Info

Posts uit Geert’s Fishing Blog

Het zijn de momenten tussendoor. Onverwacht aan de waterkant kunnen verschijnen. Adem halen. Het doet deugd. Een uurtje of twee is genoeg voor vandaag. Een kleine jerkbait in de speld, een water dichtbij, niks moeilijks. In België moet de lat op snoekgebied niet te hoog liggen want dan kom je gemakkelijk teleurgesteld thuis.
Ik sta tien minuten te werpen als David, een vriend van me, komt langswandelen, het jerkbaitvissen is hem nieuw en hij vind het plankje wel mooi door het water gaan. Hij loopt een paar stekken mee en zit er op te kijken als er plots een hele beste vis onder m’n jerk staat, net in het kantje. Hij heeft de jerk gemist, is er onderdoor geschoven en ik zie één van de dreggen haken in z’n staartvin. Ik wacht het af en even later komt de dreg los zonder dat de vis wegschiet. Het beest schuift rustig terug het donker in. Vlug terug inwerpen, binnenharpen en knal! Vlak voor onze voeten gaat een knappe metervis volop over het aas. Ik verwacht een flinke dril maar de snoek gaat stokstijf liggen om nadien slechts één keer te springen. Dat is meestal de voorbode van een beetje miserie. Ik doe de handlanding, onthaak hem en zet er zo ongeveer de hengel naast. Tijd om een foto te maken is er niet want de snoek slaat zich los… Jammer, want er is niet altijd een fotograaf in zicht!
Ik vis een groot stuk water af zonder verder actie. Als ik terugloop naar het begin is David reeds in een stofwolk verdwenen, hij schatte de snoek tegen de 110, ik eerder een goede meter. Tussen het eerste en tweede oog van m’n hengel in, ik meet het na als ik aan de auto ben. Voor België: een hele beste. Er komen twee schattige poesjes tussen m’n benen zitten. Iemand heeft die hier in ‘the middle of nowhere’ achter gelaten. Erg is dat!… Ze springen bijna in het water, zo aanlokkelijk lijkt de bungelende jerkbait…
Even later vang ik op een droomplekje -waar je het verwacht- onder wat groen en tegen een struikje nog een 85 cm. Ze zoog de ganse jerk naar binnen en ik had moeite om alles er netjes uit te peuteren. Ik ben blij! De schemering zet dezer dagen snel in, ik hou er mee op en vol schuldgevoelens zet ik de twee dartelende katjes in de auto. Ze komen in m’n nek zitten als ik naar huis rij. Ik heb al een nieuwe thuis voor ze verzonnen…

Deze dag viel me eerst tegen, ik had vlammende rugpijn en als je dan een halve dag vanuit een schommelende staat te werpen met groot kunstaas, wel, dan ga je dood. Al zeker als geen snoek zich laat zien. In de late namiddag had ik er genoeg van. Toch maar even vertikalen en uitrusten vanuit het luie stoeltje. Op m’n Gothfather spoelde ik twintig meter hagelnieuwe Nanofil om eens te testen. Koffie bij de hand, boterham in de aanslag. Lekker in dit weer. Op 8 à 9 meter diepte was veel vis te zien maar deze waren niet geinteresseerd. Dan maar wat dieper? En inderdaad, op 12 meter had al vlug m’n eerste snoekbaars. Fijne dril, mooie vis, op een groene FinnS. Wat later volgde er nog één. Mmmn, de grote snoeken waren al vergeten. De Nanofil speelt z’n rol met verve, ik kan 14 grams shad mooi beneden houden en zelfs ietsje vlugger vissen. Het lijkt alsof de uitstaande lijn minder weerstand ondervind op grote diepte. Een half uur later vang ik nog een snoek, ook op ongeveer 12 meter. Deze zit dus al diep voor de tijd van het jaar, is dit soms een teken aan wand? Komt de winter in het land? Ik ben erg blij dat het ragfijne lijntje niet knapte, zonder stalen onderlijn is het gevaarlijk toeven tussen honderden tanden… En dan valt het stil, de beet is er uit, ik verander van aas, een sneller geviste oranje-rode Salt Shaker op een zwaardere loodkop moet het doen. Ik laat het dingetje zakken en krijg direct een aanbeet. Eindelijk heb ik de tegenwoordigheid van geest om ook de verdomde camera aan te zetten en een filmpje te schieten. Altijd leuk.

Het reeds eeuwen geleden gesmede plan om voor de eerste keer in de polder gaan struinen hield geen stand toen Fons zag welke mooie snoek Marc op het grote water had gevangen. 118 cm groen en brons, tand en vin. Prachtige vis, die danig indruk maakte! Voorzichtig kwam z’n voorstel of het niet verstandig was om -gezien de oostenwind en slechte polderwind- toch maar voor een laatste keer het grote sop op te gaan.
Voor mij is dat even mooi, als ik maar kan vissen.
Ik slaap bij toeval ‘s nachts maar een viertal uurtjes, moordend voor m’n gemoed en gestel. Piekerend wacht ik 5 uur af. Voor dag en dauw zaten we reeds op het water, en Fons had na 10 worpen een leuke snoekbaars. Het zegt ‘m niet zoveel, hij zit meer met z’n gedachten bij groen en brons…
Ik besloot op het einde van de wind te gaan vissen, alles zag er op deze stekken perfect uit. Flinke kabbel, gebroken zonlicht. Een aanbeet van een beer kon niet uitblijven. Dat deed ze wel. Alleen Fons vangt nog een klein snoekje een een baars.
Rond de middag varen we een luw plekje binnen, rustig middagmalen in een heftig dansende boot is niet zo tof. Met m’n boterhammen in de hand maak ik wat verderop een praatje met een paar karpervissers. Ik moet het niet, ze vissen in deze uithoek véél te ondiep voor de tijd van het jaar. Ze hebben niks gevangen…
Eens de picknick in de mannen is en ‘het stoofje weer opgewarmd’ willen we zo snel als het kan terug aan het werpen gaan. Maar, de motor start niet meer, geeft geen kuch, geen krimp. Ik zie alles na, en dat is héél gemakkelijk als je geen snars van motoren begrijpt. Een half uur later lukt het nog altijd niet en onze visdag valt in het water. Er komt een boot langs die me op sleeptouw neemt en de brave jongen belooft om te rijden zodat ik de trailer kan ophalen. Twintig minuten rijden… Morrend zie ik het aan, maar plots besef ik dat ik het dodemanskoordje in m’n zak heb gestopt… Dat komt er van als je te weinig slaapt, dan doe je stomme dingen. Natuurlijk start motor zonder een zucht en we scheuren na de bedanking het sop weer op.
Ik begin een lange drift langs een rechte oever, slechts in de wind tegensturend met de iPilot. Het werkt perfect. Alleen, vooraan danst Fons als een dobbertje op de golven.
Er komt een snoekbaars binnen waar ik best gelukkig mee ben. En even later mist Fons een hele beste snoek. Laat het ons op 110 cm houden… Het beest tikt de shad twee keer aan, om daarna gewoon de dieperik in te draaien. Kans van de dag verkeken. De dunne lijn tussen een mooie visdag en een Perfecte visdag. We vissen de dag uiterst geconcentreerd uit en tegen de avond ben ik geheel gesloopt. Toch vang ik nog een peutertje. De ware bak van morgen…

Tijdens de Fair op Maurik zag ik iemand kort na elkaar een paar hele beste baarzen en een flinke brasem vangen, zomaar op de steiger in alle drukte. Als dat tijdens het demonstreren van een nieuwe techniek gebeurd dan doet Geert z’n vergrootglasbril op. Om uit te spitten hoe dit werkt.
Wel, dit was met de fameuze franse ‘plomb a palette’, een uiterst agressieve manier van vertikalen. Dat het prima werkt is me wel duidelijk geworden… en ik geef het volgend jaar ook een kans.

Jan was een paar weken geleden mee op m’n boot, op zoek naar grote snoek op het grote water. In het morgengloren, na z’n derde worp haakte hij al een snoek. Niet groot, dat niet, maar de pret was er wel. Die dag kwamen er nog vier extra binnenboord. Echter geen reuzen…

Deze zomer was de zomer van de spinnerbaits, ik ben er helemaal weg van, leuk om een zelfgemaakt assortiment te hebben die aangepast is aan de hoeveelheid wier en de diepte.
De onderste staat op punt, één van m’n wierwapens voor volgend seizoen! Twee 8/0 haken moeten groot genoeg zijn…

Ik zag in ‘Rovers’ en ook op z’n site dat Uli Beyer een mega-sessie gevist had op een groot Nederlands water, ik meende op het eerste zicht een vis te herkennen, en ja, een uitvergroting gaf de bevestiging. De vis die ik vorig jaar oktober ving op 125 cm had Uli dit jaar op 128 cm. Maar dan nog véél dikker. Het verschil tussen het najaar en het voorjaar, als de dames op hun dikst staan…

Zaterdag visdag! Met Fons. Goed gelukt. Vooral het weer. Iets minder vis. De plotse lome drukkende warmte had naar mijn gevoel z’n uitwerking op de roofvissen. ‘s morgens vroeg had ik al snel een volger op m’n spinnerbait. Dit was werkelijk een Hele Beste Snoekbaars. Ik kon er een tijdje niet van zwijgen. Een kleinere Salt Shaker bracht op dezelfde plaats enkel een ‘peuter’ binnenboord. Ik was er wel blij mee maar hij was op z’n minst de helft kleiner dan de dikke volger…
Ik deed verschillende stekken aan, het vertrouwen zat zo hoog als de wtc-torens, maar we zagen verder niet veel dan een paar volgertjes. Ik deed een plek aan waar ik nog nooit was geweest, het zag er goed uit en ik ging even voor anker met de iPilot. Vier meter water onder de boot. Fons ging er een witte shad aan en had prompt een dikke snoek die hem een erg vinnig gevecht opleverde. Zo, deze was ook binnen. De nul van het bord voor beide heren is nog zo plezierig! De ganse baai werd uitgemillimeterd maar niks haalde het in z’n hoofd om van onze metaalwinkel te proeven.
Ondertussen waaide het vrij pittig uit het zuiden en dat was goed om een lang stuk af te driften. Kilometers kan je zo secuur afvissen, enkel een beetje bijsturend met de fronttroller. Wierbed na wierbed van op twee tot vier meter diepte. Het zag er prachtig uit, en zo uitnodigend. Er ging een keiharde spanning en Fons verwonderde zich over dat er op zo’n mooie plekken geen actieve vis lag. Tja, forceren kan je het niet, hé…
We koelden even af door full speed naar de overzijde te varen maar op vier andere stroken bracht het ons niks nieuws meer. Op de valreep sloeg Fons nog een snoekbaars aan. Hij was er wel blij mee maar laat het ons zo verwoorden: het is z’n doelgroep niet! Maar, het bracht toch nog wat actie in de avond.
Op de weg naar huis werden we verrast door een hevig lichtspel boven de veelkleurige wolken. Dit hadden we nog nooit gezien! Een prachtig einde van een hete en toffe dag op het water… Joost mag het weten waarom ik er geen beelden van heb genomen.

Vol verwachting varen we het water op, strategisch slaan we een paar stekken over, het kunstaas gaat te water en de spanning stijgt…

Vrijdag moest ik er even uit. Het weerbericht had me al een paar keer serieus misleid en een paar leuke visdagen waren me ontnomen! Ik ben daar behoorlijk kregelig van. Vrijdag lette ik nergens op, buiten op de windkracht. Pas om 8u00 ‘s morgens reed ik richting Nederland. Eén dorp verder en ik werd -op een paar meter na- geramd door een heuse brandweerwagen die op volle snelheid de hoofdweg op kwam. Ze konden nog net op tijd stoppen, en ik ging een tijdje aan de kant van de weg bijkomen… Daar sta je even bij stil!
Door het flauwe windje kon ik mooie driftjes maken en bij de eerste stek was het al vlug prijs. Ik zag de snoek op de flank toen ze schuin van tussen de vele waterplanten op m’n pas aangeschafte Grinder schoof. De klap kwam een milliseconde later en ze boorde zich na de aanslag door de slip en ook door de planten heen. Ik wist direct dat het een beste vis was en dan speelt direct ‘de angst van het verspelen’. Niets van dat, de enkele haak zat helemaal door de kaak en verspelen stond vandaag niet in m’n woordenboekje. Ze ontwortelde een volledig wierbed dat zich aan het oppervlak vleide. Ik vond het nogal wat! Na een paar stevige runs was het over en ik was uit van de zenuwen. Geen getalm, de hand erin en binnen trekken! De rolmeter gaf 114 cm aan en ik gaf een flinke brul. Dit is namelijk geen water dat zomaar z’n dikke vissen prijsgeeft. Een brul van diep binnen mag daar wel!
Ik had geen vismaat voor deze dag maar had wel de camera op statief bij. Ik trachtte het beest zoe goed als het kon in het kleine schermpje te passen. Het zal nog wat oefening vragen maar ik heb toch een herinnering. Ik moet toegeven: vrij hilarisch taalgebruik. Nauwelijks twee minuten binnenboord en ze mocht alweer zwemmen. Even talmde de vis maar dan zwom ze resoluut het groen binnen. De vis voor deze dag was binnen.
Het grote water lag er vreedzaam bij maar het wolkendek voorspelde met z’n donkergrijzen niet veel goeds. Wat later werd ik goed nat van een vieze motregen. Ach wat. Tijd om nieuwe stekken te zoeken, wat ik ook prompt deed. Op een stuk waar ik nog nooit was geweest vond ik een mooie wiergordel, daar waar je het niet zou verwachten. Honderd meter verder schoot een snoek naar boven die net op het laatst inhield, de lippen net over de spinnerbait. Ik voelde ze nauwelijks toen ik aansloeg, de vis verdween traag en loom uit het zicht. Vlug een waypoint op de gps want deze vis mocht zich vandaag aan nog een bezoekje verwachten. Later gaf ze geen thuis meer en op een paar volgertjes van mindere goden zag ik verder niks meer. Nog voor donker zat ik al op de terugweg naar huis. Morgen was ook visdag, met Fons!

