo’n watertjes te karperen maar je leert er ongelofelijk veel op korte tijd en je kan conclusies trekken. Het oude materiaal, een mat en een schepnet ging mee. De pennetjes van Jacques, een paar dozen mais en wat in Olympic gesoakte pellets in de tas. Stoeltje thuis, ik vis de ganse dag staand. Ik vis daar zo dicht mogelijk tegen de kant aan, zo dicht dat het bij iedere voorbijganger een lach ontlokt. Tweemaal werd ik vorige zaterdag zelfs uitgelachen, eerst door de viswachter en dan door een bejaarde die me vertelde dat ik Daar nooit een zestien kilo vis mee kon vangen… Tjach. Ik weet wel beter, want niemand gebruikt daar deze techniek.
Een pennetje dat één loodhageltje draagt, zinkend uitgelood, slechts tien centimeter onderlijn op de bodem. Haakje 12 met één maiskorreltje. Scherper dan dit kan je niet vissen. Steeds weer sta ik versteld van de voorzichtigheid waarmee de vissen op deze dressuurput het aas behandelen. Geen weglopers of harde tikken. Hoogstens een beetje wegzakken doet het pennetje. Niet aangetikt is vis gemist!
Kort, op zaterdag had ik zeven karpers en een rits brasems. Gisteren had ik er twee, maar verspeelde ik er ook nog drie. Geen monsters want die zwemmen daar niet. Gisteren probeerde ik het nog eens met een bait-band en pellets onder de haak. Om de één of andere staat dit systeem het goed haken in de weg. Het werkt wel maar het haakt niet efficiënt genoeg. Nochtans gaat het pelletje bij de aanslag direct van de haak. Met mais krijg ik ook véél meer actie. En daar is het bij mij om te doen!…

Zaterdag was vliegvisdag op het zoute sop. Marc was onverwacht ziek gevallen en ik besloot om dan maar alleen te vertrekken. Het brakke water van dit meer is kraakhelder en dit is een psychologische drempel van formaat. Niet iedereen is opgewassen tegen het idee dat je nauwelijks een vis ziet zwemmen in dit aquariumwater en dat je de ganse dag stug moet volhouden. Gelukkig heb ik er vroeger redelijk goed gevangen. Het vertrouwen is er nog altijd.
Ik doe verschillende stekken aan maar zie van ‘s morgens tot ‘s avonds geen stoot. Eén kolk in het oppervlak binnen werpafstand doet me er in geloven dat er wel degelijk vis in de buurt rondhangt.

In de vooravond wissel ik van stek, de plek waar ik ooit een fantastische 72 cm forel ving. Ik zie iemand honderd meter verder een dikke vis vangen. Later zie ik de foto’s, 68 cm donkerpaarse regenboog met een haak op de onderkaak en een rij tanden om u tegen te zeggen. Bruut!

Dat geeft hoop. Op het ondiep vissen geeft me geen resultaat en ik schakel over naar een intermediate-lijn en snelzinkende streamers. De bodem schrapen als het ware. Drie worpen op deze diepe stek en ik krijg een aanbeet. Een kleine forel. Maar, de nul is van het bord, altijd goed daar. Wat later krijg ik het erg koud in deze barre noordenwind. Rillend doe ik optimistisch verder, en ik zie plots een beer van forel voorbij zwemmen. Tien minuten later zie ik -ontegensprekelijk- dezelfde vis vanaf een meter of vier verder accelereren naar m’n stil hangende vlieg. Net op het laatste nippertje houd ze in en knalt ze vliegensvlug terug vanwaar ze kwam. Als me dat geen dressuur is. Die kent het klappen van de vliegenhengel!

Ik wissel wat van technieken en een kwartiertje later cirkelen er zelfs drie dikke vissen in het diepe onder m’n subtiel aangeboden vlieg. Héél spannend, maar helaas geen actie meer…
Ik wissel nog eens van stek en krijg direct een hevige por, maar haak de vis niet. Een paar minuten later haak ik er wel één van en de lijn knapt. Mooie vis kwijt. Brute pech, dat was de vis van de dag. Even later terug een hevige ruk aan de lijn, en geen kans om de forel te haken. Dit soort staartbijters ken ik van vroeger. Deze vissen weten wat er kan gebeuren. De volgende keer moet ik wat kleiner vissen, dieper en nog subtieler.
Wat een visserij, en wat een prachtige vissen zwemmen daar nog altijd rond. Ik heb het zo koud dat het tegen schemer voor gezien hou, en met een doos Pringles in de hand en de verwarming op tien rij ik goedgemutst naar huis.

Een bruine jongen in een véél te grote Mercedes wil me van de weg drummen, irriteert me met z’n lichten en de bijna zoenende bumpers. Ik vind niet dat 130 te traag is, en ga dus niet zomaar uit de weg. Ik wens hem van de wereld maar de mooie zonsondergang doet me er aan denken me er zo niet druk in te maken. Ik glimlach. Hij gaat er als een speer vandoor. Ik ben hem direct vergeten. Net tegen de Belgische grens staat dit kereltje stil op de pechstrook, met een hoop politie er rond. Ik glimlach, geniet er van.