Het is niet goed voor je hart als je zo’n vis op je aas ziet knallen, maar het doet zo’n deugd…

Een mooie zomersnoek from Vandeplancke Geert on Vimeo.

Zaterdag had ik gepland om met de boot op snoek te gaan. Het weerbericht voorspelde zoveel slechts dat ik er vanaf zag en het in de buurt probeerde.
De windes en kopvoorns hielden zich gedekt, wellicht door de grote hoeveelheden nieuw water. Dan maar even op snoekbaars aan het kanaal. Twee aanbeten, één snoekbaars verzilverd. De dag was gauw voorbij, in ergernis, want het was best mooi weer geworden, ik had echt wel met de boot weggekund. Wat moet eens mens met Het Weerbericht?…

Deze week twee keer een klein uurtje gevist, net voor donker. Terug één snoekbaarsje op de shad. En gisteren kwamen er ineens wel tien mooie baarzen nagezwommen toen ik de gulzigste ving. Ik dacht een slag te slaan maar geen enkele rakker liet zich nog zien…

Vanavond stond ik aan een kanaaltje wat ik vroeger bevistte. Dat dit toch alweer 10 jaar geleden is!… Een vriendelijke jonge kerel (David was het, hé, heb ik het goed onthouden?) was er aan het dropshotten en we hadden een leuk gesprek. Je komt in België niet iedere dag een kunstaasvisser tegen. Ik zie voor het eerst de kleine spulletjes van Reins in actie op een zelfgegoten twee-grams loodje. Het zag er fantastisch visvangerig uit. Helaas is deze mini-combinatie voor het water aan mijn achterdeur een beetje te fragiel, ik zou nooit bodem raken in de stroming… Maar, een ander zien vissen geeft altijd inspiratie!
Als het weerbericht het toelaat gaan we zaterdag met de boot op snoek, indien niet dan wordt het een bezoekje aan de Fair for Lure & Fly 2011 op het eiland van Maurik.
Maar ik wil nog een snoek, verdorie!…

Erg rustig en heet weer deed me voor het grote water kiezen, en de rivier te laten waar ze was. Zoveel licht en windstilte beloofde niet veel goeds. Fons was op de maandelijkse afspraak en had er erg erg véél zin in. Ik denk dat hij er soms niet van kan slapen! Het water zag er prachtig uit, een licht kabbeltje maakte het controleren van de boot een makkie. Zalig toeven, dit zonnebrandolie-weertje! Op de eerste stek had Fons al vlug een beste baars op een medium jerkbait. 44 cm, erg mooie vis maar nog geen recordvis voor de beste Fons. Een kleurrijk begin van de dag. De volgende stek aan de overzijde van het water lag in het einde van de wind, en na de eerste drift vond ik het er niet goed uit zien. We gingen terug van waar we kwamen. Op een voor mij nieuwe stek met een heel onregelmatige bodemstructuur stond het stijf van de vis. Ze sprongen als gekken rond de boot en op de dieptemeter was het één en al grijs. Hier kon wel eens een beste snoek vandaan komen. We gaven het een kans maar het gebeurde niet. Wat verderop raakte ik met de motor vast in de oeverstenen, een complete verrassing maar zo te zien ook een beste stek. Drie worpen later vangt Fons er een snoek op een zelfgemaakte spinner. Z’n eerste snoek van het water.
De langzaam kruisende iPilot bracht ons langs veelbelovende wierbedden, en in combinatie met de gesprokkelde info van een paar weken terug had ik er goede moed in. Wat later kreeg ik een volger van een zware metersnoek, die interesse had in m’n zelfgemaakte spinnerbait. Hij schrok van de plots deinende boot en schoot weg… spijtig. Wat later kwamen er nog twee dikke snoekbaarzen loompjes nagezwommen. Mooi om te zien boven de zanderige bodem. Maar ik had ze liever gevangen! Fons was ondertussen goed bezig want hij had best veel actie, nog een vijftal aanbeten, maar hij kon ze spijtig genoeg niet verzilveren.
Een groot wierbed en enkele strategische plekken werden uitgeworpen, niks meer, op een baarsje na. We driften ook een nieuw stuk af, zo’n goede kilometer lang. Het gaf niks maar zag er erg goed uit, compleet nieuw voor mij. Het zit in m’n computer.
De avond kwam er aan en ik kwam met het idee om de eerste stekken nog eens af te vissen. En inderdaad een goede keus, een kwartier later had Fons al actie gehad, eindigend in een misser! Ik was ondertussen bezig met één van z’n spinnerbaits, ik wissel graag van aas. Een werkelijke beuk op de hengel en ik wist al direct dat dit de vis van de dag werd. Het beest had geen kans, ging onder de boot door maar werd toch vlot geland. Gemakkelijk want je moet niet zo erg op de dreggen letten. Twee enkele haken maken het erg eenvoudig. 109 cm was de conclusie van Fons. Wat een nek en rugdikte hebben de snoeken op dit water! Ik was bijzonder happy, je zou voor minder. Een hele dag werpen en uiteindelijk op deze manier beloond worden.
Op de terugweg naar de trailerhelling peuterde ik nog een baars tussen de planten vandaan, de afsluiter van een hete dag!
Fons verloor aan de helling ook nog eens z’n portefeuille, wat de dag nadien voor de nodige onrust zorgde… Gelukkig liet een vriendelijke Nederlandse vrouw weten dat ze het kostbare ding had gevonden, intact. Mooi zo, deze eerlijkheid en hoop in bange en harde dagen. Op de terugweg reden we ook nog eens nietsvermoedend de Antwerpse file in, en wat voor één file, het werd een katertje, dit latertje!…

Net geen personal best voor Fons, maar wat een kleuren!…

Met z'n 44 cm... een mooie opener van de dag.

Fons doet het met z'n spinners!

109 cm, van tussen de planten vandaan..

Stilstaan bij de ongelukkigen op Pukkelpop, en beseffen dat we met iedere dag geluk hebben!

Een erg gretig baasje!

Iedere visdag denk ik aan Jaap.

We willen afwisselen, deze zomer. Niet doorbeuken op snoek, of peuteren op snoekbaars, maar ook op zoek gaan naar brasem, zeelt of barbeel. Een goede waterstand en een vrije maandag leek ons ideaal om eens te gaan barbelen, ter afwisseling. We hebben er weinig kaas van gegeten en als er we er één hadden gevangen dan waren we al superblij geweest. Ik had vroeger eens op deze stek gevist maar toen we er aankwamen bleek het al gauw dat dit een plaatselijke visserij is, één waar je moet in investeren. Het gevoel was er wel, dat Marc en ik goed bezig waren. Alleen kwam er geen barbeel langs die ons dat ook bevestigde.
Ik ging aan de slag met twee feederhengels, op verschillende afstanden en met mais, brokjes, maden en worst. Marc wilde trotten met maden en particles. Dat lukte wonderwel goed want na enige tijd haakte hij de ene kopvoorn na de ander. Al bleven ze in grootte wat achter. Ik moest het stellen met één brasem. Geen barbeel te zien, en ook een andere hengelaar pakte z’n spullen vroegtijdig in, visloos. Bloedheet was het op de keien, en de stek werd verstoord door horden kano’s. Marc werd zelfs even belegerd! Achteraf reden we nog wat rond op zoek naar andere stekken, die er even veelbelovend uitzagen. Er is te weinig tijd voor dit alles, in één mensenleven! We will be back!…

Stijgende waterstand, dansende hengeltoppen...

Trotten, en ook nog een beetje tasten in het duister...

Belegerd.

Een hele reeks kopvoorntjes...

En een brave brasem...

We maken de brug en dan kan er al eens gevist worden! Vrijdag werd erg vies weer voorspeld en ik liet me inmaken door het weerbericht. De boot bleef op stal en het werd een voormiddagje werpen met kunstaas in de buurt. Wat op een gemiste baars na op een sisser afliep, maar de basis is gelegd en ik zag het als investering voor andere mooie visdagen.
Zaterdag had ik afgesproken met Fons om naar het grote water te trekken op zoek naar snoek. Met de voorspelling van windkracht vier of meer zag ik dat niet zo zitten. M’n boot is iets te windgevoelig Dan maar naar de rivier. Fons was er nog nooit geweest en had nauwelijks kunnen slapen van opwinding. Wat een mens meemaakt om een dagje met de boot te gaan…
‘s Morgens was het erg lekker vissen, geen windje, geen spatje, zalig. Ik zette in met middelgrote shads op twintig gramskopjes en zo nu en dan met een jerkbait. Ik hou er wel van om veel te wisselen. Fons haakte een zelfbouw verzwaarde spinner in de speld en die zou het die dag ferm goed doen. De eerste stek gaf al binnen de drie kwartier een mooie vis prijs voor Fons. 98 cm snoekgeweld, die z’n hengel tot het handvat in het water trok. Dat was een super begin van de dag. De stek gaf na de tweede keer driften niets meer en ik besloot naar een stuk water te varen waar ik jaren geleden efkes gevist had. Dat zou nu toch vol moeten staan met planten? Het was ook zo en het zag er prachtig uit. Het duurde niet lang of Fons had er al weer eentje op, net aan het strategisch kopje van een rietpluk… Mooi, en daarna weer eentje verdorie… Ondertussen begon het flink te waaien en ik hield de boot met de electromotor niet goed meer onder controle. We vlogen! Het ging nog best met de benzinemotor in achteruit, maar dan komt er erg veel water de boot in. Zo voor de rest van de dag. De bilgepomp rules!
Wierbed na wierbed werd uitgekamd en ik wachtte tussen het vele geconcentreerde bijsturen nog altijd op m’n eerste aanbeet. In de late namiddag had Fons zeven snoeken aangeslagen waarvan vijf in de boot! Na een tijdje besloten we om even te trollen. Instinctief knoopt Fons er een firetiger Super Shad Rap aan en nauwelijks honderd meter verder klapt er één op, zes meter water onder de boot. Het stopte niet voor Fonsky. In het terugdriften naar de trailerhelling kreeg ik toch nog een beet op een jerkbait die ik net uit het water had getrokken, de snoek kwam er voor het water uit. In een splash verspeelde ik deze vis… Het was alsof hij me toch nog wat actie wilde bezorgen. Ach, actie had ik genoeg gehad, met al dat gestuur, ik was werkelijk gesloopt. Fons was in z’n nopjes met de mooie snoek, het was alweer een tijdje geleden! Tot nog toe was er weinig regen gekomen, maar daar zat verandering in te komen en we maakten dat we wegkwamen. De boot lag net op de trailer als het begon te hozen, maar dan zaten we al aan de chipjes en de frisdrank! Leuke dag Fons, en ik zal nog rap een paar verzwaarde spinners maken. Nieuwe afspraak volgende maand!

Mooie en erg sterke snoek voor Fons!

Het is verslavend, zo’n eenvoudige visserij. Een goeie week geleden was ik nog eens langs het riviertje geweest. Er stond veel meer water en de zon stond er knal bovenop. De vele waterplanten golfden op het ritme van het flink stromende water. Het is er zalig toeven.
De techniek is ‘eenvoudig’. 8/00 wit dyneema op de molen, daaronder een goeie meter 20/00 fluorocarbon. En een flink zware haak. Tegenstrooms inwerpen, het vlokje zinkt op het gewicht van de haak maar het dyneema zorgt er voor dat je niet te diep vist. Het vlokje kan je onder water mooi volgen, en zelfs sturen tussen de waterplanten door het opnemen van het drijvend dyneema. Eens dat ik het aas niet meer kan zien geef ik een tikje, en het brood dient stroomafwaarts als voer. Het werkt als een speer, prachtig om te zien hoe kopvoorn en winde vanonder het wier komen om het brood op te slurpen. Een puur visuele visserij, én superspannend. De vissen hoeven niet eens groot te zijn.
Ik amuseerde me te pletter. Ik haakte een karpertje, verspeelde er ook één, ving vier mooie windes en een mega-kopvoorn. Miste ook nog een koi door toeval en ving als laatste nog een karper van een kilo of zeven, acht. M’n lichte hengeltje brak middendoor op dit geweld maar ik kreeg het beest toch nog in m’n véél te kleine net… Heerlijk, maar ik kon wel naar huis!
Maar zaterdag voorspelde het weer niet veel goeds, met windkracht 4 à 5 en veel regen, de snoekboot bleef op stal. Marc dacht er net hetzelfde over en het plan om nog eens met het korstje te gaan vissen was gauw gemaakt.
Drie broden in de tas, wat nylon en een doosje haken, that’s all. Zo simpel. Marc’s Fairplay hengels plooiden dubbel en hij kraaide van plezier. We hadden een heerlijke namiddag met een paar hele mooie vissen… Plezier alom in een prachtige omgeving!

Een warme zomeravond, twee broden in de tas, licht materiaal.
Prachtige eenvoudige visserij op stromend water.
Met als apotheose een zenuwslopende dril en een leuke karper (op 14/00 nylon) voor Marc…
Genieten. Twee mannen als kinderen langs de rivier.

Gisteren schatte ik het weer verkeerd in. Er was zware wind voorspeld (4 tot misschien wel 6) en omdat het in een spookkasteel niet leuk vissen is gaf ik verstek. De boot bleef op stal en ik zou het in België zoeken.
Het lokale kanaal werd ‘s morgens bestookt met de dropshot en de gekende stekken gaven geen enkele snoekbaars prijs. Dat was al een zeperd en gezien de voorspelde dertig graden ook niet geheel verwonderlijk. Maar, ik was tenminste aan het vissen.
Vorige donderdag had ik tijdens een fietstochtje met Marleen een aantal dertigponders zien bij elkaar liggen op een ander kanaal. Ik besloot daar te gaan wandelen in de hoop om een mooie vis te vinden en met de korst een kans te wagen. Na kilometers stappen had ik alleen een ongeinteresseerde schubkarper gezien, en ik blies dit avontuur af. Volgend plan met het brood. Een klein sluisje op een riviertje, daar moesten toch een paar voorns of een brasem te strikken zijn? Twee uur volgehouden. Niks. Wel grote windes gezien die het brood nog geen blik waardig achtten. Die windes brachten me op een ander idee. Ik reed door tot een ander stuk rivier, en jawel, ze waren er.
Mooie vissen, die de subtiel gestrooide korstjes na een tijd gretig opslurpten. Ik ving een lange kopvoorn en een massieve winde. Twee machtige vissen op ultralicht materiaal, jawel, de dropshothengel van deze morgen! En ik mistte op een haar na nog een leuke spiegelkarper die als een duikbootje door het ondiepe riviertje kruiste.

Een heerlijke tropische namiddag, met een toch nog geslaagde zoektocht. Nadien smaakte de Fanta uit de automaat werkelijk als een Mojito uit de duurste cocktailbar!…

Twee dagen vrij om te vissen, een hemel op aarde! De eerste dag gingen we met de boot van Marc naar het grote water, de tweede dag met mijn boot naar een Nederlandse rivier.

De dagen konden niet contrastterender zijn. Dinsdag was het guur, erg winderig en ik was blij dat ik twee regenpakken boven elkaar aan had! Woensdag was het werkelijk zonovergoten!

Op de grote plas was de derde worp met een jerkbait al goed voor een snoek. Helaas, een kleine. Maar daarom toch niet minder geappreciëerd! Een goede start van de dag, ware het niet dat het tot 15u30 duurde voordat er zich nog iets vergreep an het kunstaas. We waren ondertussen van het werpend vissen overgestapt op het trollen, om nog wat méér water te kunnen dekken. Vier kunstazen achter de boot. Nog maar pas lag de gouden Super Shad Rap van Marc achter de boot of een mooie snoek nam hem te pakken. Helaas werd de vis gelost. Een paar minuten erna was het mijn beurt en deze kwam wél in de boot. Ook geen monster, maar dat kon de pret niet drukken! We dachten dat de oplossing gevonden was, maar nee…
Trollen gaat erg vlug vervelen, dat is zowat het saaiste dat er is. Maar het kan erg effectief zijn.
De volgende stek zouden we terug werpend uitvissen, voor de broodnodige afwisseling, maar dan met licht materiaal. Heerlijk, een licht hengeltje en klein kunstaas. Na al dat gebeuk met die grote brokken plastic. Dat voel je in de armen…
Na een kwartier haakte Marc een snoek op een kleine Rapala plugje, maar ook deze vis werd voor de boot gelost. Dat was niet zo leuk. Verder gaf deze grote stek niks meer van z’n geheimen prijs… We besloten terug te gaan naar de trailerhelling en daar nog wat in de buurt te werpen.
Een onooglijk gaatje in de beschoeiing gaf ginds nog een mooie snoekbaars prijs. Een toffe afsluiter van deze gure dag!

De dag erna waren we redelijk vroeg aanwezig op de rivier. Als verwacht stroomde het nauwelijks en het doorzicht was fenomenaal. Niet bevorderlijk voor de vangsten! De dag zou kort zijn en ik besloot m’n gekende stekken af te varen. Al bij toch al een héél eind. De eerste stek gaf zowel voor mij als voor Marc een volger. Beide snoeken namen geen tweede shot naar het kunstaas. Dat was een teken voor de dag. Het bleef verder stil.
Werpen of trollen gaf geen wezenlijk verschil en we hadden tussen het niks vangen ruim de tijd om de rivier in al z’n pracht te bewonderen. Na de picknick besloten we een goede stek een tweede kans te geven en ze volledig en secuur te bestoken met klein kunstaas. Het water was er net ietsje troebeler, en al gauw kwam de eerste snoekbaars binnenboord. Dat was tenminste iets!
Op dezelfde stek zouden er nog vier volgen én een snoekje voor Marc. We hadden elk drie vissen, en konden gezien de omstandigheden niet klagen. Een andere boot moest het stellen met één baarsje…

Nog altijd tijdens de gesloten tijd op snoek. En tijdens de renovaties! Ontsnappen aan het witte stof en aan de toenemende drukte der aannemers. Een uurtje vóór en een uurtje in het donker aan het plaatselijk kanaal. Eén doosje mais en de bewaarmat dient als zitje. Ik moet eens op zoek naar zo’n heerlijk ouderwetse Pakaseat. Zou dat nog te vinden zijn?

Een half handje zoete mais op de juiste plek. Het pennetje scherp afgesteld.

Vijftal ‘avondjes’ gevist en daarvan vier keer karper aan de haak gehad. Helaas één en ander verspeeld, dat was niet zo best. Maar wat me opviel is de frequentie waarmee ik beet kreeg. Laat ons zeggen een uur per gehaakte vis… Als je dat calculeert naar het hedendaags boilievissen op dat kanaal… Dat lukt met de boilie niet! Of misschien wél met de boilie, maar niet met die rigs. Time to think!…

Tijdens de gesloten tijd voor de Nederlandse snoek kwam Marc met het idee om het eens op de zeebaars en fint te proberen. Vond ik wel wat en ik wilde er al direct een avondje forelvissen op het Oostvoorne tegenaan plakken. Het sloeg tegen want het was bikkelhard warm, en we waren toch wel iets te vroeg op het jaar. Geen aanbeet, zelfs geen visje te bespeuren. Het enige wat we zagen vangen was één enkele bot.
Op het Oostvoorne was het al niet beter, nochtans waren we goed ingepikt, prima set-up. Aan de details kon het niet liggen. De forellen lieten zich wél loom kruisend zien, maar niet vangen…

Vanmorgen kocht ik bij de bakker een platenbrood. Dat is het zwaarste brood dat je kan kopen, en erg stevig. Je kan er een heel eind mee werpen. Door de verbouwing raakte ik deze namiddag niet weg, we zwoegden in de warmte om één een ander op tijd klaar te krijgen. Na het avondeten kon ik het niet laten, dat brood moest toch ergens toe dienen! Een uurtje vissen voor donker, oké, in de buurt dan maar. Ik vond er een paar onder het samengewaaid stuifmeel en ze accepteerden de gekatapulteerde korstjes prompt. Het eerste wat ik haakte was een peutertje, waarschijnlijk eentje van de nieuwe uitzetting. Toch leuke sport op dit licht materiaal. Ik kreeg bezoek van een ander lid van deze club, en het bleek dat we toch wel wat gemeen hadden. Nice speaking to you, David! Ondertussen haak ik een klein karpertje, maar het bleek verdorie een brasem die aan de oppervlakte aan het azen was! Nog niet eerder meegemaakt… David was er net vandoor toen een vis recht op m’n grote brok brood afstevende. Niet aarzelen, binnen die hap! Toffe dril, nee niet achter dat paaltje door jij. Yep, in het net. Nog een fotootje met de zelfontspanner. Effe uitblazen. Kan net zo goed naar huis want het is bijna donker. Toch nog het brood opgevoerd, ze kunnen er maar van genieten!…
Thuisgekomen herken ik deze vis op foto, ik heb hem in 2009 ook gevangen én ook in het Paasweekend! Zie het artikel Paasvis… Straf, dit is een broodeter!

Ik besef dat ik al een hele tijd niets meer postte. Niet dat ik niet meer vis maar alle aandacht gaat voorlopig naar de renovatie van onze woning. Toen het nog flink koud was en het roofvisseizoen nog open, ging ik wel nog enkele keren terug naar het grote water waar ik al een paar keer met Marc was geweest. Veel volk op het water, maar met de aanstormende gesloten periode is dat ook geen wonder. Het ging vlot, vlotter dan ik gedacht had. Ik amuseerde me te pletter. Met de kleinste maat Culprit en een nieuw modelletje van Art-baits, met die inkepingen erin. Leuk spul. De snoekbaarzen zijn hier gemiddeld niet zo groot maar er is plenty actie. En daar doe ik het voor. Het is gezelligheid troef aan de trailerhelling en iedereen is een grote familie. De één al wat rijker dan de ander, dat valt ook op.

De pogingen die ik op snoekbaars deed aan m’n plaatselijk kanaal bleven dit jaar nog steeds vruchteloos. Niet eenvoudig om hier vis te vinden. Gaandeweg verloor ik m’n greep. Nochtans dacht ik vorig jaar het spelletje door te hebben. Niet dus, het blijven snoekbaarzen…

De laatste dagen voor de sluiting was een sessie gepland op een ander erg groot water, gekend voor z’n monstersnoeken. Jacques zou me twee dagen vergezellen. Het was een gezellige boel en we waren niet gehaast. Jacques is trouwens nooit gehaast. We dachten eerst te trollen maar het aanhoudende goede weer nodigde uit om werpend te vissen met kunstaas. De iPilot trok ons tergend traag over de taluds. Heerlijk. De twee dagen verliepen rustig, het is geen plas met aanhoudende actie. Eén beet zou mooi zijn. En rond twee uur in de middag kijk ik toevallig hoe Jacques z’n shad binnendraait tot net tegen de boot. Een werkelijke mega, maar dan ook echte megasnoek komt traagjes op 20cm achter het aas tot tegen de boot gezwommen. Ergens boven zes meter water. Het duurt maar een seconde voor het beest traag en onverschrokken terug wegdraaid. Een toppredator, die keus genoeg heeft. En het spelletje kent. We zakten in onze stoeltjes van onmacht, terwijl Jacques maar bleef herhalen: ‘Zag je dat nou, zag je Dat nou, ZAG JE DAT NOU!???… Ik had het gelukkig ook gezien. De grootste snoek die ik ooit zag, en stukken groter en vooral dikker dan de 125cm die ik vorig jaar ving. Een moment om nooit te vergeten.
De stek stak in de gps. En met tussenpozen kwamen we die dag nog terug om die paar honderd meter in het vierkant terug uit te kammen met verschillende kunstaasjes. Geen rimpeltje meer. We hadden één kans gehad.