Gisterenavond nog een uurtje vissen. Voerstekje met maïs op nog geen 60cm water. Een voorbijzwemmende karper duikt naar beneden op het voer en gaat er voor. Schuimplakkaat en bellen. Ik wrijf in mijn handen en zit het glimlachend aan te zien. een half uur later nog altijd hetzelfde maar nog geen tikje gezien. Ik verander de setup, de helft subtieler dan het al was en met één maiskorreltje ipv twee. Direct loopt het pennetje weg. Oog-opener dus! Ik sla mis. Het gebruis stopt abrupt en het beest is verdwijnt in alle stilte. Nog geen kolk. Het is het weekend van de slimmere vissen.

Een warme zomeravond, twee broden in de tas, licht materiaal.
Prachtige eenvoudige visserij op stromend water.
Met als apotheose een zenuwslopende dril en een leuke karper (op 14/00 nylon) voor Marc…
Genieten. Twee mannen als kinderen langs de rivier.

Gisteren schatte ik het weer verkeerd in. Er was zware wind voorspeld (4 tot misschien wel 6) en omdat het in een spookkasteel niet leuk vissen is gaf ik verstek. De boot bleef op stal en ik zou het in België zoeken.
Het lokale kanaal werd ‘s morgens bestookt met de dropshot en de gekende stekken gaven geen enkele snoekbaars prijs. Dat was al een zeperd en gezien de voorspelde dertig graden ook niet geheel verwonderlijk. Maar, ik was tenminste aan het vissen.
Vorige donderdag had ik tijdens een fietstochtje met Marleen een aantal dertigponders zien bij elkaar liggen op een ander kanaal. Ik besloot daar te gaan wandelen in de hoop om een mooie vis te vinden en met de korst een kans te wagen. Na kilometers stappen had ik alleen een ongeinteresseerde schubkarper gezien, en ik blies dit avontuur af. Volgend plan met het brood. Een klein sluisje op een riviertje, daar moesten toch een paar voorns of een brasem te strikken zijn? Twee uur volgehouden. Niks. Wel grote windes gezien die het brood nog geen blik waardig achtten. Die windes brachten me op een ander idee. Ik reed door tot een ander stuk rivier, en jawel, ze waren er.
Mooie vissen, die de subtiel gestrooide korstjes na een tijd gretig opslurpten. Ik ving een lange kopvoorn en een massieve winde. Twee machtige vissen op ultralicht materiaal, jawel, de dropshothengel van deze morgen! En ik mistte op een haar na nog een leuke spiegelkarper die als een duikbootje door het ondiepe riviertje kruiste.

Een heerlijke tropische namiddag, met een toch nog geslaagde zoektocht. Nadien smaakte de Fanta uit de automaat werkelijk als een Mojito uit de duurste cocktailbar!…

Nog altijd tijdens de gesloten tijd op snoek. En tijdens de renovaties! Ontsnappen aan het witte stof en aan de toenemende drukte der aannemers. Een uurtje vóór en een uurtje in het donker aan het plaatselijk kanaal. Eén doosje mais en de bewaarmat dient als zitje. Ik moet eens op zoek naar zo’n heerlijk ouderwetse Pakaseat. Zou dat nog te vinden zijn?

Een half handje zoete mais op de juiste plek. Het pennetje scherp afgesteld.

Vijftal ‘avondjes’ gevist en daarvan vier keer karper aan de haak gehad. Helaas één en ander verspeeld, dat was niet zo best. Maar wat me opviel is de frequentie waarmee ik beet kreeg. Laat ons zeggen een uur per gehaakte vis… Als je dat calculeert naar het hedendaags boilievissen op dat kanaal… Dat lukt met de boilie niet! Of misschien wél met de boilie, maar niet met die rigs. Time to think!…

Vanmorgen kocht ik bij de bakker een platenbrood. Dat is het zwaarste brood dat je kan kopen, en erg stevig. Je kan er een heel eind mee werpen. Door de verbouwing raakte ik deze namiddag niet weg, we zwoegden in de warmte om één een ander op tijd klaar te krijgen. Na het avondeten kon ik het niet laten, dat brood moest toch ergens toe dienen! Een uurtje vissen voor donker, oké, in de buurt dan maar. Ik vond er een paar onder het samengewaaid stuifmeel en ze accepteerden de gekatapulteerde korstjes prompt. Het eerste wat ik haakte was een peutertje, waarschijnlijk eentje van de nieuwe uitzetting. Toch leuke sport op dit licht materiaal. Ik kreeg bezoek van een ander lid van deze club, en het bleek dat we toch wel wat gemeen hadden. Nice speaking to you, David! Ondertussen haak ik een klein karpertje, maar het bleek verdorie een brasem die aan de oppervlakte aan het azen was! Nog niet eerder meegemaakt… David was er net vandoor toen een vis recht op m’n grote brok brood afstevende. Niet aarzelen, binnen die hap! Toffe dril, nee niet achter dat paaltje door jij. Yep, in het net. Nog een fotootje met de zelfontspanner. Effe uitblazen. Kan net zo goed naar huis want het is bijna donker. Toch nog het brood opgevoerd, ze kunnen er maar van genieten!…
Thuisgekomen herken ik deze vis op foto, ik heb hem in 2009 ook gevangen én ook in het Paasweekend! Zie het artikel Paasvis… Straf, dit is een broodeter!