Gesloten tijd in Nederland. Karpertijd in België. Ik vis met het pennetje op een lokaal fort, plezant vissen maar de vissen zijn redelijk klein. Ik denk zelfs dat van het originele bestand niet veel overschiet na de grote sterfte. De uitzetting van kleine karpertjes deed ze waarschijnlijk de das om. Verder vang ik wel erg dikke brasems, met zoete mais. Die zelfs een oude Bruce & Walker IV nog doen plooien! Heerlijk, een uurtje voor donker nog een visje trekken…

Ik zit ook ergens anders een koi achterna, een mooie gouden vis van een kilo of zeven. Hij laat zich maar niet strikken. Argwanend koerst hij onder strategisch aangeboden korstjes, streelt het allemaal met z’n lippen om dan knorrepottend terug te verdwijnen. Hij is héél achterdochtig. En z’n kleine adjudantjes hebben het al meermaals voor me verpest door voor z’n neus de korst weg te halen. Maar m’n kans komt nog wel.

Vorige week ging ik nog eens terug naar de vijver waar ik enkele jaren geleden (na m’n echtscheiding) veel viste, aan m’n appartementje in Mechelen. Een karperput, stijf van de brasems én van dressuur. Wederom deed het lijntje zoete mais z’n werk. Twintig korreltjes mais op een lijntje, niet meer, en pal in het kantje. Vier stekjes, vijf minuten per plekje. 25/00 nylon, ultra-licht pennetje en een hakje voor één maiskorreltje. Aanslaan na de eerste tik. Goed voor drie vissen tot zo’n elf kilo tijdens de middagpauze… Mooi!

Ondertussen is het erg warm geworden, iedereen geniet van de lente en de karpers raken al in voortplantings’mood’. Een plaatselijk kanaal is goed om geregeld actie te krijgen met de korst. Je moet er wel omzichtig vissen, goed presenteren en listig drillen. Gisteren ving ik nog een leuke schub die Marleen op de foto zette. Handig om eens een fotograaf bij je te hebben!…


vertikalend...
rustig aan
lokaal amusement
dressuurvis
bruce & walker
witbrood-eter

Ik besef dat ik te weinig schrijf op deze blog. De voorbereidingen voor onze verbouwing die eind deze maand start en hier en daar een karweitje zijn daar schuldig aan. Toch kom ik m’n maandelijkse afspraak met Fons na. Fons, dat weten we, dat is poldervissen. En ‘t is ook onze laatste uitstap vóór de sluiting van het snoekseizoen. Ik pikte hem op in Kontich en zoals altijd werd het weer een geanimeerd gesprek richting Nederland. Boordevol plannen! Een eind ver in Nederland werd het ons pijnlijk duidelijk dat de ganse zwik dichtgevroren lag. Dat moet vlug gegaan zijn. We wisten van niks, en dan voel je je stom! Het kostte ons héél wat tijd om een stukje te vinden waar het water wél open lag. En ‘t was een verlossing om ook nog enkele snoekjes te vangen! Later op de dag werd het ook iets warmer zodat we onze laatste visdag prima doorkwamen!
Een paar dagen nadien komt er een dag vrij, ik rij terug naar de polder want het waait te hard voor zowel de belly als de boot. Omdat ik alleen ben besluit ik wat te gaan ‘dieven’. Vissen waar ik niet mag. Ik ken een aantal stukjes water waar het goed vissen is, helaas zwaait er ‘zogezegd’ een beroepsvisser de plak. Ik weet dat er mooie snoeken zwemmen, en 20 minuten later heb ik er al eentje! Op een zelfgemaakt spinnertje en m’n CWJ 5-grammertje. Make my day, baby! De rest van het stuk geeft me niks meer en ik rij kilometers verder, het grote water over. De nodige moeite, een zoektocht, een wandeling. Nochtans vang ik de rest van de dag maar één visje meer, na stug doorvissen. Ik zou het nog beginnen geloven dat hier erg veel vis naar de haaien is door de winter…

ijs in de kantopen watersneeuwsnoekmolen in de polderpoldervisjesnoek!

Er was een tijd dat grote vissen niet zo dik zwommen. Men praatte over een paar illustere grote Belgische vissen. Stilletjes aan doken er meer op. Dit was er één van.
Waar het opkuisen van een doos oude foto’s wel goed voor is. Pure nostalgie. Dat stom gekapte kopje en die semi-modieuze bril. De dementie houdt me tegen en het enige wat ik me van deze vangst nog herinner is dat ik ‘s morgens voor het werk met de throwing stick een paar kilo bollen zo geconcentreerd mogelijk had weg geknald, op afstand. ‘s Avonds laat (u kent het wel, héél laat) zou ik het een nacht uitzitten en deze schub kwam mij ondertussen een bezoekje brengen. Missie best geslaagd. Pa mocht deze vis vereeuwigen en omdat ze zo lelijk was van het afpaaien verdwenen de helaas onscherpe foto’s in de vergeetdoos.
En dan wordt je ouder en word je wel eens nostalgisch. Ik zie dit beeld vooreerst terug en ik herken dat beest. Dit kon wel eens de Grote Schub zijn. Een belangrijke vis uit het Land van Ghow. Een vis die er gemiddeld één keer per jaar uitkwam. Op de nauwkeurige lijstjes die Alijn bijhield over bepaalde vissen ontbrak één jaartal, zag ik ergens in een oud VBK-magazine. De vis was dat jaar dus de dans ontsprongen. Als ik me niet vergis was het 1994. Tot ik de bewuste foto herken en het lijstje volledig maak. Ik weet het, het is lulkoek om een lijstje te kunnen vervolledigen. Wat heeft het voor zin? Tja, want deze vis is reeds lang geleden gestorven. Was ook een beste topper, ik geloof dat ze later meer dan 26 kilo gewogen heeft… Ik wenste dat ik terug kon spoelen, terug in de tijd, nog een leven voor me, en daar nog een koude vochtige nacht doorbrengen samen met deze historische vissen…

grote ghow schub

Eindelijk weer eens op het water. Koud, dat wel. Met samengespoeld ijs op de kant bij de start. Het begon met een paar honderd meter peddelen om tot voorbij de ondieptes op de diepe taluds te raken. Een mens gaat van minder zweten… Ik was met m’n zwakke fysiek en bijhorende vetophoping wat trager op de stek dan de twee Marc’s. De tweede Marc, was net zoals ik een totale beginner maar was er verdorie vlot mee weg. Een serieuze doop op een eindeloos sop dat nu toch de 4,5 graden bereikt heeft!
Toch had ik vlug m’n eerste aanbeet op een rood-oranje SaltShaker, op een goede 11 meter diep. Met de nieuwe Lowrance dieptemeter zie ik heel duidelijk deze vissen staan, wat erg goed is voor het vertrouwen. Een leuke dril en een mooie snoekbaars kwam binnen, jammer dat de twee anderen zover vooruit waren. Hmm, nipt gehaakt die vis. Dan maar zonder foto terug naar beneden. Beter zo. Op deze stek kreeg ik kort na elkaar 4 aanbeten, drie vissen lostten. We peddelden verderop onder de brug door, dat was al een flink eind sporten. De aanbeten bleven uit. We aten een hapje in de gezellige luwte van de brug en besloten om andere oorden op te zoeken. Voor Marc 1 ging het te traag. Hij had slechts één beet gehad. Marc 2 ook.
Op de andere stek lag al behoorlijk veel volk maar we gingen er toch in. Stroom, en later nog méér stroom. In tegenstelling tot ons lag de snoekbaars stil. Niemand ving hier z’n visje.
De dag gaat vlug in de belly en na nog één tussenstop om te plassen werd het al vlug avond. Marc voorspelde dat het wel zou accelereren tegen donker. Het bleek in het laatste licht een flauwe, maar toch een heropleving.  Hij ving er op korte tijd nog drie op de magische bijhengel, Marc 2 kreeg helaas geen beet meer maar bleef enthousiast en ik sloeg er net voor sluitingstijd toch nog een peutertje uit.
Goed gelucht vandaag, kan ik je verzekeren. En absoluut geen koude voeten, waar ik dat aan verdiend heb weet ik niet.
Zondag had ik de dag vrij, en ik kon gerust terug gaan. Maar ik voelde me ‘s middags niet lekker en besloot het af te blazen. In de namiddag werd de microbe toch terug levend en ik besloot het in België kortbij te zoeken. Mooie stekken met behoorlijk wat vis onder water, maar helaas geen beet op de dropshot. Ik kreeg het na anderhalf uur zo koud dat ik de aftocht blies. De frietjes met andalouse-saus van het kot in Massenhoven lagen  erg zwaar op m’n maag en ik was blij dat ik even later op veilig op het toilet zat. Ouf. Stel je voor dat je eerst nog je zwemvliezen en je waadpak uitmoet… Wooooosh!…

Ik wist niet dat het zo erg kon. Op vrijdag naar de polder trekken, met goed visweer en lekker aantrekkende warme wind. Het ijs was verdwenen en de hoop torenhoog. Het kunstaas werd iedere keer weer onaangeraakt binnen gedraaid. Nog geen volgertje… noch geen polderbaarsje om me te verblijden. De eerste keer visloos met de 5-grammer. Er lag er veel vis dood, de vorst had z’n werk gedaan en het bood een troosteloze aanblik. Als je ‘s avonds naar huis rijd en geen enkele beet hebt gehad, dan ga je nadenken…
De dag nadien waaide het zo hard dat er als beginner met de bellyboat op uitgaan me toch een riskante onderneming leek. Ik bleef thuis, en dacht aan enkele mogelijke stekken dichtbij. Ik zocht het uit via Google Maps en toog op weg, reed een beetje verloren en kwam zo op een veelbelovende stek. Het was er verdorie erg diep en het leek erg goed. M’n precies aangeboden Fin-S shadjes op de dropshot werden ook niet genomen.
Ik kwam er zowaar een gekende roofvisser tegen die er ook een paar avonduurtjes kwam wegwerpen. Waarmee een amusante babbel ontstond, gezellig en onverwacht. Ik bleek op goede stekken gestoten, waar ik als West-Vlaming nog nooit over had gehoord. Een onthouder dus. Maar helaas geen vis op de kant.
De dag nadien had ik nog een paar uur over en reed terug naar ginder, zonder enig resultaat. Een lang weekend gevist. Niks, nada. Het is wat. Ik steek het weer op het weer.

Wie had ooit gedacht dat ik me daar nog aan zou wagen? Ik ben geen goede zwemmer en dat weerhield me steeds om een bellyboat te kopen. Maar Marc is daar al eeuwen zo enthousiast over dat ik ook gezwicht ben. Het was een stevige investering, vooral toen bleek dat m’n extra dieptemeter voor de boot de geest had gegeven. Na enig zoeken kocht ik een High&Dry belly, een Scierra-neopreen pak en dito schoenen en een Lowrance Elite 5X. Die Lowrance kan ik ook vooraan op m’n boot gebruiken zonder storing te creeëren met m’n X125.
Zondag, de eerste vrije visdag van het jaar, zou een bellyboat dag worden op het grote Nederlandse water. Met een watertemperatuur van 3,5 graden is dit geen sinecure. Extra goed ingeduffeld begon ik aan de job, maar ik slaagde er niet in om koud te krijgen! s’ Avonds had ik niet eens koude tenen. Prima pak en dito schoenen!
Het water lag er rustig bij maar er waren veel bellyboaters aan de slag op de ietwat bereikbare stekken. Friendly family! Aarzelend schoof ik van wal, maar er was geen vrees. Marc hield me in de gaten, ik zat direct op m’n gemak, het voelde als natuurlijk aan. Maar ik schoot niet op. M’n korte beentjes zorgden er voor dat ik niet goed kon peddelen. De zwemvliezen zaten zowat boven water! Na enige aanpassingen lukte het beter en de ergernis ebde weg. Pas laat in de middag zat ik -zoals het hoort- echt geconcentreerd te vertikalen, en automatisch te peddelen met m’n voeten. Dat vraagt toch enige gewenning als je een zittend bestaan leeft. Al gauw kwam er wat actie in deze lome visdag. Ik ving er kort na elkaar twee, en Marc had er ondertussen drie. Ik kon er erg goed van genieten, het is een fijne manier van vissen die ik al eerder had moet toepassen. Maar zo’n dag komt ook aan z’n eind en tijdens het terugpeddelen ving Marc nog een beste vis op z’n bijhengel. Z’n dag-goedmaker noemt hij dat breed lachend. Tot op het bot verkleumd kroop hij nadien op de kant, ik stond als het ware te zweten in m’n pak. Niet te geloven. Het is ook ‘een beetje’ aan sport doen hé…
Volgend weekend méér van dat, als het weer goed zit!

Omdat het binnenwater nu wel helemaal dicht ligt, of op z’n minst met de boot erg moeilijk bevisbaar is… ben ik aan de slag op het zoute water. Dat valt dik tegen want ik wil niet op de bekende stekken gaan staan. En dat breekt me zuur op, want vandaag was het niks. Zelfs de krabben bleven van m’n zeepieren! Ik zag wél een zeehond, die dook voor m’n voeten op, keek me even aan en verdween dan weer om wel 150 meter verder terug boven te komen. Kereltje, jij maakte m’n dag goed!…

Een snipperdag met Marc, het zou de beste dag van de week worden volgens de weergoden. Driedubbel ingepakt trailerden we de boot het ijskoude sop in. We waren voorlopig de enigen. En er zat een zon aan te komen, Marc verheugde zich er op. De mooie kleuren van de opkomende zon hielden niet lang stand en verdwenen onder wattenwolken vol sneeuw, die er gelukkig niet uitviel. De temperatuur viel best mee, zolang je er niet te veel op lette. We vingen zo nu en dan een visje maar volgens Marc was het toch een off-day. Ik ben minder gewoon, blijkbaar vis ik op de verkeerde en te moeilijke wateren. Ik moet toegeven dat het bootvissen in België inderdaad een zware dobber is. Zeer veel moeite om een visje te vangen maar ik wilde er me dit jaar toch in vastbijten. Te veel stroming, te veel golven, te onrustig water. Hier, op het grote water in Nederland, valt het nog mee.
We driften over leuke stekken, de dieptemeter toont prachtige en erg veel bananen. Tien meter is zo een beetje de diepte die we aanhouden. Nu en dan komt een leuke vis boven en ik ben erg gelukkig met deze visdag, ver weg van InDesign, Photoshop en Apple’s. De dag loopt ons zo voorbij en naar de avond toe gaat het met de beet ineens wat beter, en het is ook duidelijk waarom.
Ook is het erg leuk vissen drillen met één van m’n nieuwe St. Croix stokjes. Een puik en strak hengeltje voor een klein reeltje, in dit geval een Abu ProMax. Iedere trilling word mooi doorgegeven naar m’n arm en zelfs met dikke handschoenen aan heb ik goede voeling met de 21 gram die tien meter lager hangt in de volle stroming. Marc viste vandaag vooral met z’n Culpritjes (ik denk dat hij er mee gaat slapen), en een paar creaturen die ik nog niet in m’n assortiment heb wegens te obscuur! Ik was vooral aan de slag met standaard Fin-S, met Salt Shakers in verschillende kleurtjes, en met dat populaire witte wormpje zonder naam uit de Goudvoorn… De beten waren hard en ik voelde het geweldig. M’n boterhammen raakten zelfs niet op, zo geconcentreerd visten we onze dag uit. De teller stopte op twaalf snoekbaarzen, zeven voor Marc en vijf voor mij. Nog altijd een off-day volgens Marc, ‘alhoewel goedgemaakt’. Net voor donker trailerden we de boot en haastten we ons om de motor en de boot niet te laten bevriezen. De autoverwarming stond wel degelijk op verwarmen en druk nakeuvelend bromden we huiswaarts. Thanks, Marc, ook voor je foto’s! Enkel de korte file in Antwerpen was teveel aan deze erg toffe dag!…

Wintertijd is ook terugkijktijd. Melancholie naar lang vervlogen tijden. Toen de rug nog geen pijn deed en er energie door je aderen stroomde en niet zomaar gewoon bloed. Alles was nieuw, iedere stek was zelf uit uit te zoeken, niets was herkauwd of heruitgevonden. Boilie-ingrediënten moesten getest worden of je daar wel iets mee kon aanvangen, je haalde het niet van internet. De eerste boilies. Het was trouvit en melasse tijdperk troef. De eerste periode van sardineolie en grote hoeveelheden zout. Als je toen over Seafood sprak had je het over één product en niet over tientallen. Ik hield van het vissige zoute. Ik meen me ook te herinneren dat ik grote fan was van Regular Sense Appeal. Wat later begon ik ‘s winters met Kemp’s Pink Zink en Hutchinsons’ Cream op ethylalcohol-basis op een birdfood. Daar kon je niet afblijven. Phil Cottenier en Patrick Bauwens aten eens m’n zakje 14 mm bolletjes op, op een paar na. Je wist wat er in die bollen zat, dus je kon er van eten. Nu is dat wel even anders. Men koopt z’n vertrouwen in een aas op basis van vangstfoto’s…
Als ik deze oude foto’s terugbekijk halen de verhalen me in, hoeveel tijd heb ik bij wijze van voorbeeld tusssen pakweg m’n zeventiende en dertigste verdaan aan de oevers van het Kanaal Kortrijk Bossuit. Weinig foto’s herinneren hieraan. Maar gelukkig was de geest nog helder.

Kanaal Kortrijk Bossuit

Uit tijden van ‘oud’ hengelsportmateriaal, de eerste generaties Optonics mét opgeschroefde oortjes en behoorlijk lek, de eerste Phantoms van DeZutter in Genk, 40 grams zelfgemaakte zware staafwakers en zwart tubelood. 90 grams tubelood om niet in de war te gooien… Vandaag lijkt dat tubelood nog het meest gedateerd. Kan je dat geloven dat er toen nog maar één rod pod bestond? Die van DeZutter. Nu moet je gestudeerd hebben om te weten welke hengelsteunen je moet kopen. Die Optonics heb ik uiteindelijk moeten vervangen en het moet gezegd: het klinkt uit die dingetjes van Fox niet zo lekker, ik mis ook het verweerde van die oude dingen, vismateriaal moet geleefd hebben.
Man, en die dagen in de modder aan Du Der waren fantastisch… maar slopend. Langs de overkant zat Kevin Maddocks zijn video op te nemen over Du Der… Wat een vis werd er toen gevangen op dit maagdelijke water… Ze stonden aan te schuiven. Ook de vissers.

Ik werd wakker om 4 uur, vroeg genoeg dus. Maandelijkse afspraak met Fons, de polderman. Het is reeds een gewoonte geworden, en alhoewel Fons een stille ziel is, zijn onze dagen toch gevuld met fijne gesprekken over vissen, onze families, doorspekt met de nodige kolder. Maar de lach bestierf op m’n gezicht toen hij me zei dat het vandaag oostenwind zou worden. Dat was me ontgaan. Oostenwind is nergens goed voor in de polder. Gure kou, i don’t like it. And neither do the fish. Maar het zou volgens hem windstil worden en dat leek er al beter op.
Een goed gevoel dat ik deze keer m’n boterhammendoos wél bij had, en dat ik de koffie uit de thermoskan gewoon in een kopje kon gieten in plaats van in m’n hand. Hoeveel keer is me dat overkomen, ik vergeet altijd m’n eten. Briefje gelegd op het aanrecht!…
We waren er met het krieken van de dag, en maakten de kippen wakker. Besloten eens op een andere plek te beginnen, we hadden al ‘gewoontjes’, en dat is ook nergens goed voor. Ik begon met de Spinhoven 5-grammer, met het citroengele kleine Shad-rapje waar de vorige keer zo leuk werd mee gevangen. Dat is zo relaxed vissen, je kan er miniscuul juist mee presenteren, en het hengeltje weegt geen scheet. Prachtig hengeltje. Oo, ik vind het het mooiste dat ik heb. Al gauw kwam er actie, Fons kwam gelukkig aandraven met een flink dikke polderbaars, en even later haak ik twee vissen op dezelfde stek, op twee worpen. Fons haak op de zelfde tien vierkante meter ook nog een vis. We maken een flinke wandeling en doen wat nieuw water aan dat jammer genoeg iets te ondiep blijkt. Grijze luchten trekken nu helemaal open, de zon straalt en het word zowaar ‘heerlijk’ warm! De actie valt nu volledig stil… en we verliezen de goeie ‘feel’. Na de koffie en boterhammen (wat was dat lang geleden zég!) de auto in en even verkassen. We komen Jan Walraevens tegen die de eerste stapjes in de polder zet en ik tracht hem wat raad te geven, of dat wijs is weet ik niet.
Op een nieuwe stek worden we gespot door enkele Belgen die Fons goed kennen, oude vismaten. Er word geklaagd dat er weinig te vangen is, het weer meneer! Wij kunnen echter niet klagen maar pochen niet. De ene weet me eraan te herinneren dat ik enkele weken terug een ware bak van een vis ving, gezien op een site. Ik ontsnap want er jaagt een vis van onder de waterplanten en ik werp er een keer of tien op met een spinnertje, zonder resultaat. Fons haakt -na het vertrek van z’n vrienden- een eigenbouw jerk in de speld en ramt er zowaar direct diezelfde vis wél uit. Dat kan dus tellen, we moeten ze dus triggeren, ze liggen misschien wel lam van dit heldere mooie weer!
Hengels worden geruild en het is aanpassen met deze zwaardere hengels en baits. Ik doop de jerks die ik van Fons kocht de Fonzy’s. Mooi suspenderend spul, perfect voor dit polderwater. Gelijkt een beetje op de Toppie, maar dit vist mooier. Ik haak na een paar worpen een beste vis. Het word dus jerken voor de rest van de dag! Dat valt mee en we amuseren ons. Wel hebben we tal van missers, toch wel eigen aan het jerkbaitvissen.  ‘s Avonds blijkt de teller bij Fons op drie snoeken en de mooie baars te staan, ik had wat meer geluk met zeven snoeken en onze Jan kreeg jammer genoeg geen trokje. De zon ging te vlug onder, in immense kleuren, en de mist kroop samen met de kou uit de sloten. Het werd tijd voor een nieuwe nacht. Na het bijpraten en de laatste boterham karden we terug naar België, tevreden over deze zonnige herfstdag!… Met luciferstokjes in m’n ogen, anders viel ik geheid in slaap. Blijven babbelen, Fons!…

Vele jaren geleden alweer, toen ik helemaaal geobsedeerd was door het karpervissen, toen groter water nog helemaal onbegrijpelijk was en toen 12 kilo boilies maken op één avond wel erg veel was. Toch leuk om hier geregeld eens naar terug te denken… Deze foto is genomen op de openingsdag aan het Land van Ghow… ik geloof dat dat 21 maart was? Het eerste jaar dat ik er viste. Net van school af, aan het werk, 23 jaar en vol vuur over deze grote -deels- onbereikbare vissen. Och god, een vis van 10 kilo was best groot, een 13 kilo mega en een 15kilo, dat waren al werkelijke toppers. Die grenzen zouden dat jaar flink verlegd worden, een topvis was dan zo rond de 19 kilo! Wat een verschil bij nu… Maar, het waren heerlijke tijden en het is zoals Luc De Baets het zei. Zo spannend maken ze het nu niet meer mee.
Om de dag van de opening niet te missen waren we ‘s nachts al erg vroeg aan het water. Van ‘s avonds eigenlijk, moet ik toegeven. We hadden geen idee wat we konden verwachten en omdat we er toch waren slingerden we onze 90grams loden richting onzichtbare horizon, onze zogezegde vismeelbollen op de hair. We zorgden dat de zes hengels goed verspreid in waaiervorm lagen, sloegen er een paar bolletjes heen en kropen onder onze (te kleine) paraplu. Die nacht was erg fris voor de tijd van het jaar maar vanaf morgen zouden we het wel uitzoeken. Maar ‘s nachts liep er al eentje met mijn aas weg. We waren gestart. Klein, dat wel, maar erg mooi en welkom. Pure nostalgie van twintig jaar geleden…