Ik besef dat ik al een hele tijd niets meer postte. Niet dat ik niet meer vis maar alle aandacht gaat voorlopig naar de renovatie van onze woning. Toen het nog flink koud was en het roofvisseizoen nog open, ging ik wel nog enkele keren terug naar het grote water waar ik al een paar keer met Marc was geweest. Veel volk op het water, maar met de aanstormende gesloten periode is dat ook geen wonder. Het ging vlot, vlotter dan ik gedacht had. Ik amuseerde me te pletter. Met de kleinste maat Culprit en een nieuw modelletje van Art-baits, met die inkepingen erin. Leuk spul. De snoekbaarzen zijn hier gemiddeld niet zo groot maar er is plenty actie. En daar doe ik het voor. Het is gezelligheid troef aan de trailerhelling en iedereen is een grote familie. De één al wat rijker dan de ander, dat valt ook op.

De pogingen die ik op snoekbaars deed aan m’n plaatselijk kanaal bleven dit jaar nog steeds vruchteloos. Niet eenvoudig om hier vis te vinden. Gaandeweg verloor ik m’n greep. Nochtans dacht ik vorig jaar het spelletje door te hebben. Niet dus, het blijven snoekbaarzen…

De laatste dagen voor de sluiting was een sessie gepland op een ander erg groot water, gekend voor z’n monstersnoeken. Jacques zou me twee dagen vergezellen. Het was een gezellige boel en we waren niet gehaast. Jacques is trouwens nooit gehaast. We dachten eerst te trollen maar het aanhoudende goede weer nodigde uit om werpend te vissen met kunstaas. De iPilot trok ons tergend traag over de taluds. Heerlijk. De twee dagen verliepen rustig, het is geen plas met aanhoudende actie. Eén beet zou mooi zijn. En rond twee uur in de middag kijk ik toevallig hoe Jacques z’n shad binnendraait tot net tegen de boot. Een werkelijke mega, maar dan ook echte megasnoek komt traagjes op 20cm achter het aas tot tegen de boot gezwommen. Ergens boven zes meter water. Het duurt maar een seconde voor het beest traag en onverschrokken terug wegdraaid. Een toppredator, die keus genoeg heeft. En het spelletje kent. We zakten in onze stoeltjes van onmacht, terwijl Jacques maar bleef herhalen: ‘Zag je dat nou, zag je Dat nou, ZAG JE DAT NOU!???… Ik had het gelukkig ook gezien. De grootste snoek die ik ooit zag, en stukken groter en vooral dikker dan de 125cm die ik vorig jaar ving. Een moment om nooit te vergeten.
De stek stak in de gps. En met tussenpozen kwamen we die dag nog terug om die paar honderd meter in het vierkant terug uit te kammen met verschillende kunstaasjes. Geen rimpeltje meer. We hadden één kans gehad.

Gesloten tijd in Nederland. Karpertijd in België. Ik vis met het pennetje op een lokaal fort, plezant vissen maar de vissen zijn redelijk klein. Ik denk zelfs dat van het originele bestand niet veel overschiet na de grote sterfte. De uitzetting van kleine karpertjes deed ze waarschijnlijk de das om. Verder vang ik wel erg dikke brasems, met zoete mais. Die zelfs een oude Bruce & Walker IV nog doen plooien! Heerlijk, een uurtje voor donker nog een visje trekken…

Ik zit ook ergens anders een koi achterna, een mooie gouden vis van een kilo of zeven. Hij laat zich maar niet strikken. Argwanend koerst hij onder strategisch aangeboden korstjes, streelt het allemaal met z’n lippen om dan knorrepottend terug te verdwijnen. Hij is héél achterdochtig. En z’n kleine adjudantjes hebben het al meermaals voor me verpest door voor z’n neus de korst weg te halen. Maar m’n kans komt nog wel.

Vorige week ging ik nog eens terug naar de vijver waar ik enkele jaren geleden (na m’n echtscheiding) veel viste, aan m’n appartementje in Mechelen. Een karperput, stijf van de brasems én van dressuur. Wederom deed het lijntje zoete mais z’n werk. Twintig korreltjes mais op een lijntje, niet meer, en pal in het kantje. Vier stekjes, vijf minuten per plekje. 25/00 nylon, ultra-licht pennetje en een hakje voor één maiskorreltje. Aanslaan na de eerste tik. Goed voor drie vissen tot zo’n elf kilo tijdens de middagpauze… Mooi!

Ondertussen is het erg warm geworden, iedereen geniet van de lente en de karpers raken al in voortplantings’mood’. Een plaatselijk kanaal is goed om geregeld actie te krijgen met de korst. Je moet er wel omzichtig vissen, goed presenteren en listig drillen. Gisteren ving ik nog een leuke schub die Marleen op de foto zette. Handig om eens een fotograaf bij je te hebben!…


vertikalend...
rustig aan
lokaal amusement
dressuurvis
bruce & walker
witbrood-eter

Er was een tijd dat grote vissen niet zo dik zwommen. Men praatte over een paar illustere grote Belgische vissen. Stilletjes aan doken er meer op. Dit was er één van.
Waar het opkuisen van een doos oude foto’s wel goed voor is. Pure nostalgie. Dat stom gekapte kopje en die semi-modieuze bril. De dementie houdt me tegen en het enige wat ik me van deze vangst nog herinner is dat ik ‘s morgens voor het werk met de throwing stick een paar kilo bollen zo geconcentreerd mogelijk had weg geknald, op afstand. ‘s Avonds laat (u kent het wel, héél laat) zou ik het een nacht uitzitten en deze schub kwam mij ondertussen een bezoekje brengen. Missie best geslaagd. Pa mocht deze vis vereeuwigen en omdat ze zo lelijk was van het afpaaien verdwenen de helaas onscherpe foto’s in de vergeetdoos.
En dan wordt je ouder en word je wel eens nostalgisch. Ik zie dit beeld vooreerst terug en ik herken dat beest. Dit kon wel eens de Grote Schub zijn. Een belangrijke vis uit het Land van Ghow. Een vis die er gemiddeld één keer per jaar uitkwam. Op de nauwkeurige lijstjes die Alijn bijhield over bepaalde vissen ontbrak één jaartal, zag ik ergens in een oud VBK-magazine. De vis was dat jaar dus de dans ontsprongen. Als ik me niet vergis was het 1994. Tot ik de bewuste foto herken en het lijstje volledig maak. Ik weet het, het is lulkoek om een lijstje te kunnen vervolledigen. Wat heeft het voor zin? Tja, want deze vis is reeds lang geleden gestorven. Was ook een beste topper, ik geloof dat ze later meer dan 26 kilo gewogen heeft… Ik wenste dat ik terug kon spoelen, terug in de tijd, nog een leven voor me, en daar nog een koude vochtige nacht doorbrengen samen met deze historische vissen…

grote ghow schub

Het enige wat nog op m’n verlanglijstje ontbrak waren goed zompig plooiende en dempende glashengels. Ik kom regelmatig in Jacques’ viskamertje en daar hangt de wand vol met ouder en erg mooi glasmateriaal. Steevast word daar wel eens een hengel uitgeplukt en mag ik er eens in hangen… dat geeft een werkelijk aparte feel. Jacques had me ook gezegd dat -als ik er persé wilde- ik deze hengels zeker zou vinden op de antieke hengelsportmaterialen verzamelbeurs in Eindhoven. Ik reed er gisteren heen met Luc Van Litsenborg wat op zich al erg tof is. Het gesprek loopt dan willekeurig over techniek naar kinderen opvoeden, van renoveren naar kanjervissen of zoals nu, over al wat ouder worden… Eindhoven is vlakbij en ik stapte de deur binnen naar het Walhalla. Man, dit had ik nog nooit gezien. Pfff, enfin, ik zag me er geen weg door. Peter-Paul Blommers stond met z’n standje aan de ingang en brulde me lief toe: ‘Nauw Geeeert, Vaaan haaarte PProfficiat jonge, godverdomme! Vijf-En-Twintiggg cceennttiimmeeteer Snoek, sjongejonge, dat is me wat!…’ De halve zaal had het gehoord en keek m’n richting uit en ik wist nie zo direct hoe te reageren, ja, zo ben ik nou eenmaal… Goed, Jacques had al een paar mooie hengels gespot (tussen de vele biertjes door) en vlug kocht ik in plaats van één (voorgenomen) hengel nog een tweede. Dus, ik heb nu twee Bruce&Walker MarkIV SU karperstokken! Een tien- en een elfvoeter. Fier als een gieter zit ik hier in de woonplaats naar deze oude stokken te kijken. Marleen is het al wat beu als ik nog eens vraag om de hengeltop vast te houden zodat ik er nog eens in kan hangen. Wat plooien deze hengels mooi, en het voelt precies prima! Je vraagt je direct af waarom hier iemand langs het kanaal zit met de zoveelste 3-ponder: ‘Waarom is dat nodig?’. Ik kan bijna niet wachten om er een vis aan te drillen!… De ene hengel heeft de gewone B&W sticker, de andere draagt een label met twee gekruiste vissen van ‘Cliff Glenton’. Die man had een hengelsportzaak in Northfields, maar deze zaak bestaat (na enig rondzoeken op het net) blijkbaar al jaren niet meer.
Ik kon de ganse zaal wel leegkopen, oude plugjes, devon’s, spinnerblaadjes, reels, splitcane… maar ik hield me in. De centen groeien niet op m’n rug. Enkel nog een klein conservenblikje met aas, dat kon ik niet bij Peter-Paul laten staan want ik val voor zo’n mooie etiketten. Geen idee hoe oud het is maar het is ingemaakte tarwe om mee te vissen. De fabrikant Boisselier&Guillon was uit het Franse Nantes. Ik vind er niks over terug via het internet. ‘A l’étuvée’ wil (denk ik) zeggen dat het gekookt is met toegevoegde suikers. Opmerkelijk is dat op de achterzijde staat dat je van een geopend potje het sap niet mag laten weglopen. Toen al hadden ze dus door dat de vloeistof de belangrijkste lokstoffen bevat… Zo, een ready-to-use prehistorisch kannetje aas. Wat zou daar nog inzitten?…