Ik zat verkeerd toen ik dacht dat het zwaar weer zou worden op het grote water. Windkracht 4 kan al gauw een hel worden om plezant alleen te kunnen vissen. Het moet niet te zot worden. Ik besloot de boot op stal te laten, naar de polder te rijden en om 7u30 stond ik bij Jacques aan de deur. Bij de geur van een lekkere koffie en de uitsijter die Sylvia voor ons bereidde onstponnen zoals steeds de meest enthousiaste visplannen. Jacques wilde z’n knusse zetel ook wel even verlaten om met mij een snoekje te vangen.
Ik reed naar het verst mogelijke uiteinde van de polder, met uitgebreid commentaar van Jacques kant! We waren al zat snoeken gepasseerd, en gelijk had ie. Ik viel van de ene verbazing in de andere toen ik zoveel vissers aan de slag zag. Deze poder liep vol! Nooit goed, maar niet geklaagd. Klein Rapalatje in de speld en vissen maar. Jacques ging een grote spinner in de speld. Het werd niets. Even verkassen naar een ander stuk maar dat bleef ook stil. Jacques ging er na een uurtje vandoor.
Ik verkasste nog een keer, kwam sympathieke vliegvissers uit Diksmuide off all places tegen, en ik begon te vangen. Op m’n eigen spinnertjes. Een tweetal snoekjes en een paar baarzen. Ik stond verwonderd van die baarzen. Die vang je daar zo gauw niet.
Het werd zowaar mooi weer en ik vond het jammer dat de boot thuis stond. Maar de natuur in deze polder is zo super en ik kwam op een stuk achetraf terecht, ik was hiier nog nooit geweest. De vissen werketen wel mee, al waren het meer baarzen dan snoeken. Ik kreeg toch nog wat regen op m’n dak. verdorie die vest lag nog in de auto… Toen ik omdraaide stond ik plots tegenover een fantastische regenboog, van grond tot grond, adembenemend. Waarom staat dat niet zo op de foto? Wat een intense kleuren.
Met de verandering naar winteruur valt ook de dag rap in ‘t water. Ik sloot af met drie snoeken en een twaalftal baarzen. Die laatste (mooie) snoek weet ik liggen in een bochtje, op een kruispunt van twee wateren, en op die stek staat wel wat dressuur. Verandering bracht actie. Plugjes en zilveren spinners bleven onaangeroerd. Toen ik er een totaal zwarte spinner aanging met zwarte hackles ving ik deze vis bij de eerste worp. En het was reeds quasi donker… Heerlijke geuren kwamen me toegewaaid uit enkele polderhuisjes. Daar begon een feestje, lachende en geparfumeerde mensen. De zonderling liep nog alleen in de polder. Plots kan heimwee en weemoed me overvallen. Laarzen uit en de auto in, naar huis. Een zakje pikante kroepoek en een Fanta uit het benzinestation was mijn feest. Mooie dag hoor!

Allerheiligen is een vrije dag in België maar door omstandigheden kon ik geen volle dag het water op. Het was middag toen we vertrokken en we zagen geen hand voor onze ogen. Dikke mist, heel dikke mist. Pa vertelde aan de telefoon dat het in West-Vlaanderen mooi zonnig was en we besloten het er nog op te wagen, tegen de kust aan was er misschien zon?
Hoe verder we Nederland in reden hoe erger het werd. Ik besloot dan maar op een riviertje te gaan varen/vissen… Het zag er niet zo hoopvol uit in deze grijze soep. De Hobie kayaker die ik uit de mist zag opdoemen had zich opvallender gemaakt met drie lange fluoriserende wimpels op z’n kayak. Bizar zicht. Hij was nochtans even vlug in de grijze soep verdwenen als hij gekomen was. Ik besloot te werpen met kunstaas en een grote shad passief naast de boot te hangen, in de hoop een luie snoek te strikken.
Het werd niks, zelfs niet toen Marleen en ik door de flarden mist heen aan de overkant van het meer konden vissen. De mist trok weg en de avond werd sfeervol door het mystieke licht, dat ik om de één of andere reden nooit kan vangen in dat kleine fototoestelletje van me. Het was zelfs een aangename temperatuur, er was immers geen lovertje wind. Ik trachtte de dag nog te redden met een mooie baars, maar zelfs die gaven niet thuis. Toch is het werpen met dat CWJ hengeltje al zo prettig dat de vangst niet zo veel uitmaakt…
Met donker reden we terug naar huis, kwamen terecht in een stevige file, en zaten wat te suffebollen in de warme auto. Waarom waren de mensen rondom ons zo aan het stressen? We vochten om de laatste pistolet uit ons picknickmandje (dat Marleen zo liefdevol had klaargemaakt). Conclusie: thuis gebleven was er evenveel mist geweest maar op het water is die zoveel mooier…

Ik zag net op Totalfishing.nl dat Ivo de kaap van de 200 verslagen voorbij is. Dat is heel wat en om het iedere week op te brengen om een verhaal te schrijven vraagt een zekere discipline. Het lijkt in ieder geval eenvoudiger dan het werkelijk is. Het leek me leuk om eens na te zien hoeveel ik er ondertussen heb, niet dat het me een zier uitmaakt. En wel verdorie, deze post is de 250ste en daar sta ik zelf een beetje versteld van! Hoe gaan we dit vieren… wel… morgen ga ik gewoon vissen en schrijf ik lekker terug een nieuw verhaaltje!…

Het enige wat nog op m’n verlanglijstje ontbrak waren goed zompig plooiende en dempende glashengels. Ik kom regelmatig in Jacques’ viskamertje en daar hangt de wand vol met ouder en erg mooi glasmateriaal. Steevast word daar wel eens een hengel uitgeplukt en mag ik er eens in hangen… dat geeft een werkelijk aparte feel. Jacques had me ook gezegd dat -als ik er persé wilde- ik deze hengels zeker zou vinden op de antieke hengelsportmaterialen verzamelbeurs in Eindhoven. Ik reed er gisteren heen met Luc Van Litsenborg wat op zich al erg tof is. Het gesprek loopt dan willekeurig over techniek naar kinderen opvoeden, van renoveren naar kanjervissen of zoals nu, over al wat ouder worden… Eindhoven is vlakbij en ik stapte de deur binnen naar het Walhalla. Man, dit had ik nog nooit gezien. Pfff, enfin, ik zag me er geen weg door. Peter-Paul Blommers stond met z’n standje aan de ingang en brulde me lief toe: ‘Nauw Geeeert, Vaaan haaarte PProfficiat jonge, godverdomme! Vijf-En-Twintiggg cceennttiimmeeteer Snoek, sjongejonge, dat is me wat!…’ De halve zaal had het gehoord en keek m’n richting uit en ik wist nie zo direct hoe te reageren, ja, zo ben ik nou eenmaal… Goed, Jacques had al een paar mooie hengels gespot (tussen de vele biertjes door) en vlug kocht ik in plaats van één (voorgenomen) hengel nog een tweede. Dus, ik heb nu twee Bruce&Walker MarkIV SU karperstokken! Een tien- en een elfvoeter. Fier als een gieter zit ik hier in de woonplaats naar deze oude stokken te kijken. Marleen is het al wat beu als ik nog eens vraag om de hengeltop vast te houden zodat ik er nog eens in kan hangen. Wat plooien deze hengels mooi, en het voelt precies prima! Je vraagt je direct af waarom hier iemand langs het kanaal zit met de zoveelste 3-ponder: ‘Waarom is dat nodig?’. Ik kan bijna niet wachten om er een vis aan te drillen!… De ene hengel heeft de gewone B&W sticker, de andere draagt een label met twee gekruiste vissen van ‘Cliff Glenton’. Die man had een hengelsportzaak in Northfields, maar deze zaak bestaat (na enig rondzoeken op het net) blijkbaar al jaren niet meer.
Ik kon de ganse zaal wel leegkopen, oude plugjes, devon’s, spinnerblaadjes, reels, splitcane… maar ik hield me in. De centen groeien niet op m’n rug. Enkel nog een klein conservenblikje met aas, dat kon ik niet bij Peter-Paul laten staan want ik val voor zo’n mooie etiketten. Geen idee hoe oud het is maar het is ingemaakte tarwe om mee te vissen. De fabrikant Boisselier&Guillon was uit het Franse Nantes. Ik vind er niks over terug via het internet. ‘A l’étuvée’ wil (denk ik) zeggen dat het gekookt is met toegevoegde suikers. Opmerkelijk is dat op de achterzijde staat dat je van een geopend potje het sap niet mag laten weglopen. Toen al hadden ze dus door dat de vloeistof de belangrijkste lokstoffen bevat… Zo, een ready-to-use prehistorisch kannetje aas. Wat zou daar nog inzitten?…

Een snoek die m’n zelfgemaakt spinnertje aanvalt, losschiet, en na een aantal worpjes terug aaanvalt en los schiet…

Dag één na de vangst van m’n leven toog ik terug op weg om 5u30, om Fons op te halen. Het komt er op neer dat we tijdens herfst en winter één keer per maand naar de polder gaan snoekvissen. Het werd net licht toen we ginds aankwamen, en het was niks te warm, het waaide erg hard maar gelukkig begon onze visdag zonder regen. Ik besloot m’n warme fleece karperpak aan te trekken en voor een keer geen lieslaarzen. Dat zou me zuur opbreken.
Ik had de avond ervoor bij Marc thuis een tweedehands CWJ 5-grammertje gekocht, het zag er uit als nieuw en ik moest en ik zou er mee vissen! Ik haakte een geel/wit Shallow Shad Rapje in de speld, want ik vind de nerveuze actie van die dingetjes onweerstaanbaar. Het weegt ook maar een grammetje of vijf en ‘t is vijf centimeter lang. Dat chartreuse kleurtje valt ook erg goed op in het wat bruinige water van de polder. Het is alsof deze kleur onder water straalt!
Het duurde een tijdje voor de eerste aanbeet kwam, en we dachten dat dit kwam door de gure wind. Toch kwam die aanbeet vol in de wind, in een hoekje van een open stuk. Prettig om dit hengeltje te dopen met deze vis want het bleek een hele beste voor de polder met z’n 90cm! Fons nam vlug enkele foto’s van deze opener van de dag. Nadien duurde ‘t wel even voordat m’n tweede vis toehapte. Een kleintje na al dat groot geweld van gisteren. Fons was naarstig op zoek naar vis maar het wilde nog niet lukken met z’n spinners en jerkbaitjes. Pas nadat we neerstreken op een nieuw stuk water kwamen de eerste vissen op de kant, hij kwam op dreef, en zat al vlug aan een stuk of zes. Dat vlotte en hij was dol-enthousiast! Bij mij was dat enthousiasme héél wat minder omdat het ondertussen goed regende. Ook was ik voor de vierde keer m’n boterhammendoos vergeten. Die stond nog in de ijskast in België… Tja. Gelukkig was de koffie wél mee. De wind sloeg alle nattigheid door m’n pak, en na een tijdje bleken zelfs m’n wandelschoenen goed lek. Ik stond ‘vol’ water. Terug naar de auto en kleren uit. Verwarming volle bak en verse kousen aan. Na een half uur opwarmen/opdrogen schoot ik in m’n vertrouwde polderkledij en laarzen. Dat voelde beter, én waterdicht! Fons bleek sterk bezig met z’n spinners en FairPlay-tiengrammer, hij viste ook vol in de wind. Goed ingepakt en met rode handen en kaken zette hij goedgemutst en geconcentreerd door. Met de wind in de rug bleef het bij mij echter stil op het gele plugje. Ik haakte dan maar een zelfgemaakt spinnertje met roze glitterhackles in de speld, stapte ook tegen de wind in, en herbegon met volle moed.
Een kruising van twee grachten bracht vis en na het uitpeuteren van een paar honderd meter van deze dwarsgang stond m’n teller op zeven snoeken. Ik kon er mee leven, ‘t is een erg mooi resultaat! Ik kwam Fons terug tegen en die had er acht! Mooi! Het schemerde al en we bliezen de aftocht… het was mooi geweest. In de wagen, met de verwarming op vier, gloeiden onze kaken rood na van deze uitgewaaide maar prima visdag in dit prachtige Nederlandse landschap… Zo mag het vissen altijd zijn.

Marc stuurde me een sms of ik zin had om een vrijdagje mee te gaan, het grote water op. Ik stemde zonder meer toe, een snipperdag op het onverwachts is altijd tof. En al zeker met Marc er bij… Hij vist altijd zo licht als maar kan en we spraken af om de ganse dag in te zetten op baars met klein kunstaas. Als dat niet lukte wilden we ook nog wat vertikalen.
We waren voor dag en dauw aan het water, om de files voor te zijn. Er stond een flinke wind maar het bleef ‘s morgens erg fris maar mooi droog, én, het draaide uit op een onvergetelijke dag.
Na een paar worpen haakte ik op een blauwe Aruka Shad een flinke winde. Superblij was ik met deze vis want een winde van 50 cm had ik nog niet op m’n lijstje. Kort later haakte Marc er ook eentje, maar dat bleek een baars te zijn die 47 cm op de meetlat bracht. We waren pas bezig en de nul was voor beiden van het bord met twee prachtige vissen… Nog een paar worpjes later klopte Marc vast op een beste snoek vast, 90 cm snoekbeest werd op de gevoelige plaat vastgelegd. ‘k Had wat moeite met de scherpstelling van de camera, daar moet nog aan gewerkt! We waren in ons nopjes. De dag kriekte nog maar, de zon kwam op, er was bijna niemand op het water.