Soms loop je aan de waterkant tegen mensen aan waarvan je weet dat ze bijzonder zijn. Je zet je neer naast de tent van een wat oudere karpervisser (want tegenwoordig zijn ze allemaal jonger dan wij) en de eigenaar blijkt een eersteklas kerel te zijn. Een geanimeerd en warm gesprek. Hier en daar een springende vis. De marker nog op de stek. Geen geheimen. Passie over het vissen.
Wat iemand in z’n leven al heeft gedaan, of gevangen heeft, laat me meestal koud. Het is de mens die telt, de toon van het gesprek en het warme gevoel wat achterblijft. Dit gevoel heb ik niet bij zoveel mensen… en ik babbel bijna tegen iedereen aan de waterkant. Meestal gaat dat vlot, erg vlot, de meeste vissers zijn gewoon sympathiek. Jaap in persoon was bijzonder.
Gisteren zat ik een dag op het grote water op zoek naar een topsnoek, het zag er goed uit in die mooie opkomende zon en het juiste gevoel was er ook, maar de actie bleef uit in tegenstelling tot de twee vorige bezoeken aan deze Nederlandse binnenzee. Snoeken liggen soms ver uiteen, en al helemaal als er niet veel rondzwemmen op een plas. ‘s Middags begon het hard te waaien, kon ik boot niet goed meer langs het talud sturen, en ik gaf er de brui aan. Ik besloot dat ik niks meer doe zonder dat ik er zin in heb, heb ik er geen zin meer in dan pak ik in. Naar huis. Je denkt na want er is geen tijd te verspillen in dit leven. Kan ik vanavond nog gaan voeren op m’n karperstek? Dat moet net lukken, ik ben nogal tijdstipgevoelig op dat punt.
Nadat de bollen op de bodem lagen schoven kleine karpers in het kantje aan mij voorbij. Bellensporen uit bodem drukkend mooi. Straks ga ik voor het eerst sinds lang op karper vissen…
En net lees ik -met een harde klap tegen m’n kop- dat Jaap de karpervisser van ons is heengegaan, plotsklaps en zonder waarschuwing. Dat komt gemeen aan. Nauwelijks een paar jaar ouder dan jezelf, en nog zoveel te doen… Het is over. Het is allemaal zo relatief…

Ooit had ik een stek aan de Plaissancebrug in Mechelen. Niet zoveel mensen hadden er al ooit gevist omdat het er niet zo plezant zitten is. Megadruk, twee bruggen op een kruispunt van meerdere straten in hartje stad. Maar onder water was het op het ondiepe plateau naast de brug ook megadruk. Een goeie stek want iedere keer ik er viste had ik wel een mooie op de kant. Ik viste op het kruispunt der dertigers.
Meestal ging ik iedere avond (voor die tijd) ruim voeren en de stek werd op vrijdag- of zaterdagavond afgeroomd. Het was een tijd van hectische actie, soms met slecht één hengel, enkel tijdens de avonduren en nachten was er niet eens bij…
De drils verliepen meestal met één of meerdere onvermijdelijke toeschouwers. Zo ook die ene warme avond waarop ik onderstaande schub ving. Als ik me niet vergis woog de bekende vis net 17 kilo en ze was goed herkenbaar aan de plooi in de borstvin en de eigenaardige onderste staartlob. De bewoners van één van de huizen achter m’n stek kwamen net buiten toen de vis op de mat werd gelegd en al gauw waren de kids in de wolken en waren de verbaasde vragen van de ouders de meest clichematige.
“Hoe veel weegt dat zo en heb je dat wel hier gevangen?” “Tja, waar anders dan voor jullie deur!” De papa nam vriendelijk de foto’s en de lieve mensen verdwenen uiteindelijk. Deze familie had op z’n minst iets te vertellen.
Een maand of drie later, op een warme avond in de herfst, krijg ik een run en sta heftig te drillen op de kaaimuur. En wie komt daar aangelopen? Tja, diezelfde familie. Ze hadden het vlug in de gaten dat er terug een mooie vis de hengel rond plooide en ze kwamen op me toe. Er werd geroepen en enthousiast gereageerd, geen rust hier, deze stek ligt immers in het hart van de stad. Nog voor ze in het net lag wist ik al welke vis het betrof. Dezelfde als bij hun vorige bezoek natuurlijk. Pas toen ze op de mat lag en de weger het zelfde gewicht aangaf wist ik het helemaal zeker. Ik zei het dan maar tegen de mama en werkelijk, dat onnozele vragende gezicht van het overigens knappe vrouwtje vergeet ik nooit meer. Zoveel ongeloof in die vragende ogen. Hoe kan dat nu om zoiets te beweren? Maar, wat voor een karpervisser gewone kost is geworden om een vis te herkennen, is voor een leek een quasi belachelijk gegeven. Je moet wel halfgek zijn om zoiets te beweren… Zo’n grote vis vang je namelijk maar één keer in je leven. Misschien had ze wel gelijk, het is een beetje belachelijk… En wat maakt het uit? Hij woog een paar honderd gram meer, wat maakt het uit… De stek werd opgeruimd, de mensen verdwenen en er was weer iets om over te vertellen…

Gisteren ging Jan naar de avondbarbeque van de scouts in Hever. Da’s voor voor mij vanuit Ranst wel eventjes een stuk heen en terug rijden. Dus werden daar een paar uur vistijd ingecalculeerd, in de buurt waar ik tot vorig jaar woonde. De korst zou het doen, niks gemakkelijker dan ergens een brood uit de muur trekken. Ik kan het nog altijd niet te geloven dat zo weinig mensen op deze manier vissen, zo eenvoudig en op bepaalde momenten enorm bevredigend. Misschien maar goed ook, teveel concurentie zou de karpers nog voorzichtiger maken.
Aan de Leuvense Vaart werd de wandeling gestart, in de hoop om ‘actieve’ vis te vinden onder deze brandende avondzon. Meerdere stukken werden afgestapt maar op een paar giebels na vond ik geen vis aan de oppervlakte. Dan op naar het volgende meer, waar een totale en lome rust heerstte. Er was nog geen voorntje te zien, geen spettertje. Dan op naar de geheime bestemming, de plek waar ik niet mag vissen, maar die soms voor een bonusje zorgt. Groot was m’n teleurstelling, er was geen vis te bespeuren en ook het anders zo heldere water stond nu stijf van de algen. Het werd dus een avond zonder vis, maar wel met genoeg zweet. Ook niet slecht voor mij, dat kleine beetje beweging…

Alijn deed laatst nog een trip naar Rainbow Lake in het zonnige deel van Frankrijk… met als resultaat onder andere deze drie onwaarachtige bakken. 28,4 kg, een 29,4kg en een 34,9 kg…
Het meer is omstreden, de vissen niet. Onwaarschijnlijk hoe jong en veerkrachtig deze dieren er uitzien. Het is alsof op dat meer als wetten van de karpernatuur getart worden. You love it, or you hate it.
Wat voor de ene een fish of a lifetime is, is voor de ander quasi doodgewone kost. Het zijn keuzes in het leven en in je hobby.

Het is er om vragen, zo’n mooi weer. Je kan ze gaan zoeken, je weet ze te vinden. Karpers liggen de eerste warme dagen volop te luieren in de felle zon en met de avond komt er een opleving in de activiteit. Ik kwam laat aan, met een half broodje als enige aas. De eerste vis die ik in het ondiepe zag zwemmen was een mooie brasem, ik liet een vlokje afzinken, en kon het op de bodem zien staan. Hij zwom weg. Even later kruisen twee karpers in de twintigponds-klasse voorbij. Ze negeren de uitgestrooide korsten straal, maar goed, ze kennen het kat- en muis spelletje met de korst op die plek al te goed! Twee minuutjes later zie ik 15 meter naar rechts een mooie spiegel ronddartelen. Spelend met het samengewaaide wier en verpakkingsmateriaal, en met een groen Legoblokje. Ik wist al dat ik ‘m ging vangen, zelfs toen hij nog daar aan het drentelen was…En inderdaad, ze keert haar trage lijf, zwemt aan de oever naar m’n korst en zuigt vol door! Klets, zwieszz, een mooie dril, moeilijk scheppen over de steenblokken! Maar ze is binnen, en een paar oudjes nemen de foto’s. Een halfuurtje later vang ik aan de overkant nog een flinke giebel aan de oppervlakte en mis ik een leuke ruisvoorn. Dan is de stek verstoord en nog voor donker ben ik terug thuis…

Het is zover, we zitten in een nieuw strak pakje. Ik ben benieuwd hoe dit zal evolueren.
Hieronder een giebel, gevangen tijdens het mooie weer van vorige week. Met het korstje…
Het spreekt vanzelf dat het nog wat tijd zal vragen om deze blog helemaal te up-daten…

Tijdens de gesloten tijd in België werden een paar avonden zoek gemaakt op karper, met de boilie aan het Albertkanaal. Ik moet beseffen dat dit mijn visserij niet meer is.
Het vraagt te veel tijd om deze kanaalberen aan de schubben te komen. Rustig is het wel…

Het Karperboek waar zoveel om te doen is geweest. Maar helaas was uitverkocht…
Luc De Baets, voor de ingewijde karper- en wedstrijdvisser geen onbekende, schreef deze 320 pagina’s tellende ‘Karperbijbel der Lage Landen’ een kleine tien jaar geleden.
De inhoud van het boek sloeg toen in als een bom, het had dus al vlug z’n voor- en tegenstanders. Maar de kwaliteit van de tekst, de ongelofelijke hoeveelheid info lieten niemand onberoerd.
Nog steeds is het een absolute klassieker die jaren later méér dan up-to-date blijkt.
Met stapels relevante info voor de beginnende karpervisser, én een naslagwerk of heerlijk lezend boek voor de doorwinterde karpervriend!

Het boek is dus terug verkrijgbaar, met een herwerkte frisse look en opgefriste teksten. En als extra heeft Luc een aantal hoofdstukken compleet herwerkt.
De Dunne lijn… kost 40 euro, plus 5 euro verzendingskosten.

U kan het bestellen via deze website: http://www.dedunnelijn.be

Alijn Danau ging vorige week terug naar z’n vertrouwde stek, Rainbow Lake, het welbekende betaalwater in Frankrijk. Hij is er zowat kind aan huis, maar droomt nog altijd van een weer andere bak! Hij had vorige week een supersessie met maar liefst 34 runs, met daarvan ook effectief 34 vissen op de kant. Eén ervan was een topschub op 28,6 kg. Eentje die ook nog eens op zijn verlanglijst stond!


De herdruk van het knappe boek ‘De Dunne Lijn’ van Luc De Baets komt er aan. Lucske is de pas vormgegeven pagina’s druk aan het herlezen en het zorgt alvast voor de nodige spanning om het geheel op tijd bij de drukkerij te krijgen! Alhoewel dit niet direct aan het boek te zien is heeft Luc er toch een heleboel aan herwerkt. Het blijft zo’n 10 jaar na de eerste uitgave nog altijd een dijk van een boek, dé Koran van de Karpervisser!