De stek was uitgepeuterd en we verkasten, de autopilot liet ons mooi over de taluds varen, en methodisch werden enkele kilometers water gedekt. Toen dat niet lukte werd er getrold met dieper duikende plugjes omdat we verwachtten dat de baarzen misschien al wat dieper lagen… maar dit werd niks.
Lekker uit de wind geankerd zaten we ‘s middags op Marc’s gasgeveerde stoeltjes ons boterhammekes op te eten. Dat was pas genieten en wat een boot heeft die man! Tiptoppie in orde. Zo’n stoeltje moet ik ook op de boot hebben!
Ondertussen kwamen de mogelijke snoekstekken van dit grote water aan bod en het bleek dat ik volgens hem misschien wel op het goede pad zit. Goed voor het zelfvertrouwen. Jammer van de twee geloste vissen van de laatste weken. Een ervan was werkelijk een absolute bak… maar m’n naam stond er blijkbaar niet op. Ik verspeelde ze door eigen stommiteit. Op groot water met weinig aanbeten komt dat hard aan.
Na het eten visten we voor anker op een mooi talud, in de hoop om terug een mooie baars te strikken. Ik met een klein roze shadje en Marc zette in met een dropshotmontage met iets wat op een kruising van een garnaal en een speldaasje geleek. Bam, en hij haakt al na een paar worpjes een beste baars. 48cm schoon in de boot, wat een vissen zijn me dat! We waren blij met deze prachtige vis. En ik zei net dat hij me de broek afdeed met z’n baarzen als ik ook een tikje kreeg op een meter of vijf, zes diepte. Het beestje zwom zo naar de boot en ik mompelde dat het wel een piepklein baarsje moest wezen. Marc draaide zich net om toen deze vis -wakker geworden- er plotseling met ongekende kracht en snelheid vandoor ging. Het kleine molentje op het lichte Godfather-hengeltje piepte onder de opgebouwde spanning. Dit moest wel een vals gehaakte karper zijn, zo’n krachtsontplooing!
Het leek voor mij een uur te duren, maar na een uiterst enerverende dril, geflirt met het ankertouw en een onder de boot beukende vis verscheen er plots een enorme kolk die in honderden belletjes ver uitdeinde… Wat was me dat?
Marc bleef me maar kalmte aanmanen, m’n naam stond er op want anders was ik deze vis al lang verspeeld. Rustig aan Geert, rustig aan. Marc heeft zo te zien geen zenuwen (daarom is hij ook zo’n fijn gezelschap) maar hij was al even opgewonden als ik. Verkrampt drilde ik zo rustig mogelijk verder. Toen ze de eerste keer boven kwam, dat vergeet ik nooit meer, wat een zicht in dit heldere water. Top-Torpedo! Wat een snoek lag daar moegestreden naast de boot.
Niet aarzelend schoof ik m’n hand in de kieuw en trok het beest op adrenaline in één beweging de boot in.
Ik had moeite om ze te tillen, lang en zwaar ging ze op m’n hand. Marc mat 125cm, en dat was eerder onder- dan overschat… wat een beest! Het zonnetje speelde op haar mozaiëken kleed en het leek wel zomer. Na een paar minuten en tal van foto’s liet ik haar gaan, terug naar haar talud. Koel speurend naar aasvissen.
We zonken in onze stoeltjes, kletsten op elkaar handen, praatten de zaak door, dit was één van de vangsten van m’n leven. Ik was heel blij dat Marc er bij was én de brave man was al even blij als ik!
Na een uur niksen besloten we toch nog wat te vertikalen en op een paar gemiste aanbeten op tien à twaalf meter diepte gaven we er ginds de brui aan om nog eens op de ochtendstek te proberen. Maar ook dat werd niks meer.
Toen de boot terug gleed naar de trailerhelling gierde de adrenaline nog altijd door m’n lijf… en nu (maandagavond) is het weinig minder. Aan deze vis was ik toe, en Jacques zei me net nog dat ik het ook gewoon verdiende… M’n naam stond er op. Goed voor het zelfvertouwen. Marc, je hebt er één van mij te goed! Ik ben erg gelukkig met deze mooie vis en ik hoop dat ze nog lang mag leven in dit mooie uitgestrekte meer…

Soms loop je aan de waterkant tegen mensen aan waarvan je weet dat ze bijzonder zijn. Je zet je neer naast de tent van een wat oudere karpervisser (want tegenwoordig zijn ze allemaal jonger dan wij) en de eigenaar blijkt een eersteklas kerel te zijn. Een geanimeerd en warm gesprek. Hier en daar een springende vis. De marker nog op de stek. Geen geheimen. Passie over het vissen.
Wat iemand in z’n leven al heeft gedaan, of gevangen heeft, laat me meestal koud. Het is de mens die telt, de toon van het gesprek en het warme gevoel wat achterblijft. Dit gevoel heb ik niet bij zoveel mensen… en ik babbel bijna tegen iedereen aan de waterkant. Meestal gaat dat vlot, erg vlot, de meeste vissers zijn gewoon sympathiek. Jaap in persoon was bijzonder.
Gisteren zat ik een dag op het grote water op zoek naar een topsnoek, het zag er goed uit in die mooie opkomende zon en het juiste gevoel was er ook, maar de actie bleef uit in tegenstelling tot de twee vorige bezoeken aan deze Nederlandse binnenzee. Snoeken liggen soms ver uiteen, en al helemaal als er niet veel rondzwemmen op een plas. ‘s Middags begon het hard te waaien, kon ik boot niet goed meer langs het talud sturen, en ik gaf er de brui aan. Ik besloot dat ik niks meer doe zonder dat ik er zin in heb, heb ik er geen zin meer in dan pak ik in. Naar huis. Je denkt na want er is geen tijd te verspillen in dit leven. Kan ik vanavond nog gaan voeren op m’n karperstek? Dat moet net lukken, ik ben nogal tijdstipgevoelig op dat punt.
Nadat de bollen op de bodem lagen schoven kleine karpers in het kantje aan mij voorbij. Bellensporen uit bodem drukkend mooi. Straks ga ik voor het eerst sinds lang op karper vissen…
En net lees ik -met een harde klap tegen m’n kop- dat Jaap de karpervisser van ons is heengegaan, plotsklaps en zonder waarschuwing. Dat komt gemeen aan. Nauwelijks een paar jaar ouder dan jezelf, en nog zoveel te doen… Het is over. Het is allemaal zo relatief…

Blijkt dat ik op de rommelmarkt een leuk kunstaasje uit lang vervlogen tijden heb op de kop getikt! Na uren rondslenteren en speuren ontdekken we aan het laatste kraampje een tof vismandje. Daar wordt ik helemaal week van. Echt iets voor m’n verzameling gebruikte, doch historisch niet zo waardevolle vismandjes. Maar ze hebben geleefd en dat is het belangrijkste. Voor twee euro kan je niet sukkelen en ik neem het ding mee. Er slingeren wat doosjes in rond, er zit echter niks waardevols in. Of toch, een paar Rublex spinners die betere tijden hebben meegemaakt. En ook nog een onooglijk eigenaardig plugje, zo’n drie centimeter lang. Ik schenk er verder niet veel aandacht aan.

Een paar weken later kom ik op een verzamelsite een advertentie tegen van een dergelijk aasje, uit de jaren vijftig van vorige eeuw, leuk hé! Het dingetje heeft zelfs een naam, de Rublex Plucky…

Vrijdag was een snipperdag. Door omstandigheden thuis kon ik niet met de boot weg maar kon ik ‘s middags wel dicht bij huis gaan kunstaasvissen. Ik had bij Dekock een nieuwe Buster Jerk gekocht in de orinele grootste maat. Man, dit vist mooi, en gemakkelijk! Mooi flankend ging dit door het heldere, diepe water van een Belgisch meer (waarvan de naam niet mag genoemd worden). Ik stond te genieten. Iedere worp vier meter opschuiven en terug dezelfde worp inzetten, traag binnentikken, naar de vogels en bloemen kijken, werpen. Na een uurtje besluit ik een andere kant op te zoeken, het zag er op de één of andere manier aantrekkelijker uit. Al gauw krijg ik een felle tik en na een korte maar pittige dril land ik een -voor België- beste snoek. Ik pak de Rozemeyer jerkbaitstang vast om de vis te kunnen hanteren en tegelijkertijd loop ik laar de kant. De snoek slaat nog eens met z’n kop en het slecht afgeknepen uiteindje van de stang wordt uit m’n hand gerukt. Met twee diepe snedes in m’n vingers tot gevolg. Het gutst er uit en ik kan nog vlug een foto nemen van de kop van de snoek. Langs m’n hengel gemeten komt hij net tot tegen het startoog en dat blijkt (thuis opgemeten) 93 cm. Echt mooi naar Belgische maatstaven.
Ik rij met een bloedende hand tot in de stad op zoek naar een apotheek en na het dicht tapen van beide vingers ga ik terug aan de slag, maar het is tevergeefs. Het blijft tot ‘s avonds stil. Maar, deze vis is lekker binnen. Ik rij in optima stemming terug om Marleen op te halen…

Zaterdag reed ik met Fons mee naar de Nederlandse polder. Volgens de boekjes op een perfecte visdag. Beetje bewolkt, een windje, niet te koud. Mooi snoekweer, al is het met het krieken van de dag erg fris. Maar het draait anders uit. Er is wel actie, ze komen wel achter onze jerkbaits aan, maar worden erg moeilijk gehaakt. In een zelfde kommetje haken Fons en ik elk een leuk snoekje wat de spanning breekt. Ik haak er voor de rest van de dag maar ééntje meer, net voor we naar huis reden. Spijtig van de missers.
Fons deed het veel beter, hij had op z’n mooie zelfgemaakte jerkbaitjes goed wat actie, maar ook bij hem bleven de echt gehaakte vissen achter. Maar dat deed ons niet veel, zo’n dagen maak je mee, het is eigen aan het snoeken in de polder. De volgende keer weer beter, of missschien is ‘t wel gewoon niks…

Enkele jaren geleden toog ik met David naar de Canadese staat Alberta om er te gaan vliegvissen op de grote regenboogforellen van de Bow. We arriveerden er in de maand september en het was er nog steeds bloedheet. Zo heet dat we verplicht waren ons een tweede en ademend waadpak aan te schaffen. Ik zweette werkelijk uit m’n oude neopreen waadpak, niet te doen. Naar het eind van de trip, tien of wat dagen later, hadden we ons neopreen pak meer dan nodig want het vroor en begon te sneeuwen. Wat een verschil…
Het vissen was erg moeilijk, misschien door de klimaatswissel, enkele locals vingen wel vis maar de meesten hadden het moeilijk om aan hun vissen te komen in deze trage en rustige rivier. Ze waren er wel, én Groot ook. Je kon ze zien liggen vanaf bruggen, slanke perfect gecamoufleerde torpedo’s, azend op de vele insecten maar onze vliegen negerend. Wat we ook probeerden, we kregen niet gemakkelijk beet. Enkele vissen werden tijdens de warme periode gevangen op imitatie sprinkhanen (die daar erg populair zijn). Verder werd er ook met nimfen, goudkoppen, en de aldaar wel bekende San Juan Bloodworm gevist. De vis hieronder was er eentje uit een reeks vissen uit één en dezelfde pool. Een reeks die ons deugd deed omdat we dachten ‘het’ te hebben gevonden…
We deden ondertussen ook een bergtrip en verschalkten er in de snelstromende beekjes een reeks Cutthroat trout, een mooie forellensoort met een rode kaak. Een leuke en agressieve sportvis op licht materiaal.
De Bow is een heel speciale rivier omdat ze in de hoofdstad Calgary dwars en breed door de stad loopt. Het is er dus heel gewoon om een vliegvisser midden de stad te zien. Ik zie het in Brussel of Antwerpen niet direct gebeuren…

Ryan Debacker is een West-Vlaamse karpervisser die al een tijdje op een serieuze manier met fotografie bezig is. Dat blijkt uit z’n machtige vogelfoto’s. Vooral de ijsvogeltjes zijn prachtig. Ik ben zelden jalloers maar dit steekt echt m’n ogen uit!…