Zaterdagvoormiddag trok ik op ‘t gemak de nederlandse polder in op zoek naar vis. M’n ganse auto zat vol met spullen dus kon ik wel een en ander uitproberen.
Een paar stukken poldervaart werden uitgeworpen met een jerkbaitje, maar ik zag niks z’n staart roeren. Meer nog, op speldaas na, zag ik helemaal geen enkele vis zwemmen! Kraakhelder mooi aquariumwater, maar geen visje te zien…
Dan maar naar de gekende graskarpervaart. Ik hoefde daar niet lang te zoeken om een paar vissen te vinden tussen het overvloedige plompenblad. Het vaartje lag op het midden na helemaal vol met het groene blad. De twee broden die ik bij had waren een beetje overbodig want zodra ik een sneetje durfde te voeren kwamen de meeuwen er als vliegen op de stront op af. Grassies moet je een beetje op dreef krijgen door ‘t voeren met wat losse korsten. Een enig stukje brood wordt ginds met argwaan bekeken. Uiteindelijk kreeg ik er eentje voor m’n voeten aan het azen (en daar durfden die meeuwen niet te komen). Na een explosieve start met Ooo’s en Aaa’s van enig vrouwelijk schoon achter me volgde er een makke dril tussen het plompeblad en kon ik een fijne grassie landden. Toch welkom jij makker, als je niet veel vist doet elke vis deugd! Die klauwhaak kreeg ik er bijna niet uit, lossen was helemaaal onmogelijk geweest.
Na een gebakken stukje vis (ze noemen dat daar een lekkerbekkie, haha) reed ik bij Jacques langs die pas terug was van morgendienst. Een gezellige babbel en een Jupiler later (hij wéét wat goed bier is) reden we terug om het 2,5 liter blik mais die ik bij had op enkele strategische plekjes uit strooien. Het blik mais was zowaar tien jaar oud maar de inhoud nog prima. Na het eten waren we er terug en op een paar plekjes was er de nodige broes te zien. Er was iets aan het stoempen in de modder.
Bij een betonnen brugje zeilde m’n pennetje na een harde tik mooi weg en iemand onder water trachtte na de aanslag onder de brug door te stomen. Veel karpers heb ik nog niet van op een brugje gedrild, dus dat is voor een Belg extra spectaculair. Kraakhelder water, plompen en een betonnen brug stonden garant voor een spannende dril. Hadden we dit soort omstandigheden maar in België, vissen ten top!
Nu, hij was niet zo groot, en dat hoefde in die omstandigheden en gezelschap ook niet. Het stekje was afgeroomd.
De andere stekjes gaven nul op het request (alhoewel Jacques één keer missloeg en die moeillijk doende graskarpers verwenste). Hij had trouwens het idee dat we te laat terug gekeerd waren. Ach, wat maakt het… We hadden vis gezien en gevangen.

Zondagmiddag reed ik met Jan mee naar het verre Limburg. Op zoek naar barbeelstekken aan de Grensmaas. Erg leuk en mooi daar maar dit had ik even onderschat. Ik was nog nooit in dit deel van België geweest en ik had me met de Grensmaas een idyllisch riviertje voorgesteld. Dit viel behoorlijk tegen, in breedte en diepte. We hadden direct door dat je mede door de onbereikbaarheid voor dit water leergeld moet betalen. Uiteindelijk visten we op twee totaal verschillende, mooi ogende stekken… maar zagen de toppen van de feederhengels niet doorbuigen door een aanbeet van een barbeel, enkel door de monotome harde stroming. Het zal dus voor een volgende keer zijn!

Het was alsof het kanaal tegen me zei: “Welkom, jongen, het komt wel oké”. Ik moest naar die plek. Vanavond moest ik met het pennetje vissen! Ik had er gisteren al zin in maar had geen mais, noch anders lekkers in huis. Marleen was zo lief geweest er vandaag mee te brengen uit de supermarkt. Gewapend met één blikje mais trok ik naar het voor mij absoluut nieuwe kanaal. Ik wist en weet er niks van af. De diepte viel mee op het taludje in de kant, dus dat was een meevaller. Toch maar een stevige pen gemonteerd, want het stroomde nogal hard. Eén handje mais rond het pennetje, plus één handje tot een brij geknabbelde mais erbij. Dat stond.
Ik zat er lekker in het avondzonnetje op m’n waxjas, want waar dat verdomde zeteltje tijdens m’n verhuizing is gebleven weet ik niet. Maar de temperatuur was bedriegelijk, fris aan de voeten.
En zie, daar draaide een kleine vis, misschien wel een kroes? Na een uurtje kreeg ik een mooie trage wegloper, niet te missen. M’n hart popelde bij het zien van deze spiegel, de eerste van een nieuw water is altijd speciaal. Aan het lichte 1 1/4 lbs hengeltje gaf het beest héél wat sport maar belandde toch in het gretig uitgestoken net. Een paar foto’s op de mat en hij gleed terug. Ik besloot het op een ander plekje verderop nog eens te proberen en na wat peil- en afstelwerk stond het me wel aan. Maar de zon kroop al in bed en het koelde zienderogen af. En toch liep dat pennetje nog eens lui weg, ik wist al dat het een karper was voor ik ‘m aansloeg. De kleine rakker plonsde dat het een aard had en ik vond hem niet gemakkelijk terug in m’n net. Maar ach, wat geeft het, kleintjes zijn ook welgekomen op zo’n korte sessies! Twee vissen op één avondje, op een nieuw water, én met het pennetje. Dat kan slechter. Binnenkort eens zien of het ook nog béter kan!

Gisteren kwam Jacques Schouten bij ons op bezoek om één en ander te plannen, en hij was, zoals altijd, een uur te vroeg. Hij had niet durven aanbellen en was dan maar aan het bosje om de hoek op een bankje naar de vogeltjes gaan luisteren, om 6u30! Rare jongens, die Hollanders!
Absoluut een leuke morgen, maar ‘s namiddags werd de brave man hongerig naar een Belgische vis. Het is hem gegund maar het weer was niet zo best, wel warm maar een beetje grijzig en een briesje. Niet zo goed om een vis aan het oppervlak te vinden…
We besloten dan maar om wat te wandelen langs het Fort van Lier, wat een mooi water is me dat! Werkelijk prachtig. Een kempzaadvisser zat er verscholen tussen de bomen. Buiten een zilverreiger was er verder niet veel aan dierenleven te ontdekken. Ook aan het kanaal was niet veel te zien en ik nam Jacques mee naar een water wat verderop. Waar ik eigenlijk niks van afweet.
Het bleek dat je er niet helemaal rond kon, en er was ook geen vis te zien in het kraakheldere water.
Op de terugweg, aan de auto, zwom er een kleintje, en wat verderop vonden we in de luwte best wat mooie vissen aan het oppervlak. Uit de wind! Ahaaa!
Jacques word dan op z’n eigen kenmerkende rustige manier erg wild en nerveus. Het moest gebeuren. Ik had nog uitgedroogd brood in de auto, dat moest het maar worden.
Dat uitgedroogde brood deed ons de das om want die harde brokken waren ze daar duidelijk niet gewoon. Er werd mee gespeeld dat het een lust was, en we verspeelden ook een paar kansen. Slechte timing, nog niet wakker van de winterslaap, of gewoon nerveuze vissen?
Ik haakte er één maar die schoot los en ik draaide een dwarrelende schub op de haak binnen.
Na wat voorjaarsgeklungel beterde het tij toen we kleinere stukjes brood uitprobeerden. Jacques had een stevige dril aan z’n schubkarper op m’n 1 1/4 lbs hengeltje. En even later haakte ik een kleiner schubje. De mooie koi’s die aarzelend onder onze korsten kruisten werden niet gehaakt.
Even later komt iemand op ons af, ik herkende hem ergens van, en die wist me te zeggen dat ik ginds helemaal niet mag vissen. Wist ik veel… ik was er nog nooit geweest… het is ook niet bekend.
We vertrokken dan maar, én hadden toch een erg leuk moment beleefd.
Misschien moet ik me daar maar eens een vergunning aanschaffen.

Opruimwerken aan ons vijvertje. Er zitten véél te véél vissen. Komeetstaarten die voluit voor de nodige nakomertjes zorgen. Omdat het met een schepnet niet zo best lukte ging ik met een kort hengeltje aan de slag, mét broodvlokjes. De goudvissen werden al snel gedecimeerd, en de enige kleine koi die ons vijvertje rijk is slaagde er in om drie keer aan m’n haakje nr. 18 te blijven hangen. Op een half uurtje! Jan harkte hem er nadien met het netje ook nog eens uit (kan je hem niet kwalijk nemen als z’n pa zo tekeer gaat). En ik kon ook nog deze pad in close-up fotograferen…

Vandaag nog eens een paar uur op stap geweest met de korst. Het was moeilijk om vis te vinden… ze zaten wel boven, maar nog allemaal in de okstakels (en dat op vier verschillende wateren). Ik vind dat heel eigenaardig, met zo’n warme lenteprik.
Ik vond op het laatste water een bereikbare koi van een kilo of vier tussen de struiken en die moest het dan maar worden voor vandaag. Na een halfuur kreeg ik hem uit de struiken gelokt met kleine stukjes korst en ‘k rook m’n kans. Maar net op dat moment komt er een kolonne karpers ingezwommen met een hele beste erbij. Je kan het al raden, de hele bende zwemt linea recta naar m’n korst die ermiddels ook tussen lag… en de kleinste acceleert om het voor de neus van de grootste – die z’n snoet al aan het opentrekken was – weg te sloeberen. Woesh, weg de hele bende, toen ik sloeg. Dit scheelt me verdorie een ferme dertiger!
Dat visje was een mooi goudbruine spartelaar, een toch welgekomen kleintje op deze zomerse lentedag. Een karper op de korst, ah nee, een kaper op de kust!…

Anderhalve maand niet gevist. Dan sta je hongerig. Deze week was ‘t aangenaam warm en mogelijks was er wel een vis aan het oppervlak te verschalken. Drie keer was ik na het werk op zoek gegaan maar er was nog niemand thuis. Maar vandaag was het hier erg warm voor de tijd van het jaar, met weinig zon. Ik gaf het een kans en vond er een paar tussen de obstakels die het water in overvloed heeft. Ze kwamen er niet echt onder uit. Het was te ver om korsten tussen de karpers te werpen, ook het briesje stond tegen. De eerste die het echt waagde om er een heel stuk uit te zwemmen wierp ik een ferm stuk brood toe, mét haak! Hij zwom er in rechte lijn naar toe en slobberde het gulzig binnen. Prijs! Ferme dril tussen de in ‘t water liggende takken! Ik had m’n plezier al gehad met mijn eerste karper van het jaar! Een Paasvis. Scheppen was moeilijk want ik ontbrak de spreader van m’n schepnet. Verhuizen heeft zo z’n nadelen. Dan maar met het net zonder steel en na twee loze pogingen lukte het zonder verder probleem. De zelfontspanner deed z’n werk en het beest bleef rustig. Tof. Hij ging er met een paniekerig shot vandoor toen ik hem van de mat in het water liet glijden. Dat zal ‘m leren om te zonnen met Pasen.