Neem via deze link een verplicht kijkje!
http://ryandebacker.zenfolio.com/

Fons vond het gisteren zalig in de polder. Het was een ontdekking, echt waar. Wat een stekken. Het plan was om een poldervaart aan te pakken die quasi onbereikbaar ligt, er is maar één plekje op werkelijk kilometers water waar je maar enigzins kan traileren. We reden er in alle vroegte naar toe om te constateren dat daar nu een mooie roestvrij stalen slagboom voor staat met een bord ‘Alleen te gebuiken als je lid bent van…’. Verdorie, dit was vroeger een open gat in het riet (weet je nog Luc?) en nu word mij dit afgenomen?… Zo direct iets nieuws improviseren (zonder snoeimes) was niet mogelijk met een boot van 5 meter achter de wagen. Dan op naar een ander water in de buurt waar ik nog nooit had gevaren. Na een dag op dit water kwam ik tot de conclusie dat ik er ook helemaal niet mocht varen (althans niet met mijn papieren). Maar goed, we lieten het niet aan ons hart komen want het is er prachtig toeven en zowiezo niet te bevissen vanaf de kant… toch duurde het tot ‘s avonds voor de eerste vissen in de boot kwamen. Was het nu omdat het te hard stroomde, er te veel kroos lag, de wind nie goed zat of ik weet het niet wat reden meer, de snoeken deden het pas na uuuren geconcentreerd werpen. We hadden samen zo’n 7-tal aanbeten op een uur tijd, als ik het me goed herrinner. De vissen die wél in de boot kwamen waren allen van het zelfde polderslag. Met dit wisselvallige weer, de prachtige natuur, goed gezelschap en nog een paar snoeken in de boot: een zalige visdag!…

We zijn al een tijdje terug uit het winderige Bretagne. Vakantie met Jan en Marleen. Wat een contrast met de vorige erg hete Frankrijktrips in de Provence en Ardeche. Het was vrij ruig weer met toch een behoorlijke protie regen. Maar jodium genoeg in deze lucht, en wij hebben dan ook een echte zuurstofkuur achter de rug. Vanzelfsprekend werden er wat hengels en een stevige tas met allerlei klein materiaal meegenomen. Het duurde een week voor ik er m’n weg vond tussen rots, rif, stroming, ondiepe platen en getijden. De eerste week werd er quasi niks gevangen, de tweede week ging het heel wat beter, mede door een heviger wordende zee en hogere coeficienten. Het moet daar stromen en beuken als een gek… om vis te vangen vanaf de kant. Zeebaars hebben we niet gezien maar wel genoeg makreel en leuke koolvisjes. Zelfs Jan vond het fijn om te staan gooien. Om ginds goed uit de voeten te kunnen heb je absoluut een boot nog om buitengaats tegen de riffen te vissen. Ik stond min of meer kansloos aan de kant. We zullen ook de enigen geweest zijn die onze makrelen lieten zwemmen, het kwam enigzins belachelijk over… We deden ook een gesmaakt bezoek aan Oceanopolis, een machtig zeeaquarium in Brest. En ja, wat zijn die Bretonse oesters toch lekker zég!…

Even een update tussen het vele vissen… wat is er de laatste tijd gebeurd? Regelmatig word er gedropshot, met wisselend suskes, dat wel. Een hete dag met Jan op het water resulteerde in een sof. Ik kon slechts met moeite één snoek en een snoekbaars landen, terwijl Jan het visloos moest stellen. Maar op het water is nog altijd beter dan thuis…

Een andere dag ging ik met Marc naar het voor mij onbekende grote water. De keuze viel op één bepaalde strategisch gekozen stek. De vangsten liepen niet vlot, tot het donker werd. Dan werd het wachten vergoed, we hadden elk vier snoekbaarzen, met tal van gemiustte vissen. Een zonderlinge avond in bijzonder aangenaam gezelschap! Wat geniet die man van ieder moment, een wijze les voor mij, en werkelijk aanstekelijk… Dat moeten we meer doen!

Ik blijf korte sessies vissen met de dropshot en dat wil ook wel eens meezitte, zoals met deze snoekbaarsoma. Gelukkig was er een gsm in de buurt, want op zo’n moment ligt de camera meestal thuis… ‘t een beest dat me bijzonder gelukkig maakte (bedankt Lieve & Johan!)…

En ‘t is zover, we gaan deze keer op zomervakantie naar Bretagne, en alles wat ik heb aan zeehengelmateriaal gaat mee. Een benieuwd of ik daar een zeebaars kan verschalken…

Ooit had ik een stek aan de Plaissancebrug in Mechelen. Niet zoveel mensen hadden er al ooit gevist omdat het er niet zo plezant zitten is. Megadruk, twee bruggen op een kruispunt van meerdere straten in hartje stad. Maar onder water was het op het ondiepe plateau naast de brug ook megadruk. Een goeie stek want iedere keer ik er viste had ik wel een mooie op de kant. Ik viste op het kruispunt der dertigers.
Meestal ging ik iedere avond (voor die tijd) ruim voeren en de stek werd op vrijdag- of zaterdagavond afgeroomd. Het was een tijd van hectische actie, soms met slecht één hengel, enkel tijdens de avonduren en nachten was er niet eens bij…
De drils verliepen meestal met één of meerdere onvermijdelijke toeschouwers. Zo ook die ene warme avond waarop ik onderstaande schub ving. Als ik me niet vergis woog de bekende vis net 17 kilo en ze was goed herkenbaar aan de plooi in de borstvin en de eigenaardige onderste staartlob. De bewoners van één van de huizen achter m’n stek kwamen net buiten toen de vis op de mat werd gelegd en al gauw waren de kids in de wolken en waren de verbaasde vragen van de ouders de meest clichematige.
“Hoe veel weegt dat zo en heb je dat wel hier gevangen?” “Tja, waar anders dan voor jullie deur!” De papa nam vriendelijk de foto’s en de lieve mensen verdwenen uiteindelijk. Deze familie had op z’n minst iets te vertellen.
Een maand of drie later, op een warme avond in de herfst, krijg ik een run en sta heftig te drillen op de kaaimuur. En wie komt daar aangelopen? Tja, diezelfde familie. Ze hadden het vlug in de gaten dat er terug een mooie vis de hengel rond plooide en ze kwamen op me toe. Er werd geroepen en enthousiast gereageerd, geen rust hier, deze stek ligt immers in het hart van de stad. Nog voor ze in het net lag wist ik al welke vis het betrof. Dezelfde als bij hun vorige bezoek natuurlijk. Pas toen ze op de mat lag en de weger het zelfde gewicht aangaf wist ik het helemaal zeker. Ik zei het dan maar tegen de mama en werkelijk, dat onnozele vragende gezicht van het overigens knappe vrouwtje vergeet ik nooit meer. Zoveel ongeloof in die vragende ogen. Hoe kan dat nu om zoiets te beweren? Maar, wat voor een karpervisser gewone kost is geworden om een vis te herkennen, is voor een leek een quasi belachelijk gegeven. Je moet wel halfgek zijn om zoiets te beweren… Zo’n grote vis vang je namelijk maar één keer in je leven. Misschien had ze wel gelijk, het is een beetje belachelijk… En wat maakt het uit? Hij woog een paar honderd gram meer, wat maakt het uit… De stek werd opgeruimd, de mensen verdwenen en er was weer iets om over te vertellen…

Dit was een goede goudkop voor de vlagzalm op de Kyll. Een ruig gebonden maar taps toelopend en zwart lijfje met een beetje glitter, koperen kop en het is vooral het rode butt-je dat het ‘m doet. Of ze nog extra verzwaard moet, dat hangt van de omstandigheden af.

Gisteren had ik een dagje op het water gepland met Jacques, alweer erg lang geleden dat ik die had gezien… De bedoeling was om op grote baars te gaan vissen in Nederland. Dat leek ons de beste optie om iets te vangen in dit warme weer.
Maar, ik was er om zes uur en het bleek in Zeeland toch flink koud… en het begon al vroeg stevig te waaien waardoor het nog frisser leek.
We gingen van start met de kleine maatjes Rapala Jointed Shad Rap. Fijn plugje is dat om te slepen. Gaat aan mijn materiaal tot ongeveer 4,5 meter diep.
Er stond een flauwe stroming, en we hadden al vlug beet. Ik eerst een leuk snoekje op dat heerlijk lichte materiaal, de Godfather Parabolic. Dan Jacques een toffe baars. Ik lostte terug een baars en Jacques ving wat later nog een klein baarsje.
Plots begon het keihard te stromen, te gieren, en het was gedaan met de beet.
Er kwam onweer opzetten vanuit het zuidwesten en de harde wind tegengesteld aan de stroming maakte het erg moeilijk om de boot te controleren.

We zijn dan, omdat we niet wisten hoelang het zo erg zou waaien, overgestoken van de rivier naar de overkant van de plas om daar in de luwte te vissen, in voor mij onbekend water. Niks meer gezien, nochtans leek de viswijze voor ons perfect. Ik verspeelde verdorie wel twee pluggen, eentje door m’n eigen stomme fout aan een stel fuiken en eentje werd er zomaar afgesneden na vastlopen, het kan gebeuren… als je door krap tegen de bodem vist. Rond vier uur in de middag was ik bekaf door het voortdurend geconcentreerd en drastisch bijsturen en zijn we rond de haven in de relatieve luwte gaan pielen op snoekbaars. Een ongelukkige worp deed m’n Rapala in het tapijt van de boot belanden en Jacques zou me daar wel even mee helpen. Terwijl hij het plugje in z’n hand hand kreeg de boot een duw van een golf en één van de dregjes ging helemaal mét weerhaak door de top van z’n vinger. Met doorknippen en doorhalen werd het probleem verholpen. Jacques is geen kneus of mietje!

Jacques ving nog een snoekbaars in de haven zelf, even dachten we iets gevonden te hebben, maar verdere actie bleef uit. Een plotse rukwind bracht m’n iPilot en de boot in de war en we smakten zonder controle tegen de schuine oever aan. Gelukkig kregen we de motoren net op tijd uit het water waardoor de schade beperkt bleef.
Dat was het, we hadden het gehad. Niet veel vet op de soep, maar toch heerlijk uitgewaaid!
En altijd een leuke babbel met de immer rustige Jacques!

Geen forel in een Ardense snelstromende rivier of Zwarte Woudbeek is veilig als deze vlieg er aan te pas komt… zo eenvoudig te binden en zoveel vangkracht. Deze zware vlieg gebruikte ik om te nimfen op korte afstand want vanwege het gewicht kan je er niet ver mee werpen. Drie of twee fazanteveerfibers als staartje. Een taps lopend lijfje van eekhoornbont, geribd met koperdraad of nylon. Een thorax en pootjes van een beetje ruwe donkere seals-fur. Al naar gelang de diepte van de rivier werd gespeeld met loodwikkelingen op de haak. Ik heb een grenzeloos vertrouwen in deze dingen…

We mogen niet klagen met dit mooie zomerweer maar voor het roofvissen is dit niet best. Het was erg lang geleden dat ik Fons nog eens gezien had en door ons beider drukke vakantieperiodes leek een gezamelijke visdag nog 2 maand verder. Dan maar een snipperdagje in de week. Vrijdag reden we in alle vroegte naar het grote water in Nederland. We wisten zo al dat het erg moeilijk zou worden om iets aan de schubben te komen, geen wind, veel licht en geen stroming. Dat was ook zo. Op het grote kanaal visten we de oeverzones uit langs leuke plantenbedden, ieder plekje leek ons een mooi snoekhol, zéker met deze zon. We zagen wat grote windes ons aas volgen, maar ons kunstaas was daar net iets te groot voor. Fons kreeg een snoek op een zelfgemaakte jerkbait (waarvan hij er een hele mooie reeks van bijhad en er me ook één cadeau deed, merci man!) maar deze vis loste al vlug. In het kanaal bleef het voor de rest stil… Voor de verandering en verkoeling vlogen we naar een stek aan de andere zijde van het water, met mogelijks een kans op een snoekbaars maar het vertikalen op diep water bracht ook geen aanbeet. Dichtbij lag een mooie stek met steile oevers waar mischien ook wel een snoek onder de weelderige plantengroei kon staan. De enige die thuis gaf was een kneiter van een baars die loom Fons’ jerkje volgde, zonder aan te vallen. We wierpen de stek helemaal uit met alle kleine aas die we bij hadden maar deze megabaars was reeds op vakantie vertrokken. Na een tijdje trokken we terug naar de andere zijde van het kanaal om terug werpend aan de slag te gaan. Dat gaf geen resultaat maar het werpen tussen plantenbedden is erg leuk en ieder nieuw plekje is tof om naar te werpen. Om de dag te redden dacht ik om de schaduw van de rietvelden te gaan opzoeken om daar, kort in de kant trollend, nog een snoek vanuit het donker te peuteren. Dat lukte want Fons kreeg op z’n ouwe getrouwe BigS pluggen enkele beten waarvan er een kleintje werd geland. Toch nog een visje in de warme boot! Een leuke maar werkelijk bloedhete dag, zelfs de runderen in het natuurgebied zochten verkoeling in het water!…